trappen

werkw.
Uitspraak:  [ˈtrɑpə(n)]
Vervoegingen:  trapte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft getrapt (volt.deelw.)

1) met je voet raken
Voorbeelden:  `in de poep trappen`,
`iemand trappen`
Synoniem:  schoppen
een balletje trappen  (een partijtje voetbal spelen)
iemand op zijn ziel trappen  (iemand hevig kwetsen)
iemand eruit trappen  (iemand boos wegsturen)
ergens in trappen  (voor de gek gehouden worden)
een heel eind trappen  (een grote afstand fietsen)

2) veroorzaken
herrie trappen  (lawaai maken)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
fietsen gaan staan schoppen stappen

Spreekwoorden en zegswijzen
• op iemands tenen trappen (=iemand beledigen)
• op de tenen trappen (=beledigen, kwaad maken)
• iemand op zijn zeer trappen (=ergens over praten wat door iemand als erg onplezierig ervaren wordt)
Naar de spreekwoorden

9 definities op Encyclo
  • Trappen (Otididae) zijn de enige familie van vogels uit de orde Otidiformes. De soorten leven in steppen en savannen. Ze komen voor in Europa, Afrika, Azië en Australi?...
  • •een voet met vaart tegen iets of iemand aan bewegen. (+audio)
  • er een harde stoot met je voet tegen geven vb: hij trapte de bal in het doel ergens tegenaan trappen [er voortdurend tegen protesteren] iemand eruit trappen [hem wegsture...
  • 1) Agressief gedrag 2) Fietsen 3) Gaan staan 4) Gevoelig raken met de voet 5) Kogelen 6) Mishandelen 7) Schieten 8) Schoppen 9) Smijten 10) Stampen 11) Stappen 12) Trampe...
  • Akkoordnummer in de gebruikte toonsoort, aangegeven met I II III IV V VI VII
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met trappen:
    trappenhuistrappenhuizen

    Deze woorden eindigen op trappen:
    aantrappenaftrappenbetrappenspiltrappenvertrappenvistrappenwatertrappenzoldertrappen

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    trappen (de voet met kracht neerzetten of met de voet stoten)