trappen

werkw.
Uitspraak:  [ˈtrɑpə(n)]
Vervoegingen:  trapte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft getrapt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) met je voet raken
Voorbeelden:  `in de poep trappen`,
`iemand trappen`
Synoniem:  schoppen
een balletje trappen  (een partijtje voetbal spelen)
iemand op zijn ziel trappen  (iemand hevig kwetsen)
iemand eruit trappen  (iemand boos wegsturen)
ergens in trappen  (voor de gek gehouden worden)
een heel eind trappen  (een grote afstand fietsen)

2) veroorzaken
herrie trappen  (lawaai maken)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
fietsen gaan staan schoppen stappen

Spreekwoorden en zegswijzen
• op iemands tenen trappen (=iemand beledigen)
• op de tenen trappen (=beledigen, kwaad maken)
• iemand op zijn zeer trappen (=ergens over praten wat door iemand als erg onplezierig ervaren wordt)
Naar de spreekwoorden

9 definities op Encyclo
  1. trappen is de verzameling van trappen zowel binnen als buiten het gebouw inclusief de bijbehorende bordessen, met als karakteristieke functie het overbruggen van een hoog...
  2. Een opeenvolging van treden of meerdere reeksen treden verbonden door middel van overlopen, bedoeld om van de ene verdieping naar de andere te komen. Categorie: Onderdele...
  3. •een voet met vaart tegen iets of iemand aan bewegen. (+audio)
  4. 1) Agressief gedrag 2) Fietsen 3) Gaan staan 4) Gevoelig raken met de voet 5) Kogelen 6) Mishandelen 7) Schieten 8) Schoppen 9) Smijten 10) Stampen 11) Stappen 12) Trampe...
  5. Akkoordnummer in de gebruikte toonsoort, aangegeven met I II III IV V VI VII
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met trappen:
trappenhuistrappenhuizen

Deze woorden eindigen op trappen:
betrappenvertrappenaftrappenspiltrappenvistrappenwatertrappenaantrappenzoldertrappen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
trappen (de voet met kracht neerzetten of met de voet stoten)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `trappen` kennen.