afschieten

werkw.
Uitspraak:  ['ɑfsxitə(n)]
Vervoegingen:  schoot af (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft afgeschoten (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) de lucht in of naar een doel schieten
Voorbeelden:  `een raket afschieten`,
`rubberen kogels afschieten op de betogers`

2) doden met een schot
Voorbeeld:  `vossen afschieten in de duinen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afknallen afmaken afscheiden afvuren doodschieten fusilleren losschieten schieten schoten lossen vuren wegschieten

5 definities op Encyclo
  1. zooveel schieten, dat er voor de teelt voldoende overblijft. Zie afschot
  2. er een kogel uit laten komen vb: ze hebben het kanon afgeschoten het doden door te schieten vb: de jagers hebben verschillende konijnen afgeschoten
  3. •met een schot doden. (+audio)
  4. 1) Afknallen 2) Afmaken 3) Afrasteren 4) Afscheiden 5) Afvuren 6) Doodschieten 7) Fusilleren 8) Lanceren 9) Losschieten 10) Schieten 11) Uitstralen 12) Vuren 13) Wegschie...
  5. 1> het aanbrengen van (tijdelijke) houten ruimschotten. 2> zie beschieten.
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
afschieten

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `afschieten` kennen.