opschieten

werkw.
Uitspraak:  ɔpsxitə(n)]
Vervoegingen:  schoot op (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is opgeschoten (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) je haasten
Voorbeeld:  `Je moet opschieten, want we zijn al laat.`

2) snel vooruitgaan
Voorbeeld:  `Nu we weten hoe het moet, schiet het werk lekker op.`
goed met iemand kunnen opschieten  (het prettig vinden om iets met iemand samen te doen)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
ijlen jachten jagen jakkeren omgaan omhoog schieten reppen snellen spoeden uit de grond schieten vliegen voortmaken vooruitkomen vooruitschrijden vorderen zich haasten zich spoeden

5 definities op Encyclo
  1. er haast mee maken vb: schiet op, anders komen we te laat Synoniem: voortmaken Tegenstellingen: treuzelen dralen teuten talmen snel gaan, vooruit komen vb: het werk schie...
  2. de jachtvogels van de hand omhoog laten vliegen. - Werfen. Jeter
  3. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Opschieten``] Een touw O., het geregeld in boven elkander liggende bogten leggen. Zoowel op zee als bij de pontonniersdienst wordt ...
  4. •haast maken. • [erga] vorderingen maken. • [ov] [scheepvaart] een touw of kabel oprollen.
  5. 1) Aanpoten 2) Aanstappen 3) Doorschieten 4) Groeien 5) Haast maken 6) Ijlen 7) Jachten 8) Jagen 9) Jakkeren 10) Koevereren 11) Korting maken 12) Niet treuzelen 13) Omgaa...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op opschieten:
overhoopschieten

Herkomst volgens etymologiebank.nl
opschieten

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `opschieten` kennen.