neerschieten

werkw.
Uitspraak:  ['nersxitə(n)]
Vervoegingen:  schoot neer (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft neergeschoten (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

met een (vuur)wapen beschieten
Voorbeelden:  `De overvallers schoten drie winkelmedewerkers neer; twee zijn onmiddellijk overleden en de derde ligt nog in het ziekenhuis.`,
`Er zijn twee gevechtsvliegtuigen en een helikopter neergeschoten.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
doden doodschieten neerleggen overhoopschieten schieten op

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Doden 2) Doodschieten 3) Fusilleren 4) Met een zeker wapen doden 5) Met zeker wapen doden 6) Neerknallen 7) Neerleggen 8) Omverblazen 9) Overhoopschieten
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `neerschieten`.