knallen

werkw.
Uitspraak:  [ˈknɑlə(n)]
Vervoegingen:  knalde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geknald (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) met grote snelheid bewegen en een knal geven
Voorbeelden:  `knallende champagnekurken`,
`De losgeslagen caravan knalt tegen de muur.`

2) heel snel gaan of doen gaan
Voorbeelden:  `De omzet knalt omhoog.`,
`De voetballer knalt zijn club naar de overwinning.`

3)
knallende hoofdpijn/koppijn  (heel hevige hoofdpijn)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
exploderen klappen schieten smakken smijten

Intensiveringen
Hoe kun je met knallen een ander begrip versterken?
knalblauw; knalgeel; knalgroen; knalhard; knaloranje; knalpaars; knalrood; knallende koppijn; knallende ruzie;

5 definities op Encyclo
  1. met het geluid van een ontploffing weerklinken Jaar van herkomst: 1762 (WNT )
  2. • [inerg] een hard geluid of knal geven. • [erga] "uit elkaar ~"
  3. er tegenaan gaan en de tegenstanders laten zien wat fietsen is
  4. 1) Botsen 2) Dichtslaan 3) Een hard geluid geven 4) Een knal geven 5) Een kort knappend geluid geven 6) Een schot lossen 7) Exploderen 8) Herrie maken 9) Klappen 10) Misl...
  5. Heel hard rijden.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op knallen:
verknallen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
knallen (met het geluid van een ontploffing weerklinken)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `knallen` kennen.