scheiden

werkw.
Uitspraak:  [ˈsxɛidə(n)]
Vervoegingen:  scheidde (verl.tijd enkelv.)

1) je huwelijk beëindigen
Vervoegingen:  is gescheiden (volt.deelw.)
Voorbeeld:  `kinderen van gescheiden ouders`
Synoniem:  uit elkaar gaan

2) wat een geheel is uit elkaar halen
Vervoegingen:  heeft gescheiden (volt.deelw.)
Voorbeeld:  `De stad is gescheiden in een christelijk en een islamitisch gedeelte.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afscheiden afsplitsen afzonderen detacheren loskoppelen loskrijgen losmaken loswerken separeren splitsen uit elkaar gaan uit elkaar halen uiteengaan uiteenhalen uitsplitsen van elkaar gaan

Spreekwoorden en zegswijzen
• het kaf van het koren scheiden (=het waardevolle van het waardeloze scheiden)
• de schapen van de bokken scheiden (=het goede van het slechte scheiden)
• de bokken van de schapen scheiden (=de goeden van de kwaden scheiden)
• bij het scheiden van de markt leert men de kooplui kennen (=iemands ware karakter blijkt pas als het erop aankomt)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
  1. Wat is de juiste spelling: éénoudergezin of eenoudergezin? Zie Eénoudergezin / eenoudergezin
  2. Wat is het verschil tussen de scheidend directeur en de scheidende directeur? Zie de scheidend directeur / de scheidende directeur


5 definities op Encyclo
  • • [ov] in afzondering brengen. • [erga] "~ van": een huwelijksband verbreken.
  • ze niet samen laten blijven vb: je moet het eiwit van de dooier scheiden Synoniem: splitsen Tegenstelling: verenigen het huwelijk beëindigen vb: mijn ouders zijn geschei...
  • 1) Afbreken 2) Afscheid nemen van een echtgenoot 3) Afscheid nemen van het huwelijk 4) Afscheiden 5) Afsplitsen 6) Afzonderen 7) Delen 8) Detacheren 9) Dissolveren 10) Do...
  • de functie `scheiden` behelst de totalisering van alle onderdelen van een bouwwerk, met als toepassingscriterium het scheiden van ruimten Onder `scheiden` vallen muren, v...
  • verbinding verbreken Jaar van herkomst: 1100 (Willeram )
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden eindigen op scheiden:
    afgescheidenafscheidenarchiefbescheidenbescheidengescheidenonbescheidenonderscheidenuitscheidenverscheiden

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    scheiden (uiteenhalen; een huwelijk verbreken)