afzonderen

werkw.
Uitspraak:  ['ɑfsɔndərə(n)]
Vervoegingen:  zonderde af (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft afgezonderd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) van anderen verwijderen
Voorbeelden:  `erg zieke mensen afzonderen`,
`Je moet je niet altijd zo afzonderen.`
Synoniem:  isoleren

2) in de isoleercel opsluiten
Voorbeeld:  `onhandelbare gevangenen afzonderen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afnemen afscheiden afsplitsen apart houden apart zetten ecarteren isoleren lichten scheiden separeren splitsen verplaatsen vervreemden verwijderen wegbrengen wegdoen weghalen wegnemen wegwerken

4 definities op Encyclo
  1. Eng: confinement penitentiair recht - scheiding van een gedetineerde van de algehele gemeenschap, met inbegrip van zijn medegevangenen. Verder kan de m…
  2. niet met anderen omgaan vb: doe toch eens mee, je moet je niet altijd zo afzonderen! iemand of iets apart houden vb: de zieke dieren moeten we afzonderen Synoniem: isoler...
  3. • [refl] "zich ~" zichzelf uit de groep halen.
  4. 1) Afnemen 2) Afscheiden 3) Afschutten 4) Afsluiten 5) Afsnijden 6) Afsplitsen 7) Apart houden 8) Apart zetten 9) Ecarteren 10) Individualiseren 11) Isoleren 12) Lichten ...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
afzonderen

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `afzonderen` kennen.