uitscheiden

werkw.Toon alle vervoegingen
Uitspraak:  ['œytsxɛidə(n)]

1) ophouden (met iets) informeel
Vervoegingen:  schee uit (verl.tijd enkelv.) is uitgescheeën (volt.deelw.)
Voorbeelden:  `Kom, we stoppen. We scheiden ermee uit.`,
`Schei nou eens uit met je gejank.`

2) naar buiten laten komen
Vervoegingen:  scheidde uit (verl.tijd enkelv.) heeft uitgescheiden (volt.deelw.)
Voorbeelden:  `zweetklieren die zweet uitscheiden`,
`urine uitscheiden`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afhaken afscheiden afvoeren eindigen ermee uitscheiden kappen lozen opgeven ophouden poepen staken stoppen uitstoten uitwerpen aanvangen (antoniem)

4 definities op Encyclo
  1. het naar buiten laten komen vb: de wond scheidde vocht uit
  2. niet meer doorgaan vb: wil je wel eens uitscheiden met dat geschreeuw! Synoniemen: eindigen ophouden stoppen staken afnokken Tegenstellingen: beginnen aanbreken intreden
  3. •ergens mee ophouden. •een stof het lichaam laten verlaten. •tweede betekenisomschrijving. •enz.
  4. 1) Afhaken 2) Afnokken 3) Afscheiden 4) Afstappen 5) Afvoeren 6) Afzonderen 7) Beëindigen 8) Derangeren 9) Eindigen 10) Inhouden 11) Kappen 12) Lozen 13) Nokken 14) Opge...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `uitscheiden`.