uiteengaan

werkw.
Uitspraak:  [œyt'enxan]
Vervoegingen:  ging uiteen (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is uiteengegaan (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) niet langer samenblijven en ieder voor zich weggaan
Voorbeeld:  `De politie eist dat de betogers uiteengaan.`
Antoniem:  samenblijven
Onze wegen gaan hier uiteen.  (ieder gaat alleen verder; ieder gaat verder zijn eigen gang)

2) je huwelijk of partnerschap verbreken
Voorbeeld:  `Wat moet er met de kinderen gebeuren als de ouders uiteengaan?`
Antoniem:  samenblijven
Synoniem:  gaan scheiden

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
loskoppelen scheiden splitsen uit elkaar gaan uit elkaar halen uitsplitsen van elkaar gaan samenkomen (antoniem)

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Loskoppelen 2) Scheiden 3) Splitsen 4) Uitsplitsen 5) Verspreiden 6) Verstrooien
Toon uitgebreidere definities