uitsplitsen

werkw.
Uitspraak:  ['œytsplɪtsə(n)]
Vervoegingen:  splitste uit (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft uitgesplitst (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

in onderdelen verdelen
Voorbeelden:  `je mail uitsplitsen over verschillende accounts`,
`kosten uitsplitsen in rubrieken`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
loskoppelen ontbinden scheiden splitsen uit elkaar halen uiteengaan

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Loskoppelen 2) Ontbinden 3) Scheiden 4) Selecteren 5) Splitsen 6) Uiteengaan 7) Verdelen
Toon uitgebreidere definities