aflopen

werkw.
Uitspraak:  ɑflopə(n)]
Vervoegingen:  liep af (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is afgelopen (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) eindigen
Voorbeelden:  `De huurtermijn loopt volgende maand af.`,
`Als hij zo blijft zuipen, zal het verkeerd met hem aflopen.`
Antoniem:  beginnen

2) naar beneden gaan
Voorbeeld:  `De kade loopt hier schuin af, zodat je makkelijk bij het water komt.`
Synoniem:  hellen

3) (van een wekker) afgaan
Voorbeeld:  `Ik had de wekker wel gezet, maar hij liep niet af.`
Synoniem:  ratelen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanbelanden aankomen aanlanden afgaan afleggen afreizen arriveren buigen doorgaan eindigen flauw hellend aflopend glooien hellen koers zetten naar omkomen ophouden overdrijven overgaan overhellen ratelen rondlopen ten einde lopen teneindelopen terechtkomen uitgaan uitlopen uitraken vergaan verlopen verstrijken vervallen vervoegen voorbijgaan weglopen zich begeven naar

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn rolletje laten aflopen (=volop genieten)
• met een sisser aflopen (=probleem leek heel groot, maar viel uiteindelijk reuze mee)
• met een jantje van leiden aflopen (=wel meevallen)
• er de kantjes aflopen (=erg oppervlakkig blijven)
• de kantjes er van aflopen (=zijn best niet doen)
Naar de spreekwoorden

6 definities op Encyclo
  1. er komt een eind aan, het gaat voorbij vb: de film is bijna afgelopen de afgelopen week [de week die voorbij is] het loopt snel af met hem [hij zal niet lang meer leven] ...
  2. Concave golflijnen in zuilen, waar de schacht ontspringt uit het basement of uitloopt in het kapiteel. Ook uithollingen of scheppende holen onder de echinus van sommige v...
  3. Het "aflopen" van een schip: gewapend oproer van schepelingen, muiterij.
  4. •eindigen •hellen •het klinken van een alarmsignaal.
  5. 1> DE HELLING AFLOPEN: te water gelaten worden. Meestal heeft dit betrekking op de eerste te water lating. 2> volgens Nicolaas Witsen ook afzeilen.
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
aflopen

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `aflopen`.