doorgaan

werkw.
Uitspraak:  [ˈdorxan]
Vervoegingen:  ging door (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is doorgegaan (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) verder gaan
Voorbeeld:  `Deze trein gaat door naar Amsterdam.`
Antoniem:  stoppen
Synoniem:  voortgaan

2) blijven doen
Voorbeeld:  `doorgaan met spelen`
Antoniem:  ophouden
Synoniem:  voortzetten

3) toch gebeuren, ook al was dat onzeker
Voorbeeld:  `Doordat de regen ophield kon de wedstrijd toch doorgaan.`

4) plaatsvinden
Voorbeeld:  `De plechtigheid gaat door in de aula van de Gentse univ.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanhouden afleggen aflopen blijven continueren doorzetten omkomen overdrijven overgaan passeren prolongeren standhouden verdergaan vergaan verlopen verstrijken vervolgen volharden volhouden voortgaan voortzetten stilstaan (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• onder het juk moeten doorgaan (=zich aan andermans macht moeten onderwerpen)
• onder het Caudijnse juk moeten doorgaan (=vernederd worden)
doorgaan tot het gaatje (=doorzetten tot het einde is bereikt.)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
  1. Verderdoen / voortdoen / doorgaan: Zijn verderdoen en voortdoen in de betekenis van 'doorgaan' correct?
  2. Doorgaan / plaatsgrijpen / plaatshebben / plaatsvinden: Zijn doorgaan, plaatsvinden, plaatshebben en plaatsgrijpen synoniemen? Zeggen we dat een vergadering doorgaat, plaatsvindt, plaatsheeft of plaatsgrijpt?


Intensiveringen
Hoe kun je doorgaan krachtiger uitdrukken?
doorgaan tot het bittere einde; doorgaan tot het uiterste; stug doorgaan
Uitdrukkingen die doorgaan betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
zijn beslag krijgen;

7 definities op Encyclo
  1. het blijven doen, verder gaan vb: ze gingen maar door met hun gezang Synoniemen: continueren vervolgen voortzetten Tegenstelling: kappen door anderen zo gezien worden vb:...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. en [bedrijvend werkwoord] [onregelmatig] aanh. verder gaan; (ergens) door (heen) [geen] ; voortduren; dat gaat altijd maar zoo door...
  3. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Doorgaan``] Zegt men van een paard, welks ruiter, het niet meer in zijne magt heeft
  4. •niet stoppen.
  5. [Belgisch Nederlands] 1. plaatshebben 2. naar huis gaan, weggaan
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met doorgaan:
doorgaanddoorgaans

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `doorgaan` kennen.