afgaan

werkw.
Uitspraak:  ɑfxan]
Vervoegingen:  ging af (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is afgegaan (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) gaan werken
Voorbeelden:  `De wekker gaat 's morgens om half zeven af.`,
`Het alarm gaat af.`

2) iets onhandigs doen dat anderen merken
Voorbeeld:  `bij het versieren van een meisje afgaan door je verlegenheid`
Synoniemen:  een flater slaan, blunderen
afgaan als een gieter  (heel erg blunderen)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afdalen afstappen bezoeken blunderen een flater slaan falen floppen misgaan mislopen mislukken opzoeken stranden verkeerd lopen verlaten vertrekken weggaan zich blameren

Intensiveringen
Hoe kun je afgaan krachtiger uitdrukken?
afgaan als een gieter
Uitdrukkingen die afgaan betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
een flater slaan; een pleefiguur slaan;

5 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. [onregelmatig] (ik ging af, ben afgegaan), naar beneden gaan; stoelgang hebben; kwijt raken (wormen enz.); [figuurlijk] verminderen...
  2. plotseling beginnen te werken vb: de wekker ging af dom lijken vb: hij ging wel af toen hij dat foute antwoord gaf recht naar iemand toe lopen vb: hij ging op de leraar a...
  3. •naar beneden gaan. •afgeschoten worden. •een slechte indruk nalaten.
  4. 1) Afdalen 2) Afgeschoten worden 3) Aflaten 4) Afnemen 5) Afstappen 6) Bezoeken 7) Blunderen 8) Dirken 9) Drukken 10) Ebben 11) Een flater slaan 12) Een modderfiguur slaa...
  5. 1> dalen, zakken. AFGAAND WATER: de eb. 2> bij sluizen en stuwen: spuien.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met afgaan:
afgaan op

Deze woorden eindigen op afgaan:
voorafgaan

Herkomst volgens etymologiebank.nl
afgaan

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `afgaan`.