I het aanzien

zelfst.naamw.
Uitspraak:  anzin]

1) hoe iemand beoordeeld wordt
in hoog aanzien staan  (veel waardering of respect ondervinden)

2) hoe iets er uitziet
Voorbeeld:  `Dat gebouw krijgt een nieuw aanzien.`
Synoniem:  uiterlijk

3)
ten aanzien van  (met betrekking tot) `Ten aanzien van de vorderingen, kan ik u zeggen dat die goed zijn.`


II aanzien

werkw.
Uitspraak:  anzin]
Vervoegingen:  zag aan (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft aangezien (volt.deelw.)

1) kijken naar
Voorbeeld:  `een bloederig tafereel niet kunnen aanzien`
het is iemand aan te zien dat  (je kunt aan iemand zien dat) `Het is haar aan te zien dat ze ernstig ziek geweest is.`

2)
het nog even aanzien  (nog even wachten voor je een beslissing neemt)

3)
naar het zich laat aanzien  (waarschijnlijk) `Naar het zich laat aanzien komt ze morgen.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanblik aanblikken aangezicht aankijken achtbaarheid achting afwachten allure beschouwen buitenkant doorstaan dulden edel eminentie exterieur gedaante gelaat grootheid hoogheid lijden niveau ondergaan pikken prestige status toelaten tolereren type uiterlijk uitstaan velen verheffing verhevenheid vermoeden verschijning vertoon voorkomen vorm

Spreekwoorden en zegswijzen
• zonder aanzien des persoons. (=zonder iemand voor te trekken; zonder er rekening mee te houden om wie het gaat.)
• met de nek aanzien (=met minachting behandelen)
• iets niet met droge ogen kunnen aanzien (=letterlijk: gaan huilen/tranen bij het zien gebeuren van iets)
• iets met lede ogen aanzien (=iets met tegenzin zien gebeuren)
• iemand (niet) voor vol aanzien (=(niet echt) naar iemand luisteren wanneer iemand meepraat)
Toon alle 6 spreekwoorden die aanzien bevatten

Taaladvies
Wat is correct: Hij werd per ongeluk aanzien als de dader, aanzien voor de dader, aangezien als de dader of aangezien voor de dader? Zie aanzien worden als / aanzien worden voor / aangezien worden als / aangezien worden voor

6 definities op Encyclo
  • • [ov] kijken naar. • [ov] "~ voor": beschouwen als. • [ov] dulden.
  • [Belgisch Nederlands] (aanziet, aanzag, h. aanzien) beschouwen
  • Spreekwoorden: (1914) Aanzien doet gedenken, d.i. ‘het zien van een persoon maakt, dat men aan hem denkt; of wel, het zien van een voorwerp maakt, dat men zich iets...
  • hoe het er aan de buitenkant uitziet vb: deze straat heeft een ander aanzien gekregen Synoniem: voorkomen hoe er over gedacht wordt vb: het aanzien van de politiek is neg...
  • er rustig naar kijken en nog niets doen vb: we zullen het nog even aanzien voor we maatregelen nemen bekijken vb: hij zag Tina voor iemand anders aan die stoel is niet om...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met aanzien:
    aanzien vooraanziendelijkaanzienlijkaanzienlijkheid

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    aanzien (beschouwen, aanschouwen; aankijken; geduld hebben met)