uitstaan

werkw.
Uitspraak:  ['œytstan]
Vervoegingen:  stond uit (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft uitgestaan (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1)
iemand niet kunnen uitstaan  (een erge hekel aan iemand hebben)

2)
doodsangsten uitstaan  (ontzettend bang zijn)

3)
niets uit te staan hebben met  (niets te maken hebben met)

4) (van geld) tegen rente uitgeleend zijn of geïnvesteerd zijn financieel
Voorbeelden:  `uitstaande vorderingen`,
`Mijn geld staat uit tegen 4% rente.`,
`voor miljoenen euro's hebben uitstaan in zwakke landen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanzien doorstaan dulden harden lijden maken ondergaan pikken tegoed hebben toelaten tolereren uitblijven uithouden uitspringen uitsteken velen verdragen vooruitspringen vooruitsteken

4 definities op Encyclo
  1. het meemaken en uithouden vb: ik kan al die drukte niet uitstaan Synoniemen: doorstaan verdragen verduren velen op een rekening staan zodat je rente ontvangt vb: hoeveel ...
  2. •nog niet geïnd of ingevorderd . •"iemand-iets niet kunnen ~": een grote hekel aan iemand-iets hebben •tweede betekenisomschrijving. •enz.
  3. 1) Aanzien 2) Dazen 3) Doorstaan 4) Dulden 5) Geluchten 6) Harden 7) Lijden 8) Maken 9) Naar buiten uitsteken 10) Ondergaan 11) Onderstaan 12) Pikken 13) Tegoed hebben 14...
  4. ondermeer van zeilen en visnetten: in een richting, min of meer, dwars op de lengteas van het schip hebbend.
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
uitstaan in de uitdrukking met iemand iets uit te staan hebben

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `uitstaan`.