Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

6 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `aanzien`

  1. aanzien doet gedenken (=wat men met eigen ogen gezien heeft, is gemakkelijker te onthouden)
  2. iemand (niet) voor vol aanzien (=(niet echt) naar iemand luisteren wanneer iemand meepraat)
  3. iets met lede ogen aanzien (=iets met tegenzin zien gebeuren)
  4. iets niet met droge ogen kunnen aanzien (=letterlijk: gaan huilen/tranen bij het zien gebeuren van iets)
  5. met de nek aanzien (=met minachting behandelen)
  6. zonder aanzien des persoons (=zonder iemand voor te trekken; zonder er rekening mee te houden om wie het gaat)

5 betekenissen bevatten `aanzien`

  1. het tij keren (=een ontwikkeling stoppen. Bijvoorbeeld ten aanzien van het toenemen van zinloos geweld. Zie getij)
  2. de kleren maken de man (=iemands kleding bepaalt het aanzien dat hij krijgt)
  3. bakzeil halen (=toegeven dat je ongelijk hebt / aanzienlijk minder hoge eisen stellen dan je eerder deed)
  4. met hoge heren is het kwaad kersen eten (=van de omgang met aanzienlijke personen moet men niet altijd voordeel verwachten)
  5. adel verplicht (=wie in aanzien bij het volk staat, moet ook aan de verwachtingen van het volk voldoen)

Het dialectenwoordenboek kent 4 spreekwoorden met `aanzien`

  1. Oudenbosch: ijaar un stuk in z n koont (=hij was aanzienlijk aangeschoten)
  2. Twents: 'n Kleen neuske ko'j gaauw snuutn (=Gering in aanzien, snel aftroeven)
  3. Westerkwartiers: je kenn'n 'em niet veur vol aanzien (=hij is niet volwaardig)
  4. houthulst: je geen nagel om aanzien gat te krabelen (=hij is zeer arm)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen