Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

30 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `was`

  1. als de ene hand de andere wast worden ze beide schoon (=de taak wordt gemakkelijk als je elkaar helpt)
  2. dat kan al het water van de zee niet afwassen (=daar is niets aan te doen - dat kan je niet wegpraten)
  3. dat varkentje zullen we even wassen. (=deze opdracht zullen we even uitvoeren.)
  4. dat was Grieks voor hem (=dat begreep hij niet)
  5. dat was op de valreep (=dat is maar net gelukt.)
  6. dat was op het nippertje (=dat is maar net gelukt.)
  7. dat wast al het water van de zee niet af. (=iets is niet meer te veranderen/aan te passen)
  8. de oren wassen (=duchtig ervan langs geven, de waarheid zeggen)
  9. de vuile was buiten hangen (=over onaangename zaken spreken met buitenstaanders.)
  10. een kind kan de was doen. (=iets gaat heel makkelijk.)
  11. een wassen neus zijn (=niets te betekenen hebben)
  12. er is geen kruid tegen gewassen (=er is niets aan te doen)
  13. er uitzien alsof men door een ringetje gehaald was (=er keurig uitzien)
  14. er was geen hond/kat/kip (=er was niemand)
  15. ergens geen kruid tegen gewassen zijn (=ongeneeslijk)
  16. goed in de slappe was zitten (=veel geld hebben)
  17. had je me gisteren gehuurd dan was ik vandaag je knecht geweest (=je moet zo niet commanderen - dat doe ik gewoon niet!)
  18. handen wassen (=het toilet bezoeken)
  19. het varken is op een oor na gevild/gewassen (=het is bijna klaar)
  20. het varkentje wassen (=een klusje wel even doen)
  21. het was een eitje. (=het was heel gemakkelijk.)
  22. het was uien. (=het ging bijzonder slecht, het viel bijzonder tegen.)
  23. het water was veel te diep (=hij durfde het niet aan)
  24. iemand de oren wassen (=iemand zeggen wat die fout gedaan heeft)
  25. in de slappe was (=in de contanten)
  26. plak en gard ontwassen zijn (=ook zonder begeleiding wel kunnen leven)
  27. tussen die twee was er geen chemie (=die twee mensen hadden te veel karakterverschillen om goed te kunnen samenwerken.)
  28. uit de kluiten gewassen zijn (=erg stevig en groot zijn)
  29. wel een kwastje mogen hebben (=wel eens geverfd mogen worden)
  30. zijn handen in onschuld wassen (=doen alsof men geen schuld heeft)

13 betekenissen bevatten `was`

  1. de vogel is gevlogen (=de dader is was al weg (of gevlucht))
  2. bij de vleet (=er is meer dan voldoende van (vleet was vroeger een groot visnet))
  3. er was geen hond/kat/kip (=er was niemand)
  4. de soep wordt nooit zo heet gegeten, als zij wordt opgediend. (=er worden meestal minder zware maatregelen toegepast dan was aangekondigd.)
  5. te groot voor een servet en te klein voor een tafellaken. (=geen kind meer, maar nog te jong voor volwassen zaken.)
  6. de draad van het verhaal opnemen (=het verhaal of de taak verderzetten op de plaats waar eerder gestopt was)
  7. het was een eitje. (=het was heel gemakkelijk.)
  8. nu komt de aap uit de mouw (=nu blijkt wat werkelijk de bedoeling was.)
  9. de baard in de keel hebben (=overgang van kinderstem naar volwassen stem)
  10. een lot uit de loterij trekken (=precies de juiste persoon of ding gevonden hebben wat er nodig was)
  11. het nakijken hebben (=te laat in actie zijn gekomen, een ander was je voor)
  12. de verloren zoon is terecht (=wat (of wie) al lang verloren was, is teruggevonden)
  13. zo komt het kalfje weer bij zijn moer (=zo komt wat verloren was weer in orde)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen