Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

14 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `draad`

  1. aan een zijden draadje hangen (=de kansen zijn nog niet verkeken, maar het scheelt erg weinig)
  2. de draad kwijt zijn (=de loop van het verhaal niet meer kunnen volgen)
  3. de draad van Ariadne (=middel om klaarheid te scheppen in een ingewikkeld iets)
  4. de draad van het verhaal opnemen (=het verhaal of de taak verderzetten op de plaats waar eerder gestopt was)
  5. de rode draad (in een verhaal of betoog) (=het centrale thema, hetgeen waar steeds weer op wordt teruggegrepen)
  6. elke dag een draadje is een hemdsmouw in een jaar (=als je iedere dag een beetje doet komt het karwei uiteindelijk klaar)
  7. ergens mee voor de draad komen (=zeggen wat de precieze bedoeling is)
  8. geen droge draad aan het lijf hebben (=totaal nat geregend zijn (soms ook : door en door bezweet))
  9. iemands levensdraad afsnijden (=doden)
  10. tegen de draad ingaan (=het er niet er mee eens zijn en er tegen in gaan)
  11. tot op de draad versleten (=helemaal versleten)
  12. van de naald tot de draad (=tot in het kleinste detail)
  13. van naald tot draad (=tot in het kleinste detail)
  14. voor elke naald een draad hebben (=voor elk probleem een oplossing weten)

2 betekenissen bevatten `draad`

  1. van de bok op de ezel gaan (=snel van onderwerp wisselen zonder rode draad)
  2. van de hak op de tak springen (=steeds weer van onderwerp wisselen en geen duidelijke rode draad in een verhaal hebben)

Het dialectenwoordenboek kent 9 spreekwoorden met `draad`

  1. Lottums: Snammel (=stukje draad)
  2. Genneps: Tot op den naod verslete (=Tot op de draad versleten)
  3. Tilburgs: teegen ut regeur in (=tegen de draad in, in de contramine, tegendraads)
  4. Zeeuws: da hoeg van heef z m draad (=vlug)
  5. Epers: Hee was oarig krange in de huud (=Hij was behoorlijk tegen de draad in)
  6. Zeeuws: heef tzem draad (=geef ze van katoen)
  7. Spakenburgs: Hebbie wel draad (=Heb je wel verstand)
  8. Zeeuws: t hoeng van heef zm draad (=ruimte)
  9. Liemers: Een präötje over een dräödje in een klein sträötje waor lich uut zol komme wa'j nie kön zie:n maor wel kön vuu:le. (=Een praatje over een draadje in een klein straatje waar licht uit zou komen wat je niet kunt zien maar wel voelen.)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen