Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


3 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `wanneer`

  1. Men poot de aardappelen wanneer men wil, ze komen toch niet in april (=Boerenregel. Aardappelen komen pas in mei uit)
  2. wanneer de boeren niet meer klagen, nadert het einde der dagen (=boeren klagen altijd)
  3. wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt)

19 betekenissen bevatten `wanneer`

  1. iemand (niet) voor vol aanzien (=(niet echt) naar iemand luisteren wanneer iemand meepraat)
  2. schelen zijn de mooiste niet, maar ze worden wel het meest aangekeken (=als relativerend antwoord wanneer men zegt dat ze het niets kan schelen)
  3. het beste paard van stal wordt overgeslagen (=grappige uitspraak wanneer iemand overgeslagen wordt)
  4. iets achter de hand hebben (=iets ter beschikking hebben voor wanneer het nodig mocht zijn (bv nood))
  5. zuivel op zuivel is voer voor de duivel (=in de Middeleeuwen gebruikt om mensen van hekserij te beschuldigen, wanneer zij zuivel op zuivel op hun brood deden)
  6. met het mes tussen de tanden (=wanneer alles op het spel staat)
  7. bij nacht en ontij (werken/zijn) (=wanneer anderen slapen)
  8. strenge heren regeren niet lang (=wanneer een baas niet een beetje soepel is wordt het voor hem erg moeilijk)
  9. vrienden in nood, honderd in een lood (=wanneer er zich problemen voordoen, laten vrienden je vaak in de steek)
  10. als het melk regent, staan mijn schotels omgekeerd (=wanneer ergens iets voordeligs te verkrijgen valt, loop ik het steevast mis)
  11. kan uit Nazareth iets goeds komen? (=wanneer iemand een bepaalde opvoeding heeft gehad kan daar niks goeds van verwacht worden)
  12. de ene dienst is de andere waard (=wanneer iemand helpt, doet men graag iets terug)
  13. als katten muizen, mauwen ze niet (=wanneer je aan het eten bent, praat je niet zoveel)
  14. rust roest (=wanneer je niets doet gaat je vermogen achteruit)
  15. honger is de beste kok (=wanneer men honger heeft, smaakt alles goed)
  16. in nood leert men zijn vrienden kennen (=wanneer men in de problemen zit wordt duidelijk welke vrienden daadwerkelijk iets voor je willen betekenen)
  17. eendracht maakt macht (=wanneer mensen samenwerken kan men veel bereiken)
  18. Als de ene blinde de ander leidt vallen ze beiden in de gracht (=wanneer onbekwamen andere onbekwamen adviseren gaat het fout)
  19. (goed) begonnen is half gewonnen (=wat niet aangevangen wordt komt ook nooit af. / wanneer het begin van iets goed is, is de kans groter dat het goed eindigt)

Het dialectenwoordenboek kent 52 spreekwoorden met `wanneer`

  1. Westerkwartiers: wanneer hemm'm we schoft (=wanneer hebben we pauze)
  2. Zeeuws: de daken (=wanneer was dat)
  3. Heusdens: vurwanie ist (=voor wanneer is het)
  4. Zeeuws: merrehen ochend om dezen tied a de koekoek heeste schiet (=wanneer)
  5. Bilzers: sjattieke,umhoelaot begint de haugmés (=wanneer gaat het gebeuren ?)
  6. Veurns: Waneeër? Subiet of nog idder. (=wanneer? nu of nog vroeger.)
  7. Bornems: tis kerremus in dhel (=wanneer de zon schijnt terwijl het regent)
  8. Antwerps: da's ma droegskes zenne (=uitdrukking wanneer er iemand alleen is)
  9. Helmonds: klopt as unne zwerrende vinger, du allein nie zo zér (=wanneer iets helemaal goed is.)
  10. Zaans: je legge te vlook (=wanneer de dobber bij het vissen nog niet rechtop staat)
  11. Zaans: Wat dochte jullie, ouwe knolle (paarden) moete eerst of? (=wanneer de jeugd niet even wil helpen)
  12. Ursels: es ui tonge noar de smesse toch (=wanneer een kind niet wil of durft spreken)
  13. Tilburgs: assie nie rokt, ròktie van de wèès (=wanneer hij niet rookt, raakt hij de kluts kwijt)
  14. Lokers: lègter ou kop bij tèn èd' uefflakke (=wanneer iemand de opgediende maaltijd niet lust)
  15. Bornems: cinema verniet (=wanneer je een vrouw haar slip kan zien)
  16. Bilzers: ne gas hÛbste plezier on, esset nie bijt koëme dan toch bijt gon (=welgekomen, wanneer vertrek je ?)
  17. Oudenbosch: oeneer zijde gijdur uitgenaait ? (klooster (St.Louis) verlaten) (=wanneer ben jij er vandoor gegaan ?)
  18. Mestreechs: este ut laank höbs,lieste ut laank haange (=wanneer je goed bij kas zit)
  19. Antwerps: op een doedskist stoa gin porte-bagage (=wanneer je sterft kun je niets meenenmen)
  20. Giethoorns: As mien bloed karemelk wordt dan... (=Pas op,wanneer ik kwaad wordt dan...)
  21. Lokers: zodde gij ne kir in mijn auntje willen kakken (=wanneer iemand zeer veel eet)
  22. Iepers: Wast e nond, je wos ol gebeetn! (=wanneer je iets niet vind die voor je ligt)
  23. Vechtdals: vrogger... toe God nog Gait hiettn en kissies bier va holt waarn. (=wanneer men over vroeger praat:)
  24. Tilburgs: as-t nôodeg is, zie de ginne pliesie (=wanneer het nodig is, zie je geen politie)
  25. Lokers: Gou noar Daknam, doar zitten ze zonder weer (=wanneer iemand klaagt over het slechte weer)
  26. Zaans: kaik nou toggeres, raik he? (=wanneer men vertederd de verrichtingen van een jong kind gadeslaat)
  27. Westerkwartiers: wel 't lest lacht, lacht 't best (=wees pas blij wanneer je zeker van je winst bent)
  28. Twents: Aj niks zeit hej ok niks te verantwoord'n. (=wanneer je niets zegt, heb je ook niets te verwantwoorden.)
  29. Kinrooi: Eigelik kinne wae 't gelök allein mer es 't veurbiej is! (=Eigenlijk kennen wij het geluk alleen maar wanneer het voorbij is!)
  30. Zaans: 't Is bai jou nèt weduwnaarspain (=Jij knapt altijd snel weer op wanneer je eens ziek bent)
  31. Kinrooi: Niks doon is pas good es te veul te doon höbs. (=Niets doen is pas goed wanneer je veel werk hebt.)
  32. Kinrooi: Es 'ne polletieker neet prezent is, is 'r toch vanne partiej! (=wanneer een politieker niet present is, is hij toch van de partij!)
  33. Kinrooi: Vrouldje-emancipatie hiltj op es ze mètte wage in pan valle! (=Vrouwen-emancipatie houdt op wanneer ze met de wagen in panne vallen!)
  34. Mills: As Mie kumt mi de slappe was. (=als iemand vraagt wanneer komt dit of dat als het om geld gaat is het antwoord vaak:)
  35. Utrechts: We leve nouw in de goeje ouwe tijd van de toekoms (=Dit wordt gezegd wanneer iemand over vroeger begint)
  36. Leefdaals: kletmariet (mariette) (=uitdrukking gebruikt wanneer iemand iets zegt dat nogal hard aankomt in het gezelschap)
  37. Kinrooi: Es te de waorheid vertèls hoofs te gein leuges te ónthaoje! (=wanneer je de waarheid vertelt hoef je geen leugens te onthouden!)
  38. Tilburgs: a-ge oewèège nie kietelt, hè de nôot niks (=wanneer je jezelf niet verwent, heb je nooit iets)
  39. Kinrooi: Dae neet wètj wiejnieë det 'r genóg heet is einen erme mins. (=Wie niet weet wanneer hij genoeg heeft is een arme man.)
  40. Steins: dan aet dich mer get veur d'n hònger dae kump !! (=als iemand geen honger heeft wanneer 't etenstijd is)
  41. Antwerps: 't woater stoat al in men oëge (=gezegde wanneer men niet langer kan wachten voor een toiletbezoek)
  42. Achterhoeks: un peerd en un hond hinkt um de stront (=wanneer een paard of een hond maar iets aan hun poten hebben, lopen ze mank)
  43. Tilburgs: as ie nie rokt, ròkt ie van de wèès (=wanneer hij niet rookt, raakt hij van de wijs)
  44. Lokers: 't moest strond regenen (=wanneer men wenst dat een evenement (vb. sportwedstrijd) afgelast wordt of mislukt)
  45. Kinrooi: Es m'n aan sommige minse e vaerke geuftj dinke ze det ze vleugels höbbe! (=wanneer men aan sommige mensen een veertje geeft denken zij dat ze vleugels hebben!)
  46. Kinrooi: Dao zeen manskaerels diej ein wolk van ein vrouw höbbe. Es diej dus ins weg is sjientj de zón! (=Er zijn mannen die een wolk van een vrouw hebben. wanneer die dus weg is schijnt de zon!)
  47. Lokers: è'k ik een aute muileken misschien? (=om uw ongenoegen te uiten wanneer je geen deel krijgt bij de verdeling van iets lekkers)
  48. Kinrooi: Es de baas duit of t'r mich good betaaldj, doon ich of ich good wirk! (=wanneer de baas doet of hij me goed betaald, dan doe ik of ik goed werk!)
  49. Kinrooi: Es te aod bès doortj 't langer óm oet te röste es óm meug te waere! (=wanneer je oud bent duurt het langer om uit te rusten dan om moe te worden!)
  50. Waalwijks: bekaaid ''er bekaaid vanaf komen'' De betekenis is dat je het er niet heel goed afbrengt. Mogelijke oorsprong: In oude tijden werd er verdeeld met keien als symbolen. ''een voor jou, een voor mij, een voor jou, een voor mij, enz. Zo kon ieder zijn bezit zien. wanneer je op deze manier verdeelt, dan valt er niet veel te winnen. Er bekaaid vanaf komen, betekent dan, dat je niet met winst naar huis komt. Een andere oorsprong van 'bekaaid', zou kunnen komen van de middeleeuwse gewoonte om gevangenen aan een zware kei vast te ketenen. (=bekaaid)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen