Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

9 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `eieren`

  1. Dat is het hele eieren eten. (=Zo zit de zaak in elkaar.)
  2. dat zal hem geen windeieren hebben gelegd (=daar zal hij wel veel geld mee verdiend hebben)
  3. de kip met gouden eieren slachten (=een iets met veel rendement wegdoen)
  4. eieren voor je geld kiezen (=met minder genoegen nemen dan men eerder wilde)
  5. kip zonder eieren (=politieman)
  6. men kan geen omelet maken zonder eieren te breken (=soms moet men iets verliezen om een hoger doel te bereiken)
  7. men moet geen paaseieren op goede vrijdag eten (=alles op zijn tijd, het feest niet te vroeg vieren)
  8. op eieren lopen (=zeer voorzichtig handelen)
  9. van die boer, geen eieren (=dit is een oplossing die men niet wenst)

Eén betekenis bevat `eieren`

  1. Een hennentaster (=Iemand die zich druk maakt om ongelegde eieren)

Het dialectenwoordenboek kent 21 spreekwoorden met `eieren`

  1. Loois: die aaren eweg ! (=doe die eieren weg !)
  2. Westels: draa raa aare (=drie rauwe eieren)
  3. Mechels (BE): drau rau aure (=drie rauwe eieren)
  4. Evergems: è rèè èèèrs (=heb je rauwe eieren)
  5. West-Vlaams: d'eiers gan roven (=de eieren gaan rapen)
  6. Hams: eiren goan geiren (=eieren gaan rapen)
  7. Overmeers: ne kurf eiren (=een korf eieren)
  8. Kinrooi: Dae gaer eier itj kan daodoor nog gein eier lègke! (=Die graag eieren eet kan daardoor nog geen eieren leggen!)
  9. Balens: de vogels langen (=de eieren van de vogels roven)
  10. Horster: de henne die làgte! (=de kippen legden veel eieren)
  11. Aalsters: droi ra oiren in e penneken gekloesjt (=3 rauwe eieren in een panneken geklutst)
  12. Tilburgs: as un kiep leej, stao-se (=als een kip (eieren) legt, staat ze)
  13. Waregems: ie doe één 't vlas// één de kooln// één d'eiers (in 3 x uitgespr. als één) (=hij is handelaar in vlas// in kolen// in eieren)
  14. Tilburgs: Kwok ham ha, dan aat ik aaier mee ham ak aaier ha (=Ik zou willen dat ik ham had, dan at ik eieren met ham, als ik tenminste eieren zou hebben)
  15. Haarsteegs: Hij komt mee zun aaier nao Paose (=Te laat met iets aankomen,hij komt met zijn eieren na Pasen.)
  16. Dordts: jij maak het hillemaal van eieren (=jij kan het leuk vertellen)
  17. Merenaars: In miejer op de kassau laugen drau rau auren mi ne parau derbau (=In Mere op de kassei lagen 3 rauwe eieren met een prei erbij)
  18. Liemers: Een ei 's gin ei, twee eiere 's 'n half ei, drie eiere 's pas 'n heel klein eitje (=Groot gebruiker van eieren alleen met Pasen.)
  19. Drents: kaokeln is gien kuunst, maor eierleggen wal (=kakelen is geen kunst, maar eieren leggen wel -> makkelijker gezegd dan gadaan)
  20. Tilburgs: Kwok un aai ha, dan aat ik aaier mee ham, ak ham ha. (=ik zou willen dat ik een ei had, dan at ik eieren met ham, als ik ham had.)
  21. Munsterbilzen - Minsters: de bloën ès verlèd , de hojs zen haan moete auttet nès haage (=de merel heeft het broeden opgegeven omdat je met de eieren hebt aangeraakt)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen