Spreekwoorden met `ul`

Zoek


71 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ul`

  1. achter de coulissen kijken (=de echte toestand zien (ontdekken))
  2. achter de gordijntjes smullen (=in stilte opeten)
  3. Aken en Keulen zijn niet op één dag gebouwd (=voor een uitgebreide klus heb je meer tijd nodig)
  4. belofte maakt schuld (=als je iets beloofd hebt moet je dat ook nakomen)
  5. brutaal als de beul (=zeer brutaal)
  6. bulken van het geld (=geld in overvloed hebben)
  7. dat is Beulemans Frans (=dat is slecht Frans spreken. In België zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hun beurt vinden Vlaams weer slecht Nederlands)
  8. dat varkentje zullen we even wassen (=deze opdracht zullen we even uitvoeren)
  9. de dorsende os zult gij niet muilbanden (=iemand die voor je werkt moet je goed behandelen)
  10. de gulden middenweg (houden/bewandelen/verkiezen) (=een tussenstandpunt of tussenoplossing verkiezen)
  11. de kraaien zullen het uitbrengen (=de waarheid zal aan het licht komen)
  12. de pil vergulden (=iets vervelends op zo vriendelijk mogelijke manier zeggen)
  13. de raven zullen het uitbrengen (=de waarheid komt hoe dan ook aan het licht)
  14. de vermoorde onschuld spelen (=net doen alsof je van niets weet)
  15. de vruchten zullen de beloften der bloemen overtreffen (=het is nu al goed, maar het eindresultaat wordt nog veel beter)
  16. een Keulse reis doen (=heel lang wegblijven)
  17. een kinderhand is gauw gevuld (=met een kleinigheid tevreden zijn)
  18. een krul meer in zijn staart hebben dan een ander (=speciaal willen zijn)
  19. een krul meer in zijn staart hebben dan een gewoon mens (=zich een beetje aanstellen)
  20. een lulletje rozenwater (=een weinig dynamisch persoon)
  21. een nul in het cijfer zijn (=niets in te brengen hebben)
  22. een put maken om een andere te vullen (=met de ene lening de vorige afbetalen)
  23. een smulpaap zijn (=van lekker eten houden)
  24. een varken heeft wel een krul in zijn staart. (=er is altijd iets om trots op te zijn)
  25. geduld is een schone zaak (=wie rustig afwacht wordt beloond)
  26. geef het veulen geen haver en het kind geen brandewijn. (=behandel kinderen niet als grote mensen)
  27. geen benul hebben (=iets echt niet doorhebben)
  28. gekruld haar, gekrulde zinnen (=vreemdelingen hebben andere zeden en gewoonten)
  29. gevulde heer (=rond zandgebak)
  30. het antwoord schuldig blijven (=het antwoord niet kunnen geven)
  31. het in Keulen horen donderen (=met stomheid geslagen zijn)
  32. het krullen van de staart is het fatsoen van de hond. (=iedereen heeft wel een positieve eigenschap)
  33. het vat der Danaïden vullen (=nooit klaar komen met het werk)
  34. het veulen laten draven. (=gaan plassen)
  35. iemands geduld uitputten (=iemand op de zenuwen werken)
  36. iets voor Jan Lul doen (=moeite doen zonder enig resultaat of waardering)
  37. in zijn schulp kruipen (=zich in zichzelf terugtrekken, niet verder aandringen)
  38. in zulk water vangt men zulke vissen (=van dat slag volk mag men dat verwachten)
  39. in zulke vijvers vangt men zulke vissen (=van dat slag volk mag men dat verwachten)
  40. je een bult lachen (=hard lachen)
  41. je handen in onschuld wassen (=doen alsof men geen schuld heeft)
  42. je weren als een kat in de krullen (=je fel verweren)
  43. je zult stokvis eten. (=je krijgt slaag.)
  44. je zult ze maar de kost moeten geven (=het zijn er veel (mensen))
  45. jut en jul (=een apart of raar stelletje)
  46. Keulen en Aken zijn niet op een dag gebouwd (=grote projecten kosten tijd (en vergen geduld))
  47. kijken of men het in Keulen hoort donderen (=heel erg verbaasd kijken)
  48. kinderen die zwijgen zullen ook nooit wat krijgen (=aanvulling op `Kinderen die vragen worden overgeslagen.`)
  49. lust je nog peultjes (=wat zeg je me daarvan!)
  50. maart heeft een krul in zijn staart. (=in maart kan het wisselvallig zijn)

122 betekenissen bevatten `ul`

  1. in de schoenen schuiven (=(vaak onterecht) beschuldigen)
  2. bij iemand in het krijt staan (=aan iemand iets schuldig zijn)
  3. kinderen die zwijgen zullen ook nooit wat krijgen (=aanvulling op `Kinderen die vragen worden overgeslagen.`)
  4. het gelag betalen (=alle kosten moeten betalen terwijl ook anderen er schuld aan hebben)
  5. voor Sinterklaas spelen (=alle wensen vervullen, alles voor iedereen betalen)
  6. het leven is meer dan eten en drinken. (=alleen eten en drinken vult geen leven.)
  7. wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van)
  8. als je hem een vinger geeft, neemt hij de hele hand (=als je iemand een beetje helpt, wil diegene altijd je hulp)
  9. waar een wil is is een weg (=als je iets echt wilt, dan zul je ook slagen /de weg vinden naar je doel)
  10. wie gekheid zaait zal dwaasheid oogsten. (=als je ongebruikelijke dingen doet krijg je ook ongebruikelijke resultaten)
  11. zitten alsof men een luis in zijn oor heeft (=alsof hij door zijn geweten beschuldigd wordt)
  12. altijd de kwade pier zijn (=altijd als de schuldige aangewezen worden)
  13. dat is huilen met de pet op (=bedroevend resultaat)
  14. waar twee kijven hebben twee schuld (=beide personen hebben schuld als ze ruzie met elkaar maken)
  15. met hangende pootjes thuiskomen (=bewust van schuld (thuis)komen / zeer tegen zijn zin)
  16. zoden aan de dijk zetten (=daadwerkelijk hulp verschaffen)
  17. dat kan Bruin(tje) niet trekken (=dat kunnen we ons niet veroorloven (afgeleid van een populaire naam voor trekpaarden))
  18. de kraan dichtdraaien (=de (financiële) hulp sterk verminderen of stopzetten)
  19. aan de rand van het ravijn bloeien de mooiste bloemen (=de beste resultaten dragen tegelijkertijd de grootste risico`s)
  20. de eigen boontjes doppen (=de eigen zaken regelen zonder hulp van anderen)
  21. eerste viool willen spelen (=de meest prominente taak willen vervullen, bijvoorbeeld als leider of woordvoerder van de groep)
  22. op de pianist schieten (=de onschuldige (de brenger van het nieuws) straffen)
  23. de mug uitzuigen en de kameel doorzwelgen (=de onschuldige straffen en zelf schaamteloos zondigen)
  24. de zwartepiet doorspelen (=de schuld doorschuiven)
  25. de zwartepiet krijgen (=de schuld krijgen)
  26. de wrijfpaal zijn (=de schuld krijgen (van alles))
  27. een streep door de rekening halen (=de schuld van iemand kwijtschelden en het er niet meer over hebben)
  28. de kwaaie pier (=de schuldige)
  29. de dader ligt op het kerkhof (=de schuldige is niet te vinden)
  30. dat varkentje zullen we even wassen (=deze opdracht zullen we even uitvoeren)
  31. scherven brengen geluk. (=dit zeg je om iemand zich minder schuldig te laten voelen)
  32. je handen in onschuld wassen (=doen alsof men geen schuld heeft)
  33. goed gereedschap is het halve werk (=door de juiste hulpmiddelen te gebruiken wordt het karwei snel geklaard)
  34. een zware pijp roken (=door eigen schuld in moeilijkheden komen)
  35. met gesloten beurs betalen (=door middel van een wederzijdse schuld het bedrag verrekenen)
  36. de pot verwijt de ketel dat die zwart ziet (=een ander aanwijzen als schuldige, terwijl die zelf hetzelfde gedaan heeft)
  37. een beerput opentrekken (=een geheim onthullen of schandalen blootleggen.)
  38. een wolf in de schaapskooi. (=een gevaarlijk iemand die zich als onschuldig voordoet)
  39. een wolf in schaapskleren (=een gevaarlijk iemand die zich als onschuldig voordoet)
  40. een vogel voor de kat (=een hulpeloos slachtoffer, dat niet meer gered kan worden)
  41. een tipje van de sluier oplichten (=een klein stukje van het onbekende onthullen)
  42. te boek staan. (=een schuld hebben.)
  43. hou en trouw (beloven) (=elkaar overal (zullen) helpen)
  44. er debet aan zijn (=er schuldig aan zijn)
  45. dat muisje heeft een staartje. (=er zullen nog problemen komen)
  46. de zondebok zijn (=ergens de schuld van krijgen)
  47. je kruk ergens tussen steken (=ergens ter hulp komen)
  48. tijd brengt raad. (=geduldig zijn leidt tot betere beslissingen of oplossingen)
  49. wat baten kaars of bril, als de uil niet zien en wil. (=gezegd als een koppig iemand advies of hulp negeert)
  50. Keulen en Aken zijn niet op een dag gebouwd (=grote projecten kosten tijd (en vergen geduld))

2 dialectgezegden bevatten `ul`

  1. der zit un ul ip je dak (=je moet nog je huis verder afbetalen) (West-Vlaams)
  2. Jès were den ul van ' t spel (=Hij is weer de dupe) (West-Vlaams)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen