Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

14 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `have`

  1. als een bok op de haverkist (=wakend om de gelegenheid niet te laten voorbijgaan)
  2. de paarden die de haver verdienen krijgen ze niet (=zij die het goede werk verrichten, krijgen niet altijd de beloning)
  3. erop zitten als de bok op de haverkist (=er bijzonder happig op zijn)
  4. have en goed (verliezen) (=alles wat je hebt (verliezen))
  5. het paard dat de haver verdient krijgt ze niet (=diegene die het goede gedaan heeft, krijgt de beloning niet)
  6. hij zit erop als de bok op de haverkist (=hij is er bijzonder happig op)
  7. iemand van haver tot gort kennen (=iemands persoonlijkheid helemaal kennen)
  8. iets van haver tot gort vertellen (=iets tot in detail vertellen)
  9. in behouden haven zijn (=veilig ergens zijn (bv na een reis))
  10. in het zicht van de haven schipbreuk lijden (=op het laatste nippertje nog verliezen)
  11. late haver komt ook op (=het is niet omdat iets laat komt, dat het niet goed zou zijn)
  12. om de haverklap (=op alle mogelijke momenten, steeds weer opnieuw)
  13. paarden die haver verdienen krijgen ze niet. (=de mensen die het hardste werken, krijgen het minste geld)
  14. van haver tot gort (kennen) (=volledig)

3 betekenissen bevatten `have`

  1. het ruime sop kiezen (=de haven uitvaren)
  2. het juiste midden vinden (=een goed evenwicht vinden tussen twee tegengestelde aanpakken. Bijvoorbeeld, als het er om gaat hoeveel bevoegdheden de politie moet hebben om de rechtsstaat te handhaven.)
  3. aan zijn eindje vasthouden (=zijn standpunt handhaven)

Het dialectenwoordenboek kent 25 spreekwoorden met `have`

  1. Bilzers: alle honsgezeek (=om de haverklap)
  2. Munsterbilzen - Minsters: alle vijf-voet (=om de haverklap)
  3. Westfries: As 'n kraai op 'n kreng (=Als een bok op een haverkist)
  4. Lommels: elk hondsgezeik (=om de haverklap)
  5. Bilzers: slaog üm slinger; slaog vür slaog (=om de haverklap)
  6. Balens: alle honds gezaiken (=om de haverklap)
  7. Huizers: As 'n hóngd óp 'n zieke koo (=Als een bok op een haverkist)
  8. Overmeers: ne zak hauvre (=een zak haver)
  9. Bilzers: alle honsgezeek; allemeraaje; alle vijf voêt (=om de haverklap)
  10. Westerkwartiers: omme hoaverklap (=om de haverklap)
  11. Munsterbilzen - Minsters: alle hondsgezeek (=om de haverklap)
  12. Kortrijks: slag om slinger (=om de haverklap)
  13. Westerkwartiers: zij kwam elke klapscheet laans (=zij kwam om de haverklap langs)
  14. Susters: dem sjtuk de haver (=hij heeft teveel energie)
  15. Zeeuws: ie sprong ter op as un bok op un [haver] iver kisteas nduuvel oophie-erad (=rap)
  16. IJmuidens: ff kantje pikken (=langs de haven lopen/wandelen)
  17. Munsterbilzen - Minsters: aste bezoeëpe bés, moeste ielëk honsgezeek gojn zeeke (=als je veel gedronken hebt, moet je om de haverklap gaan plassen)
  18. IJmuidens: een kantje pikken (=langs de haven wandelen)
  19. Hams: twit lam it oee en tzwert lam it ouver (=het witte lam eet hooi en het zwarte lam eet haver)
  20. Lokers: 't is zijnen auver nie weirt (=het rendeert niet, het kost meer dan het opbrengt, het is zijn haver niet waard)
  21. Drents: Geef een vul gien haver en een kind gien brandewien (=Laat kinderen kind blijven, maak ze niet te wijs)
  22. Buggenhouts: zeine bek in zein ploimen haven (=weten waneer men 'terecht 'moet zwijgen)
  23. Sint-Niklaas: ei springt erop gullèk nun bok op doaverkist (= haverkist) (=hij kan niet langer wachten om te beginnen eten)
  24. Bilzers: Eten en drinke es den have kos (=hebben we nog wat in huis ?)
  25. Kanners: dat ès 'nen have gaore (=hij is niet goed snik)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen