Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

4 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `eend`

  1. een taling uitzenden om een eendvogel te vangen (=een kleinigheid opofferen om iets belangrijks terug te krijgen)
  2. een vreemde eend in de bijt (=een vreemd exemplaar in de groep. (Een bijt is een opening in het ijs))
  3. eendracht maakt macht (=wanneer mensen samenwerken kan men veel bereiken)
  4. elk schot is geen eendvogel (=niet iedere poging of alles wat je doet is succesvol)

6 betekenissen bevatten `eend`

  1. met de hand op het hart (=eerlijk en gemeend)
  2. het mes snijdt aan twee kanten (=het levert dubbel voordeel op (NL.) Er zijn niet alleen voordelen aan verbonden, je kan eender wat vanuit verschillende en zelfs tegengestelde standpunten bekijken (BE).)
  3. vliegt de blauwvoet storm op zee (=leuze van de Vlaamse nationalisten (ontleend aan Conscience))
  4. een gouden dak op het huis hebben (=wonen in een huis dat gebouwd is met geleend geld)
  5. een zilveren dak op het huis hebben (=wonen in een huis dat gebouwd is met geleend geld)
  6. het zijn vogels van enerlei veren (=ze zijn eender)

Het dialectenwoordenboek kent 14 spreekwoorden met `eend`

  1. Rotterdams: Hotel Emma (=Politieburo eendrachtsplein)
  2. Merenaars: oepen en toepen (=eender wat doen, erop los leven)
  3. Zwols: kiek die tamme ente ies, as 't oew tamme ente is pak em dan. In de 60-er jaren reed er in Zwolle een lelijk eendje rond met de Latijnse tekst: Sidi tamentis, astoe entis pactum (=kijk die tamme eend eens, als het jouw eend is pak hem dan)
  4. Westerkwartiers: niet elk schot is 'n eendvogel (=niet iedere poging is raak)
  5. Lutters: alle enties zwõmt int water (=alle eendjes zwemmen in het water)
  6. Westerkwartiers: elk schot is gien eendvogel (=niet elke poging lukt)
  7. Merenaars: der mè zèn moesj nor sloeën (=raden, eender wat antzoorden)
  8. Noorderkempisch: Paktitamentis (=Pak die tamme eend eens)
  9. Lebbeeks: vrouijen: Dei zaa mé ne paul vrouijen (=Die zou met eender wie vrijen)
  10. Steins: 't is mich sjiet egaal (=het is mij om het eender)
  11. Epers: Dät kan net eender wat wéézn (=Dat kan van alles zijn)
  12. Klemskerks: 't Reegent d'r ip lik ip een oande: hij/zij is ongevoelig voor berisping, kritiek, vermaning of goede raad (='t Regent erop gelijk op een eend)
  13. Kampers: Sie die tamme ante ies, as te oenten ist pakt em (pseudo-latijn!) (=kijk die tamme eend eens,als ie van jou is pak 'm)
  14. Liemers: Hentum van Bentum draei-j den end um anders verbrentum (In kwazie latijn). (=Pastoorsmeid Hentje van Bentum was ook de koster en hadden eend in de pan die dreigde aan te branden onder de hoogmis de pastoor draaide zich om en zong:)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen