Spreekwoorden met `goesting`

Zoek
Er zijn geen spreekwoorden gevonden die `goesting` bevatten.
Er zijn geen betekenissen gevonden die `goesting` bevatten.

49 dialectgezegden bevatten `goesting`

  1. as et krievelt moeste krabbe (=als je goesting hebt, moet je zorgen dat het vanzelf overgaat) (Munsterbilzen - Minsters)
  2. aste goesting vër te wërke bij mich opkump, dan waach ich wol tottët vanzelf iëvërgeet (=je moet nooit te snel handelen, afwachten lost soms de problemen op) (Munsterbilzen - Minsters)
  3. aste krievël hëbs, moeste dabbe (=als je goesting hebt in iets, moet je toeslaan) (Munsterbilzen - Minsters)
  4. da kump van de lange berg (=dat is zonder veel overtuiging / goesting) (Munsterbilzen - Minsters)
  5. dae hèt goesting tot èn zënen dikke tein (=die hunkert naar....) (Munsterbilzen - Minsters)
  6. dae kan zen gojing nie vènne (=hij vindt niets naar zijn goesting) (Bilzers)
  7. dae steet stijf van polka (=die heeft veel goesting) (Munsterbilzen - Minsters)
  8. das mën lèste goesting (=die ziet er niet uit, man!) (Munsterbilzen - Minsters)
  9. das noë men goesting (=dat is naar mijn zin) (Bilzers)
  10. dat kümp zau van wijd voert (='t is niet met volle goesting) (Bilzers)
  11. de flem hëbbë (=geen goesting hebben) (Munsterbilzen - Minsters)
  12. dik tegen zèn goesting (=sterk tegen zijn zin) (Meers)
  13. doë kraajg ich de krievël van (=daar krijg ik echte goesting van) (Munsterbilzen - Minsters)
  14. erm zin hëbbe (=somber gestemd zijn, geen goesting hebben aan iets) (Munsterbilzen - Minsters)
  15. érmzin hebbe (=geen goesting hebben -een inzinking kennen) (Munsterbilzen - Minsters)
  16. étj da ge schuun wedj (=eet uw goesting) (Herns (Herne, VL-B))
  17. ge hebt moar te spreken en uwe mond goat open. dat wordt geegd op altijd dezelfde aangename toon. (=je hebt veel goesting om bepaald voedsel vb mosselen met frieten. je komt thuis en je mama is dat juist aan het koken dan zegt ze) (Antwerps)
  18. gieën goesting in emmen (=er niet naar talen) (Wichels)
  19. Goeste es keup (=goesting doet kopen) (Aalters)
  20. goesting ès koop (=wie iets wil doen, vindt een middel; wioe niets wil doen vindt altijd en excuus) (Munsterbilzen - Minsters)
  21. goesting is koup (=zin doet kopen) (Weerts)
  22. Gósting kruuptj dèk samen op e klein plaetske! (=goesting kruipt soms samen op een klein plaatsje!) (Kinroois)
  23. het krievelt (=ik heb veel goesting) (Munsterbilzen - Minsters)
  24. ich hëb paajn aoën mën goesting (=ik heb geen goesting, ik ben lui) (Munsterbilzen - Minsters)
  25. ich hëb paajn aon mën goesting (=ik heb er geen trek in) (Munsterbilzen - Minsters)
  26. ich hëb paajn ojn men goesting (=ik heb niet veel goesting) (Munsterbilzen - Minsters)
  27. ich hëb paajn on mën goesting (=ik heb geen goesting) (Munsterbilzen - Minsters)
  28. ich kan nie mei waachte tot taus (=ik heb zo een goesting) (Munsterbilzen - Minsters)
  29. ielëk zen eege goesting (=naar eigen believen) (Munsterbilzen - Minsters)
  30. iemëd watteraetig maoke (=iemand goesting doen krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
  31. kak of gene kak, de kons mich de pot op (=als je nu goesting hebt of niet, trap het hem af) (Munsterbilzen - Minsters)
  32. kak of gene kak, de pot op! (=goesting of geen, vooruit!) (Munsterbilzen - Minsters)
  33. kèn der min goesting van; 'k ben tsoe beu as kaa pap (=ik ben het beu) (Sint-Niklaas)
  34. ken der woeste in, 'k èn doar goeste vwoaren (=ik heb DAAR goesting IN) (West-Vlaams)
  35. koj zin hëbbe (=niet veel goesting hebben) (Munsterbilzen - Minsters)
  36. kop krijge (=goesting krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
  37. kroem zin hëbbe (=geen goesting hebben) (Munsterbilzen - Minsters)
  38. Mee lange tanne ete (=Niet veel goesting hebben bij het eten) (Sint-Katelijne-Waver)
  39. mën goesting ès al iëvër (=dat is afstotelijk) (Munsterbilzen - Minsters)
  40. men haan krievele (=ik heb goesting om een pak rammel uit te delen) (Munsterbilzen - Minsters)
  41. ne noaten hond ès rap berèngert (=wie altijd goesting heeft, hoef je niet te overtuigen..) (Munsterbilzen - Minsters)
  42. paajn aoën zën goesting hëbbe (=lui of lusteloos zijn) (Munsterbilzen - Minsters)
  43. paajn on mën goesting (=geen zin) (Munsterbilzen - Minsters)
  44. sjaos dat nie iedreen zau triëver dink (=goesting is koop) (Bilzers)
  45. t begint te krievele (=ik krijg goesting) (Munsterbilzen - Minsters)
  46. teige aa goesting gieënen beit (=je moet niet eten als je het niet lust) (Winksels)
  47. twor wir van dat (=hij had weer goesting) (Bilzers)
  48. va zèn ert ne steen moaken (=iets doen zonder veel goesting) (Sint-Niklaas)
  49. ze hoch het wir nie èn hër krolle (=ze had er weer geen goesting in, het ging niet) (Munsterbilzen - Minsters)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen