Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


7 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `genoeg`

  1. een kruisje is genoeg voor een boterham uit het vuistje (=voor een gewone broodmaaltijd moet niet te veel gebeden worden)
  2. elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=men moet zich niet zorgen maken over de toekomst)
  3. geen zorgen voor morgen, elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=de moeilijkheden van vandaag zijn genoeg om je zorgen over te maken)
  4. lang genoeg in de kreupelstraat gewoond hebben (=lang genoeg in de problemen gezeten hebben)
  5. mans genoeg zijn (=het wel alleen afkunnen)
  6. met alle soorten van genoegen (=heel graag)
  7. schoon genoeg hebben van (=meer dan genoeg hebben van, een hekel hebben aan)

37 betekenissen bevatten `genoeg`

  1. komt tijd komt raad (=als er genoeg tijd overheen gaat, komt de oplossing vanzelf)
  2. geen zorgen voor morgen, elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=de moeilijkheden van vandaag zijn genoeg om je zorgen over te maken)
  3. het zit eraan bij hem/haar (=diegene kan het betalen, er is genoeg)
  4. een ei is geen ei twee ei is een half ei drie ei is een paasei (=één is niet genoeg, twee is beter, drie is goed)
  5. iemand op zijn vestje spuwen (=een standje geven en ongenoegen over iemand uiten)
  6. een bonte kraai maakt nog geen winter (=één voorbeeld is niet genoeg om een definitief besluit te nemen)
  7. het kan er niet af (=er is niet genoeg geld voor)
  8. er kan nog een kabeljauw onderdoor (=er is ruimte genoeg (brug, speling))
  9. zijn bekomst ergens van hebben (=ergens genoeg van hebben)
  10. ergens zijn buik van vol hebben (=ergens genoeg van hebben)
  11. het de keel uithangen (=ergens genoeg van hebben)
  12. het hoofd boven water houden (=financieel rondkomen, juist genoeg geld hebben om te kunnen leven)
  13. zijn eindje wel kunnen halen (=genoeg (geld) hebben tot aan zijn dood)
  14. zijn koetjes op het droge hebben (=genoeg (geld) hebben voor de rest van het leven)
  15. het zat zijn (=genoeg ergens van hebben en er geen zin meer in hebben)
  16. ruim zijn aandeel in 's werelds lief en leed gehad hebben (=genoeg geluk en tegenslagen gekend hebben)
  17. als de berg niet tot Mohammed komt, zal Mohammed tot de berg gaan (=genoegen nemen met wat er beschikbaar/mogelijk is)
  18. een kort liedje is gauw gezongen (=het onaangename gaat snel genoeg voorbij)
  19. hij lust er pap van (=hij kan er niet genoeg van krijgen)
  20. menen ligt dicht bij Kortrijk (maar verre van Waregem) (=iets menen is niet genoeg; je moet er zeker van zijn. )
  21. het zit me tot hier (=ik heb er genoeg van)
  22. de aanhouder wint (=je wint als je maar lang genoeg blijft proberen)
  23. lang genoeg in de kreupelstraat gewoond hebben (=lang genoeg in de problemen gezeten hebben)
  24. zwemmen in (=meer dan genoeg hebben)
  25. schoon genoeg hebben van (=meer dan genoeg hebben van, een hekel hebben aan)
  26. voor het opscheppen hebben (=meer dan genoeg hebben, zonder er iets voor te moeten doen)
  27. onder een staand zeiltje is het goed roeien (=met een klein vast inkomen, verdient men al gauw genoeg voor de kost)
  28. een veer (moeten) laten (=met minder genoegen moeten nemen)
  29. eieren voor je geld kiezen (=met minder genoegen nemen dan men eerder wilde)
  30. niet in tel zijn (=niet belangrijk genoeg zijn of genegeerd worden door anderen)
  31. te kort komen (=niet genoeg (kunnen) doen)
  32. te kort doen (=niet goed verzorgen, niet genoeg geven)
  33. lekker is maar één vinger lang (=oppervlakkige genoegens geven ook maar een betrekkelijke voldoening. / leuke dingen duren meestal maar erg kort)
  34. tot de jaren des onderscheids komen (=oud genoeg zijn om zelf te weten/mogen wat wel en niet mag)
  35. een goed verstaander heeft maar een half woord nodig (=voor een goed verstaander is een kleine aanwijzing genoeg)
  36. voor de bui binnen zijn (=voordat het slechter wordt genoeg verdiend hebben)
  37. liggen de handen dan liggen de tanden (=wie niet werkt verdient niet genoeg om te eten)

Het dialectenwoordenboek kent 114 spreekwoorden met `genoeg`

  1. Prinsenbeek: Die krabbe ze nie bloot (=Die heeft geld genoeg)
  2. Munsterbilzen - Minsters: zwëmme ènnet geld (=geld genoeg hebben)
  3. Overpelts: dik zijn (=genoeg geeten hebben)
  4. Westerkwartiers: hij is maans genog (=hij heeft capaciteiten genoeg)
  5. Venloos: Dae haet 't diek (=Hij heeft geld genoeg)
  6. Sint-Niklaas: ier is plek (plots) zat (=hier is er plaats genoeg)
  7. Lichtervelds: kee mn dikte (=ik heb er genoeg van)
  8. Westerkwartiers: 'k ben zat ! (=ik heb genoeg gegeten !)
  9. Munsterbilzen - Minsters: stijf gedroenke (=genoeg (bier) gehad)
  10. Bilzers: bansjeiters hübbe nie tekot (=we hebben genoeg bangerikken)
  11. Bilzers: on klaogers gene naud (=klagers genoeg)
  12. Liemers: 'n Boer en zien zoeg hemme nooit genoeg (=Een boer en zijn zeug hebben nooit genoeg)
  13. Sint-Katelijne-Waver: Zo muug als kaa pap (=Doodop : genoeg van iets hebben)
  14. Waalwijks: Erges peuke van scheite (=Ergens schoon genoeg van hebben)
  15. West-Vlaams: 't es tit tat 't ut es (=Er genoeg van hebben)
  16. tervurens: maain keir es vol (=ik ben zat en heb genoeg)
  17. Harelbeeks: 'K eedre myn'n beuk van vul (=Ik heb er genoeg van)
  18. Sint-Niklaas: nô èd op minnen teen getrapt (=nu is het genoeg geweest)
  19. Westerkwartiers: nou benn'n de roap'm goar (=nu is het meer dan genoeg !)
  20. Tilburgs: we hèn nat zat gehat (=we hebben regen genoeg gehad)
  21. Kaatsheuvels: Ge zè maans genoeg om dè te doen (=Je bent oud en wijs genoeg om dit te doen)
  22. Westerkwartiers: doar lus 'k wel suup'nbrei van (=daar krijg ik geen genoeg van)
  23. Kerkraads: d'r jilles nit vol jenóg krieje (=de buik niet vol genoeg kunnen krijgen)
  24. Kerkraads: d'r pansj nit vol krieje (=de buik niet vol genoeg kunnen krijgen)
  25. Westerkwartiers: d'r benn'n veul die te veul hemm'n, moar gienéén het genog (=genoeg is meer dan veel)
  26. Zaans: Hè jai een maag met een verwullef? (=Heb je nou nóg niet genoeg gegeten?)
  27. Diesters: ichem menne buiëk ervan vol ; ich gijf et oep (=ik heb er genoeg van)
  28. Lommels: ge kunt me klowte kussen (=ik heb er genoeg van man, trapt het af man)
  29. Weerts: ich bin det meûg as kaoj pap (=ik heb er meer dan genoeg van)
  30. Munsterbilzen - Minsters: da kümp mich de stro(eë)t aut (=ik heb er meer dan genoeg van)
  31. Westerkwartiers: 'k heb d'r nou mien nucht van !! (=ik heb er nu genoeg van !!)
  32. Astens: 'n koew en 'n zog hebbe noit genog (=over iemand die nooit genoeg heeft)
  33. Weerts: Det beschutj d'r neet aan (=Dat is niet genoeg!)
  34. Heezers: de is wijt zat (=dat is ver genoeg)
  35. Westerkwartiers: dat was op 'e kop oaf genog (=dat was precies genoeg)
  36. Hulsters (NL): zô beuj as kouwe pap (=er genoeg van hebben)
  37. Bilzers: tzaat nie verdiene op zen iërappel (=niet genoeg verdienen)
  38. Tilburgs: in die kèèrek is plòts genogt (=in die kerk is genoeg plaats)
  39. Overpelts: ich bin dik (=Ik heb genoeg geëten)
  40. Menens: 'k bënne beskid (=ik weet genoeg)
  41. Veurns: ze bekomst' èn (=genoeg hebben)
  42. Westerkwartiers: doar trok ze heur neus veur op (=dat was haar niet goed genoeg)
  43. Geels: khem er mène peens van vol (=er genoeg van hebben)
  44. Waalwijks: Erges vort peuke van scheite (=Ergens schoon genoeg van hebben)
  45. Ninoofs: de plank op en binn'n (=het kon niet rap genoeg gaan)
  46. Genneps: D'n ha.ls nie vol kunnen kriege (=Niet genoeg kunnen krijgen)
  47. Westerkwartiers: 'k ben d'r zat van (=ik heb er genoeg van)
  48. Amsterdams: ik ben er pagus van. (=ik heb er genoeg van.)
  49. Achterhoeks: Ie hebt de köttel in't dwars veur het gat zitt'n (=alles wat iemand anders doet is niet goed genoeg (roddelen))
  50. Waregems: 't steekt oes teeg'n/ 't es oes verleeëd/ 't zit oes tot ier (=we hebben er genoeg van)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen