Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


10 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `moeder`

  1. bij moeders pappot (=thuis)
  2. bij moeders pappot blijven (=thuis blijven - enkel spreken over iets waar men iets over weet)
  3. daar helpt geen lievemoederen/moedertje lief aan (=niets helpt, ook vriendelijke woorden niet)
  4. iets met de moedermelk binnenkrijgen (=iets leren in de eerste levensjaren)
  5. met de moedermelk ingezogen hebben (=van jongs af zo geleerd hebben)
  6. moederziel alleen (zijn) (=helemaal alleen (zijn))
  7. voorzichtigheid is de moeder der wijsheid (=doe het voorzichtig, dan komt er geen schade)
  8. voorzichtigheid is de moeder van de porseleinkast (=door voorzichtig te zijn, gaan tere zaken langer mee)
  9. wie naar zijn moeder en vader niet hoort moet het kalfsvel volgen (=wie niet naar zijn ouders luistert, moet soldaat worden)
  10. zo vader, zo zoon (of: Zo moeder, zo dochter) (=kinderen erven de eigenschappen van hun ouders)

2 betekenissen bevatten `moeder`

  1. mal moertje mal kindje (=als de moeder te veel toegeeft zal het kind niet deugen)
  2. olie op de golven gieten/gooien (=de gemoederen kalmeren)

Het dialectenwoordenboek kent 67 spreekwoorden met `moeder`

  1. Veurns: lokketette doen (=De moederborst krijgen)
  2. Genneps: Hij zit bij moet op de slup (=moederkindje)
  3. helmonds: Allie moeder hengt nie an oew krois (=moeders kindje)
  4. Brakels: ij èngt nog oan zij moejers rok'n (=hij blijft een moederskind)
  5. Sint-Niklaas: moederkeszalf (=een klein kind met speeksel van moeder inwrijven)
  6. Flakkees: Un superpertje doewe bie moeders (=Bij je moeder een avondmaaltje eten)
  7. Hulshouts: Mojenoks en berrevits dé de bemme schesse up schiëve schoverdane (=moedernaakt en blootvoets door de beemden lopen op schuine schaatsen)
  8. Oudenbosch: daor is gin moederke lieve aon te doen (=daar helpt niets tegen)
  9. Oudenbosch: hij zit daor ok mar moederziel aleene (=hij woont erg afgelegen)
  10. Helmonds: ons moeder zijn vogeltje (=moeder)
  11. Axels: moeders, zaeg niet (=Mam, zeur niet)
  12. Turnhouts: Hoag weef (=Ongehuwde moeder)
  13. Fries: heit (=vader moeder)
  14. Ninoofs: moeier memmekes (=moeder de gans - moeder weet al)
  15. Horster: Ow pap is ow mam (=uw vader is uw moeder)
  16. Waregems: ee se'koocht (=is ze moeder geworden)
  17. Heusdens: moes osmahinne (=waar is ons moeder naartoe)
  18. Spakenburgs: van wee bin jie dur een ? (=wie is je vader of moeder?)
  19. Venloos: Had ik dich maar in de heg gezeik (=moeder teen vervelend kind)
  20. Venloos: goot kind det op z'n mooder liekt (=zo moeder zo dochter)
  21. Harlingers: gaan naar dien ouwe moer (=ga naar je oude moeder)
  22. Heusdens: os ma is wier aan't zage (=ons moeder is weer aan het zagen)
  23. Brabants: ze wou ne kleine (=ze wou moeder worden)
  24. Mestreechs: zie is gepop en gesjete heur mojer\r\nze is sjus häör mam,\r\nsjus twie dröppels water, (=ze is precies haar moeder)
  25. Liedekerks: Tes ze mojer of zenne petj gescheet'n (=Hij is zoals zijn vader of zijn moeder)
  26. Reeks: (ons mam) 'smam is noit thûs, ze is alt de hort op. (=mijn moeder is nooit thuis, ze is altijd weg)
  27. Munsterbilzen - Minsters: de koe méttet kaaf kope (=trouwen met een vrouw die al moeder is)
  28. Westerkwartiers: die eet'n moek d'oorn van 'e kop (=die eten meer dan moeder lief is)
  29. Helmonds: och gèrm,kom mar hier,dé'k oe opraap! (=kind valt en huilt, moeder zegt:)
  30. Slengs: mijn ma es van slenne en mijn pa es van kluizen (=moeder is van sleidinge en vader van kluizen)
  31. Wagenings: moet ligt munt veur de kachel (=moeder ligt uitgeteld voor de kachel)
  32. brabants: Van wie bende gij dur jeenuh (=Wie zijn je vader en moeder)
  33. Wetters: moeder euverste (=\)
  34. Zeeuws: ie zou zn eihen moeder verkopen (=deugniet)
  35. Oudenbosch: maok da oew moeder wijs (=dat geloof ik niet)
  36. Buggenhouts: mama,mama mein voeten hemme ka de stoof es oit mau de schapeip doempt (=moeder, moeder mijn voeten hebben koud de kachel is uit maar de schoorsteen rookt)
  37. Zeeuws: haa naa je moeder en pis de (=bock op)
  38. Maas en waals: Os mam 'n pap of ons vât en moet (=Mijn vader & moeder)
  39. Zwols: Gao naor oe moe en pis de kachel uut (=Ga naar je moeder en pies de kachel uit)
  40. Barnevelds: Gao bie je moeder de kachel uutpisse (=Ga ergens anders klieren!)
  41. Gents: aa es van zaan twiede moeder geklied (=hij is niet zorgzaam gekleed)
  42. kemzekes: ons moeder goot nen bassing loog over den bleek en de pillewuiters kreupen mee haufels noar omhoog (=ons moeder goot een bassin loog over de gazon en de regenwormen kwamen allemaal omhoog)
  43. Zottegems: Go nor uis, manneken, ou moedre ee siepers gebakken op de koolschuppe (=Ga naar huis jongen uw moeder heeft pannekoeken gebakken op de kolenschop)
  44. Heusdens: as os ma zit dat zoe es,dan est zoe ! (=als moeder zegt dat het zo is,dan is het zo !)
  45. Bosch: As ge nou oe-en bèk nie houdt, dan sloa ik daluk al oe krulle uit oe hoar (=moeder wil jengelend kind stil krijgen)
  46. Marine jargon (veelal Maleis): Mijn pader hij hollander, mijn moeder hij indische jongen. (=Zegt Rufi:)
  47. Volendams: je moeder et taartjes (=als je in de weg loopt)
  48. Tilburgs: ge moest oewèège schaome, dègge oew èège moeder zôo vur de gèk haawt ! (=je moet je schamen,, dat je je eigen moeder zo voor de gek houdt !)
  49. Tilburgs: de komplemènte van ons moeder èn ze lòt vraoge òf dè ge èfkes wilt kôome (=mijn moeder laat u groeten en vraagt om even langs te komen)
  50. brabants: ik moy van ons mama na bed (=ik moet van mijn moeder naar bed)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen