Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


8 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `gezicht`

  1. een gezicht als een oorwurm trekken (=erg ontevreden kijken (omdat er bijv. iets gedaan moet worden))
  2. een gezicht van ouwe lappen (=een huilerig of lelijk gezicht)
  3. een lang gezicht trekken/zetten (=laten merken dat men niet tevreden is)
  4. een vriendelijk gezicht brengt overal licht (=een vrolijk persoon weet vaak meer te bereiken dan een nors persoon)
  5. hou je gezicht (=zwijg!)
  6. uit iemands aangezicht gesneden zijn (=sterk op iemand lijken)
  7. wie zijn neus schendt schendt zijn aangezicht (=wie zijn goede naam verliest, komt in moeilijkheden)
  8. zijn gezicht verliezen (=zijn eer verliezen)

11 betekenissen bevatten `gezicht`

  1. in het oog houden (=binnen het gezichtsveld houden)
  2. in het oog hebben (=binnen het gezichtsveld zijn)
  3. dat spreekt boekdelen (=dat is overduidelijk, bijv. 'zijn gezicht spreekt boekdelen')
  4. een hoofd als een boei krijgen (=een erg rode kleur krijgen in het gezicht, erg blozen)
  5. een gezicht van ouwe lappen (=een huilerig of lelijk gezicht)
  6. daar zitten nogal wat haken en ogen aan (=er zijn meer problemen dan je op het eerste gezicht zou denken)
  7. het kainsmerk aan zijn voorhoofd dragen (=het is op zijn gezicht te lezen dat hij een schurk is)
  8. iemand bont en blauw slaan (=iemand zo slaan dat hij een dik gezicht met blauwe en geel blauwe vlekken krijgt)
  9. in het vizier hebben (=in het oog hebben, binnen het gezichtsveld zijn)
  10. met ongebroken lading wegzeilen (=zich zonder gezichtsverlies uit de situatie redden)
  11. het masker afdoen/afleggen/afnemen (=zijn ware gezicht tonen)

Het dialectenwoordenboek kent 112 spreekwoorden met `gezicht`

  1. Moes: e schuën totjen (=een mooi gezichtje)
  2. Ossies: da kupke (=dat gezichtje)
  3. Hulsters (NL): totentrekken - meuten trekken (=gekke gezichten maken)
  4. Antwerps: a jei een moembakkes (=hij heeft twee gezichten)
  5. Buggenhouts: das ien van de sinkse foeir (=een vrouw met gezichts haar begroeiing)
  6. Veldens: waats (=klap (in je gezicht))
  7. Bilzers: ne kop waaj n tomat (=een rood aangelopen gezicht)
  8. Brugs: un dok up jen lucht (=een slag in je gezicht)
  9. Hals: ne smool trekke (=een gek gezicht maken)
  10. Leuvens: ne kop veu hait oep te klieve (=een lelijk gezicht)
  11. Zeels: een lulleke miene (=een lelijke gezicht)
  12. Brakels (gld): T'is gin porum (=Het is geen gezicht)
  13. Munsterbilzen - Minsters: op zen petatte valle (=op zijn gezicht vallen)
  14. Liedekerks: Plesj op a kau'k (=Slag in het gezicht)
  15. West-Vlaams: zin oanzichte spreekt boekdjiln (=zijn gezicht spreekt boekdelen)
  16. Sint-Katelijne-Waver: een oepgedreust gezicht (=Vlekken in het gezicht)
  17. West-Vlaams: zis nie goet e streken (iepers ) (=een gerimpeld gezicht hebben)
  18. Bilzers: n smoel waaj ne stront (=een gezicht als een donderwolk)
  19. Sint-Niklaas: e wezen gullèk een volle moan (=een groot vet, rond gezicht)
  20. Sin tunnis: iemus op zunne moel pèren (=iemand op zijn gezicht slaan)
  21. Gents: nen toek op zijn muile (toote) geeve (=iemand op zijn gezicht slaan)
  22. West-Vlaams: Up u doze vollen, ip ui mulle dèssen (=Op je gezicht vallen)
  23. Brugs: u pattat up je muule (=een slag in je gezicht)
  24. Mechels (BE): Een mot oep oe bakkes (=Een slag in uw gezicht)
  25. Stekens: wast ou wezen (=ga je gezicht wassen)
  26. Olens: ne leileke smoel trekke (=een raar gezicht trekken)
  27. Hulsters (NL): op zain stèr vallen (=op zijn gezicht vallen)
  28. Antwerps: toek oep a bakkes geve (=slag op gezicht geven)
  29. Arnhems: Knal recht op de bek veur! (=Een klap op het gezicht geven.)
  30. Aalsters: een kartasj op a moil - een kest op a bakkes (=een mep op je gezicht)
  31. Munsterbilzen - Minsters: zèttem n kermèl op ze bakkes (=geef hem een slag op zijn gezicht)
  32. Deinzes: Ie ee 'n muil om op te smijdn (=Hij heeft een lelijk gezicht.)
  33. Westerkwartiers: hij vecht veur liefsbehold (=hij vecht om zijn gezicht niet te verliezen)
  34. Wagenings: ik slao hem de bek veur wô (=ik sla hem op zijn gezicht)
  35. Munsterbilzen - Minsters: dae ès ziëker bij de brandwaer (=als hij praat vliegt zijn speeksel in je gezicht)
  36. Lummens: Ze hit e hiel lil-lek bakkes (=Ze heeft een heel lelijk gezicht)
  37. Horpmaal: Ich how oech drek op oer geziech he! (=Zo meteen sla ik op uw gezicht.)
  38. Leuvens: een pees op oe bakkes (=een klop op uw gezicht)
  39. Ostêns: zed e muule lik e nachtvertrek. (=Ze heeft een lelijk gezicht.)
  40. Haarlems: Geen porem, geen smoel (=Geen gezicht)
  41. Ronsisch: 'n Freute treeken (=Een vies gezicht opzetten)
  42. Heezers: Kiek is wan bakkes ie trekt (=Een raar gezicht trekken)
  43. Mechels (BE): nen djoef oep a muille (=een slag in u gezicht)
  44. Sint-Niklaas: iemand een toert geven (=iemand in het gezicht slaan)
  45. Luyksgestels: kèsbölleke virteg plus (=iemand met een rond gezicht)
  46. Deventers: Smeer an de bek (=Klap in het gezicht)
  47. Helmonds: zieter nie oit, likt wel of de fiep deroit getrokke is (=rimpelig gezicht)
  48. Sinttruins: op oer bakkes houn (=op uw gezicht slaan)
  49. Brugs: up sin smikkele voalen (=op zijn gezicht vallen)
  50. Brakels: pirre op ou muile (=slag in het gezicht)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen