Spreekwoorden met `draai`

Zoek

26 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `draai`

  1. aan de draai houden (=bezig houden)
  2. als de kat om de hete brij heen draaien (=iets wel willen, maar het niet durven)
  3. de bak indraaien (=gevangen genomen worden)
  4. de kast indraaien. (=in de gevangenis komen.)
  5. de kraan dichtdraaien (=de (financiële) hulp sterk verminderen of stopzetten)
  6. de wereld draait door (=het leven gaat gewoon door, ondanks problemen.)
  7. de wereld op zijn duim kunnen draaien (=alles doen wat iemand wil)
  8. draaien als een molen (=altijd meegaan met de heersende mening - naar de mond van de toehoorder praten)
  9. een draai aan het verhaal geven (=een hele eigen versie van wat er gebeurd is vertellen)
  10. een draai aan iets geven (=de waarheid verdraaien)
  11. een loer draaien (=een poets bakken)
  12. er voor opdraaien (=het werk van een ander doen)
  13. ieder dubbeltje drie keer omdraaien (=zo gehecht zijn aan geld dat men aarzelt bij iedere uitgave)
  14. iemand een loer draaien (=iemand lelijk behandelen, lelijk te grazen nemen)
  15. iemand een poot uitdraaien (=iemand te veel laten betalen)
  16. iemand een rad voor de ogen draaien (=iemand iets wijsmaken / iemand op gemene wijze bedriegen)
  17. in een haai en een draai (=in een tel)
  18. je draai nemen (=van mening veranderen)
  19. je draai niet kunnen vinden (=ergens niet kunnen aarden)
  20. je draai vinden (=zijn plekje vinden)
  21. je er uitdraaien (=je er uit redden)
  22. met alle winden draaien (=altijd iedereen gelijk geven)
  23. met alle winden meedraaien (=altijd iedereen gelijk geven)
  24. met hem kan men geen spies draaien (=met hem valt niet samen te werken)
  25. te haaien en te draaien lopen (=doelloos ronddwalen)
  26. zoals het raait en draait (=zoals het zijn gangetje gaat)

7 betekenissen bevatten `draai`

  1. als een spin in het web (=de persoon of organisatie waar alles om draait)
  2. een draai aan iets geven (=de waarheid verdraaien)
  3. het haasje zijn (=diegene zijn die er voor opdraait, het slachtoffer)
  4. als een vis op het droge (=iemand die zijn draai niet kan vinden of daar niet thuis hoort)
  5. iemand voor het naadgaren zetten (=iemand voor de schulden laten opdraaien)
  6. het zal je kind maar wezen (=je zal er maar voor op moeten draaien)
  7. met de gebakken peren blijven zitten (=voor de moeilijkheden opdraaien)

38 dialectgezegden bevatten `draai`

  1. 'n slag voor je harses (=draai voor je oren) (Termeis)
  2. ‘N alve draai erin êbbe (ê) (=Een beetje dronken zijn) (Volendams)
  3. ‘N draai òp gàng gooie (=Een was doen) (Volendams)
  4. As ge nie goewd nor de mister loistert, dan kriede un draoi um oew orre (=Als je niet goed naar de meester luistert krijg je een draai om je oren) (Liessents)
  5. asset taus nie kons keire, zulset nërges leire (=als je thuis al niet je draai kan vinden, vind je die nergens) (Bilzers)
  6. d’r eine geflaerdj kriege (=een draai om de oren krijgen) (Heitsers)
  7. Dae ' t thoes neet kan kieëre zal ' t örges anges zeldje lieëre! (=Die thuis zijn draai niet kan vinden zal het ergens anders moeilijk leren!) (Kinroois)
  8. Dan draai ik je kop eraf. (=Dan is papa boos hoor!) (Volendams)
  9. doar draai ik mien haand niet veur om (=dat is voor mij een makkie) (Westerkwartiers)
  10. draai es ne lochte (=zet eens vrolijke dansmuziek op) (Zunderts)
  11. edde oewen draai (=heb je het naar je zin) (Roosendaals)
  12. eetiejur zunne draai al kunne vinne (=is hij er al gewend) (Oudenbosch)
  13. emes aan ‘n oeër lappe (=iemand een draai om z’n oren geven) (Heitsers)
  14. Enge eng wátsche (=Iemand een draai om de oren geven) (nijswillers)
  15. hae hèt op te nauw zëne slinger gevonne (=hij heeft zijn draai terug gevonden) (Munsterbilzen - Minsters)
  16. hae hèttet boeltsje platgegojd (=de kraanmachinist gaf er een verkeerde draai aan) (Munsterbilzen - Minsters)
  17. hedde wel us un drei om oe orren gehad? (=heb je wel eens een draai om je oren gehad?) (Helmonds)
  18. hij geft d'r gauw moar 'n draai aan (=hij maakt er maar gauw iets geheel anders van) (Westerkwartiers)
  19. ich bén nie én men goei bedoeneng (=ik vind mijn draai niet) (Bilzers)
  20. ich bèn zoe zaoët as ne koekërel (=ik draai als een tol) (Munsterbilzen - Minsters)
  21. iemes n goej watsj tiëge de aure gaeve (=iemand een draai rond de oren geven) (Munsterbilzen - Minsters)
  22. iemes tege z'nen appel père (=iemand een draai om zijn oren geven) (Luyksgestels)
  23. ik drei-e mi-j umme (=ik draai mij om) (Sallands)
  24. in 'n droa agen ( in de draai houden) (=onnnodig werk verschaffen / tot last zijn) (Wichels)
  25. ing gedekseld kriehge (=draai om de oren krijgen) (Heerlens)
  26. koak-smeet-kirmesse (=een draai rond je oren) (Deinzes)
  27. ne Furrel (=Een draai om de oren) (Sint-Gillis-Waas)
  28. ne vroenk traon gaeve (=er een andere draai (betekenis, bedoeling) aan, geven) (Munsterbilzen - Minsters)
  29. ne zwoenk on get gaeve (=aan iets een draai geven) (Munsterbilzen - Minsters)
  30. neet onder de veut oët kinne (=Je draai niet kunnen vinden) (Venloos)
  31. nie onderde viet aut kinne (=zijn draai niet kunnen vinden) (Munsterbilzen - Minsters)
  32. seffës kraajgste ën goej watsj rond zën aure (=moet je een draai om je oren hebben) (Munsterbilzen - Minsters)
  33. Ten draai Dol gjin Kanten (=het gaat niet goed) (Kortrijks)
  34. toe în den draai eee (=tot de volgende keer) (Zeeuws)
  35. Wol i-j ne ziege um de aorne, za'k ow 's un watjekou gevven? (=zal ik je een draai om de oren geven) (achterhoeks)
  36. zene slinger vénne (=zijn draai vinden) (Munsterbilzen - Minsters)
  37. zènne meulen draai weer goed (=hij is weer veel geld aan het verdienen) (Sint-Niklaas)
  38. ziege um de aorne gevven (=draai om de oren geven) (Achterhoeks)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen