Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


23 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `draai`

  1. aan de draai houden (=bezig houden)
  2. als de kat om de hete brij heen draaien (=iets wel willen, maar het niet durven)
  3. de bak indraaien (=gevangen genomen worden)
  4. De kraan dichtdraaien (=de (financiële) hulp sterk verminderen of stopzetten)
  5. draaien als een molen (=altijd meegaan met de heersende mening - naar de mond van de toehoorder praten)
  6. een draai aan het verhaal geven (=een hele eigen versie van wat er gebeurd is vertellen)
  7. een loer draaien (=een poets bakken)
  8. ergens voor opdraaien (=het werk van een ander doen / ergens de schuld van krijgen)
  9. Hij laat de wereld op zijn duim draaien (=Men doet alles wat hij wil)
  10. hij loopt te haaien en te draaien (=doelloos ronddwalen)
  11. ieder dubbeltje drie keer omdraaien (=zo gehecht zijn aan geld dat men aarzelt bij iedere uitgave)
  12. iemand een loer draaien (=iemand lelijk behandelen, lelijk te grazen nemen)
  13. iemand een poot uitdraaien (=iemand te veel laten betalen)
  14. iemand een rad voor de ogen draaien (=iemand iets wijsmaken / iemand op gemene wijze bedriegen)
  15. in een haai en een draai (=in een tel)
  16. met alle winden draaien (=altijd iedereen gelijk geven)
  17. met alle winden meedraaien (=altijd iedereen gelijk geven)
  18. Met hem kan men geen spies draaien (=Met hem valt niet samen te werken)
  19. zich er uitdraaien (=zich er uit redden)
  20. zijn draai nemen (=van mening veranderen)
  21. zijn draai niet kunnen vinden (=ergens niet kunnen aarden)
  22. zijn draai vinden (=zijn plekje vinden)
  23. zoals het raait en draait (=zoals het zijn gangetje gaat)

6 betekenissen bevatten `draai`

  1. als een spin in het web (=de persoon of organisatie waar alles om draait)
  2. het haasje zijn (=diegene zijn die er voor opdraait, het slachtoffer)
  3. als een vis op het droge (=iemand die zijn draai niet kan vinden of daar niet thuis hoort)
  4. iemand voor het naadgaren zetten (=iemand voor de schulden laten opdraaien)
  5. het zal je kind maar wezen (=je zal er maar voor op moeten draaien)
  6. met de gebakken peren blijven zitten (=voor de moeilijkheden opdraaien)

Het dialectenwoordenboek kent 71 spreekwoorden met `draai`

  1. Berlaars: ooreg weurre (=draaierig worden)
  2. Walshoutems: daandele (=Onvast lopen t.g.v. draaierigheid)
  3. Sint-Niklaas: ongemakkelijk wurren (wegdrjaan, oardug wurren) (=draaierig worden)
  4. Sint-Niklaas: nonnen (=met een draaitol met ijzeren pin spelen)
  5. Axels: aorighen draaier (=zich vreemd gedragend persoon)
  6. Gouda: Ik zie de wereld voor 'n doedelzak an (=Ik voel me draaierig/niet lekker)
  7. Zeeuws: wat steek je vienger in je had dat ei un draaistoel (=weet je wat)
  8. Oudenbosch: gaotur nou nie om-eene draaie (=zeg wat je wilt zeggen)
  9. Graauws: hij draait als een keutel in een pispot (=hij draait alle kanten uit)
  10. Heerlens: ing gedekseld kriehge (=draai om de oren krijgen)
  11. Munsterbilzen - Minsters: zene slinger vénne (=zijn draai vinden)
  12. Hulshouts: Baa tjoste bjompke droaëm vrum (=Aan de eerste boom draaide hij terug)
  13. Zwevegems: t'n trekt nie. (=Die zaak draait niet goed.)
  14. Lichtervelds: je droajt roend de pot (=hij draait er omheen)
  15. Bilzers: ene kloêt aoftrèkke (=een loer draaien)
  16. Gents: ne poater schilderen (=een loer draaien)
  17. Sevenums: emus kloêten (=iemand een loer draaien)
  18. Mestreechs: iemes unne kloet riete (=iemand een loer draaien)
  19. Leeds: iemand ne poater schieljeren (=iemand een loer draaien)
  20. Zeeuws: de broeadzak en de kloeatzak (=waar draait het om)
  21. Deinzes: koak-smeet-kirmesse (=een draai rond je oren)
  22. Zeeuws: wat zwarte kat steek je vienger in je had dat ei un draaistoel (=wat zeg je)
  23. Antwerps: toeng draaien (=kussen)
  24. Antwerps: iemand ne kloet aftrekken (=iemand een loer draaien)
  25. Sallands: ik drei-e mi-j umme (=ik draai mij om)
  26. Maldegems: een schete in een flasse (=het draait op niets uit)
  27. Mestreechs: drum dreije (=er om heen draaien)
  28. Sittards: Eemes bie de peut höbbe (=Iemand een loer draaien)
  29. Mestreechs: iemes unne poet oet sjrouve (=iemand een loer draaien)
  30. Lovendegems: iemand nen toer lappen (=iemand een loer draaien*)
  31. Brugs: énen vo piet snot zetten (=iemand een loer draaien)
  32. Herns (Herne, VL-B): mej ouj gat krinsjen (=met uw achterwerk draaien)
  33. Gelaens (Geleens): Eemes bie de peuët höbbe. (=Iemand een loer draaien.)
  34. Twents: binndeur is nooit um (=er niet omheen draaien)
  35. Mestreechs: in dien vuuske lache (=iemand een loer draaien)
  36. Munsterbilzen - Minsters: ne zwoenk on get gaeve (=aan iets een draai geven)
  37. Achterhoeks: ziege um de aorne gevven (=draai om de oren geven)
  38. Venloos: neet onder de veut oët kinne (=Je draai niet kunnen vinden)
  39. Bilzers: ich bén nie én men goei bedoeneng (=ik vind mijn draai niet)
  40. Westerkwartiers: moest mij gien rad veur d'oog'n draai'n (=je moet me niets op de mouw spelden)
  41. Boakels: dê meulentje toorst z'n best rônd (=dat molentje draait flink rond)
  42. Sevenums: de asse oetdrage (=ten onrechte ergens voor op moeten draaien)
  43. Hulsters (NL): adjoemela djoemela meulenèr, meej draaike en al. En ahhe dan nie vliehe wil, dan steekkik oe in oew stal. (=liedje om een meikever aan het vliegen te krijgen.)
  44. Munsterbilzen - Minsters: iemes n goej watsj tiëge de aure gaeve (=iemand een draai rond de oren geven)
  45. Lebbeeks: kloeët: Ne kloeët aftrekken (=Een loer draaien)
  46. Deinzes: Gekluut zij' toch. (=Hoe je 't ook draait of keert, er komen negatieve gevolgen.)
  47. Bilzers: lotte poes mér pisse (=laat de boel maar draaien)
  48. Zeeuws: toe în den draai eee (=tot de volgende keer)
  49. Munsterbilzen - Minsters: hae hèttet boeltsje platgegojd (=de kraanmachinist gaf er een verkeerde draai aan)
  50. Achterhoeks: za'k ow 's un watjekou gevven? (=zal ik je een draai om je oren geven?)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen