Spreekwoorden met `dik`

Zoek

17 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `dik`

  1. de boter en de kaas te dik gesneden hebben (=te veel verteerd hebben)
  2. de domste boeren hebben de dikste aardappelen (=met geluk komt men vaak verder dan met verstand)
  3. dik doen (=opscheppen)
  4. door dik en dun (=in goede en slechte tijden / alles overhebben voor iemand)
  5. dun van leer en dik van smeer (=dunne boterham die dik gesmeerd is)
  6. een dikke huid hebben (=veel kunnen verdragen)
  7. er dik bovenop liggen (=overduidelijk zijn)
  8. er dik in zitten (=de kans is groot dat het zo is)
  9. het ligt er duimdik bovenop (=het is overduidelijk)
  10. iets prediken/verkondigen (=iets luid, voor iedereen, verkondigen)
  11. koffiedik kijken (=trachten het onbekende te kennen (de toekomst))
  12. liever te dik in de kist dan een feestje gemist (=plezier hebben is belangrijker dan lang leven)
  13. van dik hout zaagt men planken (=niet al te nauwkeurig of zorgvuldig werken)
  14. wat de een niet lust, daar eet een ander zich dik aan. (=smaken verschillen.)
  15. zo dik als een mol (=erg dik)
  16. zo dik als een pad (=erg dik)
  17. zo helder als koffiedik (=niet helder, niet duidelijk)

12 betekenissen bevatten `dik`

  1. dat is een alikruik van een vent. (=dat is een kleine dikke man.)
  2. als men van de duivel spreekt trapt men hem op zijn staart (=degene waarover men spreekt, laat zich dikwijls op dat moment zien)
  3. dun van leer en dik van smeer (=dunne boterham die dik gesmeerd is)
  4. als niet komt tot iet dan is het allemans verdriet (=een `parvenu` heeft dikwijls kapsones)
  5. als niet komt tot iet kent iet zichzelf niet (=een `parvenu` heeft dikwijls kapsones)
  6. zo dik als een mol (=erg dik)
  7. zo dik als een pad (=erg dik)
  8. beer op sokken (=gezegd van een dik, plomp persoon)
  9. iemand bont en blauw slaan (=iemand zo slaan dat hij een dik gezicht met blauwe en geel blauwe vlekken krijgt)
  10. goed gereedschap hangt onder een afdak. (=ik ben wel te dik maar mijn ‘gereedschap` (de penis) werkt nog goed.)
  11. vis laat de mens zoals hij is (=van vis eten wordt je niet dik)
  12. met passen en met meten wordt de meeste tijd versleten (=voorbereidingen zijn dikwijls het meest tijdrovend onderdeel van een taak)

50 dialectgezegden bevatten `dik`

  1. 'n Gooj vlaaj és dun van laer en dik van smaer (=Een goed gevulde vlaai) (Weerts)
  2. 'ne kop wi-j 'n mooshödje (=iemand met een dik hoofd) (Weerts)
  3. 'ne kop wie 'ne riethamer (=een dik hoofd (kater)) (Mestreechs)
  4. 't is aalmoal veur de bakker (=het is allemaal dik voorelkaar) (Westerkwartiers)
  5. 't is dik veur 'n anner (=het is prima in orde) (Westerkwartiers)
  6. 't leit er dik op (=hij / zij overdrijft) (Meers)
  7. 't Vriest stienen dik (=Bij strenge vorst) (Bevers)
  8. ‘t soe’t er êm dik inzidn… (=het zou wel eens kunnen…) (Kaprijks)
  9. ’n dikke skélle vlieës (=een dik stuk vlees) (Meers)
  10. a zitj 'r dik in (=hij zit goed bij kas) (Meers)
  11. Achter dik (in Ter Heijde aan Zee) (=Achter de dijk) (westlands)
  12. allef mudje (=klein dik vrouwtje) (Zeeuws)
  13. an de maht (=dik) (Westlands)
  14. aste tot zëne nak èn de sjit zits, moeste zëne kop nie loëte hange (=als je dik in de miserie zit, moet je moed betonen) (Munsterbilzen - Minsters)
  15. da is mun toch unne kudeejer geworden (=Die is toch dik geworden.) (Tilburgs)
  16. da woaf mè euren dikken ol, die mè eul fort (=die vrouw met haar dik achterwerk) (Willebroeks)
  17. da zal dik taige ze gat gesniefd zèn (=hij zal zwaar ontgoocheld zijn) (Tiens)
  18. da's 'n dik zwien (=dat is een vuilak) (Westerkwartiers)
  19. da's veur de bakker (=dat is dik voor elkaar) (Westerkwartiers)
  20. daaj hèt batse tot aon hêr k... (=die heeft een dik achterste) (Munsterbilzen - Minsters)
  21. dae hieët eine kop wi-j 'ne möttert, wi-j 'n mooshötje (=iemand met een dik hoofd) (Weerts)
  22. dae kraajg zën kneep nimei tau (=hij is te dik geworden) (Munsterbilzen - Minsters)
  23. dae zënë kop ès zoe dik van zaegmael (=die heeft helemaal geen verstand) (Munsterbilzen - Minsters)
  24. dae zoet mette dik ee én zen broek (=hij deed ze bijeen) (Bilzers)
  25. das dik vor mekaore (=dat zit wel goed) (Oudenbosch)
  26. das van mên (of, den hond zën) KL (=dat valt dik tegen) (Munsterbilzen - Minsters)
  27. dat leit d'r veul te dik boov'mop (=dat valt veel te veel op) (Westerkwartiers)
  28. de fëllë authange (=dik overdrijven) (Munsterbilzen - Minsters)
  29. de kneepkës beginne dich ook al te spanne (=je wordt ferm dik !) (Munsterbilzen - Minsters)
  30. de koe stuuetj dich (=werd gezegd als iemand te dik de boter op de boterham smeerde) (Heitsers)
  31. De meiste omaas zeen dik ómdet ze vol leefdje zitte! (=De meeste oma's zijn dik omdat ze vol liefde zitten!) (Kinroois)
  32. de snei lik (vilt) ne kilo dik (=er ligt (valt) veel sneeuw) (Munsterbilzen - Minsters)
  33. dee ei ene kop gelèk ene bàllong (S*) (=een dik hoofd hebben) (Sintrùins)
  34. dei ijt een serjeze koemme (=zij heeft een dik gat) (Opwijks)
  35. Die ef de hals dikker as 't eufd (=Dat is een dik persoon) (Giethoorns)
  36. die is struis gewurren (=die is dik geworden) (Sint-Niklaas)
  37. die is tur best an. (=Hij / zij is dik) (Westlands)
  38. dik besnoven, dik besnaad (=Welstellend, rijk (financieel / materieel)) (Walshoutems)
  39. dik doen ien 'e tuun (=barbecueën) (Westerkwartiers)
  40. dik doun ien toen (=bbq-en) (Hogelandsters)
  41. dik én de sjijt (stront) zitte (=problemen hebben) (Munsterbilzen - Minsters)
  42. dik en don Vol en dein. (=vol van het eten) (Westfries)
  43. dik over dinne (=dwars door het veld) (Opwijks)
  44. dik over dun (=korste weg) (Moes)
  45. dik over dun (=rechtdoor) (Wichels)
  46. dik over dun luëpen (=dwars door de velden zonder paden te volgen of zonder iets te ontzien recht op zijn doel afgaan) (Meers)
  47. dik tegen zèn goesting (=sterk tegen zijn zin) (Meers)
  48. dik vel hubbe (=ongevoelig voor kritiek) (Opglabbeeks)
  49. dik zijn (=genoeg geeten hebben) (Overpelts)
  50. dikke as doezend man, zo dik as doezend man (=Dronken) (Twents)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen