12 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `klok`
- aan het klokzeel hangen (=bekend maken)
- dat gaat erin als klokspijs (=dat gaat er gemakkelijk in)
- de grote klok luiden (=op opvallende wijze bekend maken)
- de klok achteruit zetten (=terug naar oude toestanden gaan)
- de klok hebben horen luiden maar niet weten waar de klepel hangt (=ergens over gehoord hebben, zonder er echt iets van af te weten)
- de klok luiden maar niet schaften (=wel beloven maar niet doen)
- een man van de klok zijn (=iemand die steeds precies op tijd is)
- iets aan de grote klok hangen (=iets algemeen kenbaar maken)
- iets aan de klokreep hangen (=iets algemeen bekend maken)
- waar de klok luidt, daar is een kapel. (=geruchten hebben vaak een kern van waarheid)
- weten wat de klok slaat (=weten hoe laat het is)
- zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens (=het is nergens zo goed als thuis)
47 dialectgezegden bevatten `klok`
- aal wat de klok slagt (=het is er totaal vol mee) (Westerkwartiers)
- aan de grode klok hang'n (=aan elk vertellen die het maar wil horen) (Westerkwartiers)
- al wat te klok slig (=aan de lopende band) (Munsterbilzen - Minsters)
- aoën de graute klok hange (=iets aan iedereen vertellen) (Munsterbilzen - Minsters)
- aon de graute klok hange (=verklappen) (Bilzers)
- aste gees vèsse moeste iës wiëte ofter wol vès zit (=je moet de klok niet willen luiden als je niet weet waar de klepel hangt) (Munsterbilzen - Minsters)
- At de klok van Raume slig, blifste zau! (=Trek geen grimassen!) (Bilzers)
- autbemmele (=aan de grote klok hangen) (Bilzers)
- d' Endeklokke luit (=Er is iemand gstorven (te horen aan de klok op de kerk) ) (Avelgems)
- d'orlozje (=klok) (Lenniks)
- d' Endeklokke luit (=Er is iemand gestorven (te horen aan de klok op de kerk) ) (Avelgems)
- dat klinkt as ' n klok (=dat klinkt duidelijk) (Westerkwartiers)
- de graute klok lojë (=het met veel bombarie openbaar maken) (Munsterbilzen - Minsters)
- de graute klok slig zwaur en de kleen têmp zietëkës aon (=de grote kerkklok slaat hard en het kleintje slaat lichtjes) (Munsterbilzen - Minsters)
- de klok al heire loje (=al weten hoe laat het is (een bestraffing verwachten)) (Munsterbilzen - Minsters)
- de klok het gelooien (=de (toren-) klok heeft geluid (betekent: het is tijd) ) (Lekkerkerks)
- de kons de klok nie trègdraeë (=gedane zaken nemen geen keer) (Munsterbilzen - Minsters)
- de kons nie de klok loje en tegelijk èn de persessë mètgoën (=je kan geen 2 dingen tegelijk doen) (Munsterbilzen - Minsters)
- de kons nie teglijk èn de persessë mètgoën en de klok lojë (=je kan geen twee zaken tegelijk doen) (Munsterbilzen - Minsters)
- de konste klok nie trégdraeje (=alles gaat maar door!) (Bilzers)
- de lâmp aanne klok hânge (=zijn mening geven) (Weerts)
- De leze stou (=De klok staat stil) (Heist-op-den-Berg)
- de milk huëre kloetsje, mèh nit weete woe 't deame hink (=de klok horen luiden, maar niet weten waar de klepel hangt) (Heerlens)
- de moes nie alles aoën de graute klok hange (=sommige dingen vertel je beter niet in het openbaar) (Munsterbilzen - Minsters)
- èt trumptj (=kleine klok wordt geluid om aan te geven dat de mis over .... minuten gaat beginnen.) (Heels)
- ge wit zaalf mor den aalft van 't schoon weer nie meer; gètte klok ore luin mor ge witte klepel nie angen (=gij weet het precies zelf niet goed meer) (Sint-Niklaas)
- get aoën de graute klok hangë (=iets gewichtigs openbaar maken) (Munsterbilzen - Minsters)
- get aon de graute klok hange (=verkondigen aan wie het ook maar wil horen) (Munsterbilzen - Minsters)
- get on de graute klok hange (=de kat de bel aanbinden) (Munsterbilzen - Minsters)
- het aoën de graute klok hangë (=met veel poeha aan iedereen laten weten) (Munsterbilzen - Minsters)
- Hi-j hef de melk heuren klotsen, maor wet neet woor ' t titje hunk. (=Hij heeft de klok horen luiden, maar weet niet niet waar de klepel hangt.) (Achterhoeks)
- Hij hank. (=(de lamp / klok / man etc) hangt) (Utrechts)
- Hij/zij/ze heb/bbu de Dom hore luie maar weyut niet woar of de klepel hank . (=De klok horen luiden, maar weet niet waar de klepel hangt.) (Utrechts)
- ich hüb ter get van geheird, mèr ich wiët nie zjus bau et iëver geet (=de klok horen slaan maar niet weten waar de klepel hangt) (Munsterbilzen - Minsters)
- iet oan de groeëte klok hange (=iets overal bekend maken) (Winksels)
- ijis mee doute klok vertrokke (=hij is met de noorderzon verdwenen) (Oudenbosch)
- laot ós doorloupe want ‘t sjeltj al (=opschieten omdat de H. Mis bijna begint (sjelle = met de kleine klok oproepen tot gebed)) (Heitsers)
- loj geen klok aste de klëppel nie wiës hange (=als je aan iets begint, moet je het ook afwerken) (Munsterbilzen - Minsters)
- loj geen klok aste de klüppel nie wiës hange (=geef geen antwoord als je de vraag niet begrijpt) (Munsterbilzen - Minsters)
- meir as één klok heirë (=verschillende meningen of standpunten aanhoren) (Munsterbilzen - Minsters)
- Met de klok van half acht naar huis (=Om half acht s, avonds luid altijd de kerk klok) (Lekkerkerks)
- nau heirstë ëns een aandër klok loje (=dat is de andere kant van het verhaal) (Munsterbilzen - Minsters)
- olle vuuf voetn (=met de regelmaat van een klok) (kortemarks)
- on de graute klok hange (=in de openbaarheid brengen) (Munsterbilzen - Minsters)
- tlüp waajen klok (=alles verloopt gesmeerd) (Bilzers)
- wae de graute klok lojt, kraajg gegarëndiërt kërkgengers (=bedenk dat al je daden ook gevolgen hebben) (Munsterbilzen - Minsters)
- Woeë gaojje haer Nao Bommelskoonte de klok lowwe (=Nors reageren op een domme vraag) (Weerts)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen