Spreekwoorden met `de eerste`

Zoek

6 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `de eerste`

  1. de eerste klap is een daalder waard (=een goed begin is het halve werk)
  2. de eerste stoot opvangen (=de eerste problemen opvangen)
  3. de eerste viool spelen (=het hoogste woord hebben en de baas spelen)
  4. iets uit de eerste hand hebben (=ergens zelf bij zijn geweest of hebben gehoord van iemand die het zelf heeft meegemaakt)
  5. op de eerste april zendt men de gekken waar men wil (=op 1 april worden grappen uitgehaald)
  6. voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten (=tegen minimale kosten maximaal voordeel verlangen)

2 betekenissen bevatten `de eerste`

  1. de eerste stoot opvangen (=de eerste problemen opvangen)
  2. iets met de moedermelk binnenkrijgen (=iets leren in de eerste levensjaren)

33 dialectgezegden bevatten `de eerste`

  1. 't Lojt (vér den eiste kér) (=Het luidt (voor de eerste maal) ) (Bilzers)
  2. Annet voorspien legge. (=de eerste zijn.) (zaans)
  3. Baa tjoste bjompke droaëm vrum (=Aan de eerste boom draaide hij terug) (Hulshouts)
  4. D'n ieëste zoon in ein huwelik is altied eine jóng! (=de eerste zoon in een huwelijk is altijd een jongen!) (Kinroois)
  5. d'n uurste keijer (=de eerste keer) (Boakels)
  6. da's den iejste varkespuujt da'k vandoag vast pak (=gij zijt de eerste mens die ik vandaag een hand geef) (lenniks)
  7. de eerste klap is ' n doalder weerd (=de eerste zet is de beste) (Westerkwartiers)
  8. de iëste zon hèt al meinig sjaun kènd vernield (=opgelet met de stralen van de eerste zon) (Munsterbilzen - Minsters)
  9. de pestoeër duit ouch gein twieë mèsse väör ’t zelfdje geldj (=als er één keer iets gezegd wordt, is het genoeg; je moet beter opletten als je iets niet de eerste keer meekrijgt) (Heitsers)
  10. deerste winst is kattepis (=de eerste winst zegt nog niets) (Oudenbosch)
  11. den ieëstn de grieëdsten (=de eerste de beste) (Kaprijks)
  12. den isten, d'iste (=de eerste) (Zeels)
  13. dn ièèstn de grièèdstn (=de eerste de beste) (Kortemarks)
  14. ët toppunt van vëtês : zoe rap sjeeë van zën tweide vroo, dat ze zën ieëste nog kan ènhaole (=toppunt van snelheid : je tweede echtgenote die de eerste nog bijbeent na de scheiding) (Munsterbilzen - Minsters)
  15. He'j kniene? - Dan he'j ok köttels! (=gezegd als grapje tegen degene die op de eerste vraag met “ja” antwoordt) (Barghs)
  16. hei goof ze mutske vur de ierste kier en mun, en zei woord zoe roed as en poet (=hij gaf voor de eerste keer zijn meisje een kus en zij werd zo rood als een wortel) (Heusdens)
  17. hij gijt met de winst striek' n (=hij haalt de eerste plaats) (Westerkwartiers)
  18. hij het de eerste steen lijt (=hij heeft dat bedrijf opgericht) (Westerkwartiers)
  19. hij speult de eerste viool (=hij voert de boventoon) (Westerkwartiers)
  20. Hij zit er ginnen ene* (in 'ene' de eerste e als in 'beer' (=Hij zegt niks. Hij houdt z'n mond.) (Waalwijks)
  21. iedre graute és ook mér kleen begonne (=een ladder beklim je vanaf de eerste sport) (Bilzers)
  22. Je ben(t) van de eerste leuguh niet gebaerste/gebarstuh! (=u / jij liegt continu , ik word er moe van !) (Utrechts)
  23. mee Bosse kermis (=de eerste zondag na tweede woensdag in augustus) (Oudenbosch)
  24. mieëtse zon en prilse wènd, bëderve meinig sjaun kènd (=maatse zon en aprilse wind, bederven menig mooi kind (pas op voor de eerste zonnestralen van het jaar)) (Munsterbilzen - Minsters)
  25. ne poen èssen autdrèkking vannen èndrèk wo viël èndrèk moet autdrèkke (=Voor de eerste indruk die je achterlaat, krijg je nooit een tweede kans!) (Munsterbilzen - Minsters)
  26. op 't eerste ienzicht liekt 'et goed (=de eerste indruk is goed) (Westerkwartiers)
  27. op dieste rotte stoan (=op de eerste rij staan) (Gents)
  28. ouch good, zag de pater, d’r toen kraeg braodworst (=blij zijn met wat je krijgt ook als het wat tegenvalt. pastoor kreeg vaak de eerste proef: een lekker stuk karbonade, terwijl de lageren in rang (paters) het met kwalitatief minder goed vlees moesten doen)) (Heitsers)
  29. pak moa dn ièèstn de grièèdstn (=neem maar de eerste de beste) (Lichtervelds)
  30. Toe ik veur de eerse keer weer van bedde moch, wak ik nog wel wat zwiemelig (zwiebelig) (=Toen ik voor de eerste keer uit bed mocht was ik wankel (onvast) ) (Epers)
  31. voor den rouwsten honger (=om de eerste honger te stillen) (Dongens)
  32. zaote vrolaaj zin waaj ingele ènt bed (=bier is betrouwbaarder als vrouwen : open en ééntje en je bent gegarandeerd de eerste) (Munsterbilzen - Minsters)
  33. zij speult doar de eerste viool (=zij regelt daar alles) (Westerkwartiers)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen