Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

33 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `brengen`

  1. aan de man brengen/helpen (=verkopen)
  2. aan het licht brengen (=bekend maken (bijz. van ongunstige dingen))
  3. aan het verstand brengen (=duidelijk maken)
  4. al moesten de kraaien het uitbrengen (=ooit wordt de zaak bekend)
  5. al zouden de raven het uitbrengen (=ooit wordt de zaak bekend)
  6. alles komt uit al moesten de kraaien het uitbrengen (=de waarheid komt altijd uit)
  7. de bal aan het rollen brengen (=de aanzet geven)
  8. de kraaien zullen het uitbrengen (=de waarheid zal aan het licht komen)
  9. de raven zullen het uitbrengen (=de waarheid komt hoe dan ook aan het licht)
  10. Geen tien paarden brengen me daar naar toe. (=In geen geval ga ik daar naar toe)
  11. geen zoden aan de dijk brengen/zetten (=niets bijdragen tot)
  12. iemand van zijn stuk brengen (=iemand onzeker maken)
  13. iets aan de man brengen (=iets verkopen)
  14. iets aan het licht brengen (=iets bekend maken wat verborgen is)
  15. iets niet met zijn geweten overeen kunnen brengen (=iets niet kunnen doen omdat men het niet goed vindt)
  16. iets op het tapijt brengen (=over een onderwerp beginnen (te praten))
  17. iets te berde brengen (=een voorstel doen; iets ter sprake brengen)
  18. iets ter tafel brengen (=voorstellen om iets te bespreken)
  19. iets voor het voetlicht brengen (=iets onder de aandacht brengen)
  20. in de aanslag brengen (=klaar maken)
  21. in diskrediet brengen (=de goede naam aantasten)
  22. leven in de brouwerij brengen (=waar het rustig is activiteit, vrolijkheid of drukte inbrengen)
  23. morgen brengen (=dat geloof je toch zelf niet! dat doe ik beslist niet!)
  24. niets dan lege briefjes hebben in te brengen (=voorstellen waarvan je vooraf al weet dat deze toch niet bekeken worden)
  25. om hals brengen (=iemand doden)
  26. om zeep brengen/helpen/zijn (=doden/mislukken)
  27. onder het juk brengen (=onderwerpen)
  28. onder het oog brengen (=doen opmerken)
  29. onder ogen brengen (=onder de aandacht brengen)
  30. onder zijn scepter brengen (=ondergeschikt maken)
  31. tot de bedelstaf/bedelzak brengen (=alle aardse bezittingen ontnemen)
  32. zijn huid zelf ter markt brengen (=zichzelf verdedigen)
  33. zijn klompen wegbrengen/wegzetten (=naar huis gaan/sterven)

32 betekenissen bevatten `brengen`

  1. eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=Als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
  2. daar moet de schoorsteen van roken (=dat moet de inkomsten voortbrengen. Daar moeten we van bestaan)
  3. daar kun je ketelaar van blijven (=dat zal niets opbrengen)
  4. een zaak aankaarten (=een onderwerp in de aandacht brengen)
  5. een kwestie aankaarten (=een onderwerp ter discussie brengen)
  6. Nood doet zelfs oude vrouwen rennen (=Een onverwachte situatie kan verrassende kwaliteiten naar boven brengen (vergelijkbaar met `angst geeft vleugels`))
  7. iets te berde brengen (=een voorstel doen; iets ter sprake brengen)
  8. het ijs breken / het ijs is gebroken (=een vriendelijk gesprek op gang brengen na een kil begin)
  9. er een plasje overheen doen (=ergens een kleine wijziging in aan (laten) brengen, dat wel duidelijk laat zien dat de afzender iemand van belang is)
  10. rapen en schrapen (=geld bijeenbrengen)
  11. gestolen goed gedijt niet (=gestolen zaken brengen nooit voordeel)
  12. zijn laatste troef uitspelen (=het laatste wat iemand achter de hand had naar buiten brengen)
  13. het klopt als een zwerende vinger (=het past goed; het is logisch; het is volkomen juist; er is niets tegen in te brengen. (Equivalent aan: het sluit als een bus.))
  14. iemand de rekening presenteren (=iemand de kosten ten laste brengen (ook figuurlijk))
  15. iemand met de neus op de feiten drukken (=iemand iets zó onder de aandacht brengen, dat hij het niet langer kan negeren)
  16. het iemand warm maken (=iemand in moeilijkheden brengen)
  17. de strop om de hals doen (=iemand in uiterste problemen brengen)
  18. de kat bij de melk zetten (=iemand in verleiding brengen)
  19. de kat bij het spek zetten (=iemand in verleiding brengen)
  20. voor het blok zetten (=iemand onverwacht in een lastige positie brengen; bijvoorbeeld iemand dwingen te reageren die dat eigenlijk niet wil, of iemand dwingen een keuze te maken.<>)
  21. iemand het land opjagen (=iemand uit zijn humeur brengen)
  22. iemand de mond snoeren (=iemand verbieden iets te zeggen / tot zwijgen brengen)
  23. iemand uit het zadel werpen (=iemand wegwerken, iemand in verlegenheid brengen)
  24. iets voor het voetlicht brengen (=iets onder de aandacht brengen)
  25. een nul in het cijfer zijn (=niets in te brengen hebben)
  26. onder ogen brengen (=onder de aandacht brengen)
  27. de noppen van de kleren houden (=onkosten met zich meebrengen)
  28. in de plooi zetten (=op orde brengen)
  29. van twaalf ambachten en dertien ongelukken zijn (=telkens ander werk doen maar er bij geen van allen iets terecht brengen)
  30. de mond snoeren (=tot zwijgen brengen)
  31. leven in de brouwerij brengen (=waar het rustig is activiteit, vrolijkheid of drukte inbrengen)
  32. de pen is machtiger dan het zwaard (=woorden kunnen meer teweeg brengen dan wapens)

Het dialectenwoordenboek kent 26 spreekwoorden met `brengen`

  1. Erps: verwedderen (=in de war brengen)
  2. Munsterbilzen - Minsters: arrozjiëre (=in orde brengen)
  3. Arendonks: iemand uet zeun hengsels hoale (=iemand in de war brengen)
  4. Opglabbeeks: de kat opt spek binne (=in verleiding brengen)
  5. Benschops: ff opgooien (=even langs brengen)
  6. Graauws: genen puit te biechten hebben (=niets in te brengen hebben)
  7. Venloos: Met ein vorkèt schriève (=Te veel in rekening brengen)
  8. Epers: Hee slöp ächteran (=Hij heeft niets in te brengen (in huwelijk))
  9. Munsterbilzen - Minsters: n mal figuur slon (=het er slecht vanaf brengen)
  10. Westerkwartiers: één de mond snoer'n (=iemand tot zwijgen brengen)
  11. Oudenbosch: diejen beker oalde gij (=daar is niets tegen in te brengen)
  12. Weerts: eeme op glaad iês lei-je (=iemand anders in de problemen brengen)
  13. Munsterbilzen - Minsters: èen de bak èsset aete graotes (=een restaurant voor het gerecht brengen)
  14. Westerkwartiers: hij zit tuus onner de pantovvel (=hij heeft thuis niets in te brengen)
  15. Opglabbeeks: es het nemes wet dan brengen het de kreije uut (=Als het niemand weet brengen het de kraaien uit)
  16. Helders: iemand naar Huisduinen brengen (=iemand begraven)
  17. Wetters: astij ein zijne kop hé, eent hij oak nie in tholleken van zijn gat (=hij is niet van een bepaald plan af te brengen)
  18. Moorsel: de stroutn afdwoële me iet / leurn (=rondgaan in de straten om iets aan de man te brengen)
  19. Oeffelts: Moet ik ouw dalik nor Venroy brengen (=Als je een beetje raar of té lollig doet)
  20. Veurns: 't katje bie de melk zetten (=in verleiding brengen)
  21. Graauws: onder de slof zitten (=niets in te brengen hebben)
  22. Merenaars: kloesjkes bijieên gieten (=restjes bijeen brengen)
  23. Mestreechs: gein zeik blom rake (=er niets van terecht brengen)
  24. Bilzers: de kat de bel aon bènne (=de bal aan het rollen brengen)
  25. Bosch: wah ge in oew kupke hed, hedde nie in oew kuntje (=Een idee hebben en niet kunnen wachten om het ten uitvoer te brengen.)
  26. Sevenums: emus an ziên engd brengen (=iemand verzorgen tot aan de dood)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen