42 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `zich`
- als de kat zich wast, komt er gewis een gast (=als de kat zich wast komt er visite.)
- als niet komt tot iet kent iet zichzelf niet (=een `parvenu` heeft dikwijls kapsones)
- bang zijn zich aan koud water te branden (=erg voorzichtig zijn)
- de grond onder zich voelen wegzinken (=beschaamd zijn , geen oplossing meer zien)
- de hand aan zichzelf slaan (=zelfmoord plegen)
- de muts zich verkeerd staan (=een slecht humeur hebben)
- de schepen achter zich verbranden (=een beslissing nemen en niet meer terug kunnen)
- de tijd aan zich hebben (=weinig of niets te doen hebben)
- een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen (=men maakt geen twee keer dezelfde fout)
- een gezicht als een oorwurm trekken (=erg ontevreden kijken (omdat er bijv. iets gedaan moet worden))
- een gezicht van ouwe lappen (=een huilerig of lelijk gezicht)
- een lang gezicht trekken/zetten (=laten merken dat men niet tevreden is)
- een vette gans bedruipt zichzelf (=een rijk iemand kan zichzelf redden)
- een vriendelijk gezicht brengt overal licht (=een vrolijk persoon weet vaak meer te bereiken dan een nors persoon)
- goede waar prijst zichzelf (=goed materiaal moet niet aangeprezen worden)
- het kwaad straft zichzelf (=wie kwaad doet, kwaad ontmoet)
- het met zich zelf niet eens zijn (=niet kunnen beslissen)
- het oog ziet altijd van zich af (=de eigen fouten ziet men niet, maar andermans fouten altijd wel)
- hij geeft niet om wiens huis in brand staat, als hij zich maar aan de gloed kan warmen (=overal voordeel uit halen, ongeacht gevolgen voor anderen)
- hou je gezicht (=zwijg!)
- ieder is zichzelf het naast (=iedereen kiest in het slechtste geval voor zichzelf)
- ieder voor zich en God voor ons allen (=niemand helpt elkaar)
- iemand tegen zich in het harnas jagen (=iemand door eigen toedoen boos maken)
- iets over zich hebben (=een bepaalde indruk geven)
- in het zicht van de haven schipbreuk lijden (=op het laatste nippertje nog verliezen)
- je gezicht verliezen (=zijn eer verliezen)
- onder zich hebben (=baas zijn over)
- uit het zicht, uit het hart (=wanneer iets niet meer zichtbaar is, wordt het vaak vergeten.)
- uit iemands aangezicht gesneden zijn (=sterk op iemand lijken)
- van zich afbijten/afslaan (=zich fel verdedigen)
- voorzichtigheid is de moeder der wijsheid (=doe het voorzichtig, dan komt er geen schade)
- voorzichtigheid is de moeder van de porseleinkast (=door voorzichtig te zijn, gaan tere zaken langer mee)
- wat de een niet lust, daar eet een ander zich dik aan. (=smaken verschillen.)
- wie het dichtst bij het vuur zit, warmt zich het meest (=als je ergens nauw bij betrokken bent, geniet je het meeste voordeel ervan)
- wie zich aan een ander spiegelt spiegelt zich zacht (=wie uit het ongeluk van anderen lering trekt, zal minder ongeluk hebben)
- wie zich voor hond verhuurt, moet de botten kluiven (=wie zich onderdanig gedraagt, wordt als knecht behandeld)
- wie zichzelf bewaart, bewaart geen rotte appel (=je moet voorzichtig omgaan met jezelf, want het is niet vervangbaar)
- wie zijn naasten te schande maakt, onteert zichzelf (=een klein foutje, kan een groot geheel te schande maken)
- wie zijn neus schendt schendt zijn aangezicht (=wie zijn goede naam verliest, komt in moeilijkheden)
- wie zijn ogen sluit, waant zich in Rome (=als je de realiteit negeert, ben je niet bewust van wat er werkelijk gaande is.)
- zich de kaas niet van het brood laten eten (=opkomen voor iets)
- zich gedragen als een baars (=zeer onhandig zijn)
270 betekenissen bevatten `zich`
- het zwaard aangorden (=(zich klaarmaken om) de strijd aan (te) binden)
- wat de heren wijzen moeten de gekken prijzen (=aan beslissingen van het hoger gezag moet men zich onderwerpen)
- plat op de buik gaan (=aan iemand toegeven, zich overleveren)
- de lijdensbeker tot de bodem ledigen (=al het slechte, tot het laatste toe, over zich heen krijgen)
- op je hoede zijn (=alert en voorzichtig zijn.)
- kromme sprongen maken (=alle moeite doen om zich uit een situatie te redden)
- je ogen de kost geven (=alles goed in zich opnemen)
- de volle laag krijgen (=alles over zich heen krijgen)
- als de kat zich wast, komt er gewis een gast (=als de kat zich wast komt er visite.)
- de ratten verlaten het zinkende schip (=als de omstandigheden verslechteren denken sommigen alleen aan zichzelf en vertrekken)
- eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
- als het hek van de dam is lopen de varkens in het koren (=als er geen toezicht is springen kinderen of ondergeschikten uit de band)
- als de kat van honk is dansen de muizen op tafel (=als er geen toezicht is, doen de ondergeschikten hun zin)
- een pakje wordt een zakje. (=als je een probleem niet aanpakt kan het zich uitbreiden en erger worden.)
- een geplaveide weg is des duivels oorkussen (=als je niets doet en lui bent, doe je ook niks goeds / mensen die zich vervelen omdat ze niets te doen hebben, kunnen tot de slechts dingen komen daardoor)
- wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt)
- de paal door de oven steken (=bankroet gaan, zich te gronde richten)
- er voor gaan (=besluiten aan een onzekere onderneming te beginnen en zich er volledig voor in te zetten)
- in het oog houden (=binnen het gezichtsveld houden)
- in het oog hebben (=binnen het gezichtsveld zijn)
- als een olifant in de porseleinkast (=buitengewoon onvoorzichtig of tactloos)
- ik kijk wel uit (=dat doe ik niet, daar ben ik te voorzichtig voor)
- na mij de zondvloed (=dat is een probleem dat zich pas voordoet als ik er niet meer ben - het zal mijn tijd wel duren)
- dat spreekt boekdelen (=dat is overduidelijk, bijv. `zijn gezicht spreekt boekdelen`)
- het bloed kruipt waar het niet gaan kan (=de aard verloochent zich nooit)
- in de tredmolen lopen (=de dagelijkse sleur volgen - zich onderwerpen)
- het waren allebeiden vuilaards. (=de een verwijt de ander iets waaraan hij zich)
- het bloed spreekt (=de familieband doet zich opmerken)
- je ei kwijt kunnen (=de gelegenheid hebben zich te uiten; of, zijn creativiteit kunnen gebruiken)
- het koren van de molen zenden (=de klanten wegjagen - zichzelf benadelen)
- de krenten uit de pap halen (=de meest aantrekkelijke gedeelten voor zichzelf bestemmen, bijvoorbeeld de meest interessante taken uit een omvangrijk werk)
- met de helm (op) geboren zijn (=de toekomst kunnen voorspellen / bijzonder voorzichtig zijn)
- als men van de duivel spreekt trapt men hem op zijn staart (=degene waarover men spreekt, laat zich dikwijls op dat moment zien)
- denken met kousen en schoenen in de hemel te komen (=denken dat men zich niet moet inspannen)
- schijn bedriegt (=dingen zijn niet altijd zoals ze zich voordoen)
- scherven brengen geluk. (=dit zeg je om iemand zich minder schuldig te laten voelen)
- voorzichtigheid is de moeder der wijsheid (=doe het voorzichtig, dan komt er geen schade)
- door de bomen het bos niet meer zien (=door alle details het overzicht verliezen)
- voorkomen is beter dan genezen (=door voorzichtig te zijn kun je problemen en ongelukken voorkomen)
- voorzichtigheid is de moeder van de porseleinkast (=door voorzichtig te zijn, gaan tere zaken langer mee)
- alleen een piepend wiel krijgt olie (=door zich opvallend te gedragen bekomt men aandacht)
- iets/iemand in de gaten hebben/krijgen (=doorkrijgen hoe dingen in elkaar steken of zicht houden op de situatie)
- een hoofd als een boei krijgen (=een erg rode kleur krijgen in het gezicht, erg blozen)
- een wolf in de schaapskooi. (=een gevaarlijk iemand die zich als onschuldig voordoet)
- een wolf in schaapskleren (=een gevaarlijk iemand die zich als onschuldig voordoet)
- een bok schieten (=een grote fout begaan of zich lelijk vergissen)
- een gezicht van ouwe lappen (=een huilerig of lelijk gezicht)
- één uur van onbedachtzaamheid, kan maken dat men jaren schreit (=één moment van onvoorzichtigheid kan verschrikkelijke gevolgen hebben)
- de bui zien hangen (=een ongunstige situatie aanvoelen voordat deze zich daadwerkelijk voordoet)
- een vette gans bedruipt zichzelf (=een rijk iemand kan zichzelf redden)
50 dialectgezegden bevatten `zich`
- `'t is al waal` zag Mien en ze haaj mer eine kiêr gedansj (=zich ergens vlug vanaf maken) (Weerts)
- `Geruik vleisj hilt zich langer` (=Opmerking van een verstokt roker) (Steins)
- 'k bèn dur tegenoan getist (=zich ergens zacht tegen stoten) (Sint-Niklaas)
- 'k jeune mie doarin (=zich vergenoegen in) (Veurns)
- 'n Gat met vuuste slaon. (=zich vervelen, met zijn ziel onder de arm lopen.) (Aaltens)
- 'n köttel wier intrekken (=zich terugtrekken van een belofte) (Twents)
- 'n uil uit'angen (=zich dom gedragen) (Wichels)
- 'n wolf ien schoapskleer'n (=een mispunt die zich aardig voordoet) (Westerkwartiers)
- 'r achterste van je toenge nie loat'n zieën (=zich niet laten uithoren) (Veurns)
- 't aailig diëzeke oithange (=zich braaf voordoen) (Turnhouts)
- 't ene woord hoalt 't aaner uut (=een verhaal breidt zich vanzelf uit) (Westerkwartiers)
- 't haamtj zich neet (=als het samenwerken niet goed verloopt) (Weerts)
- 't is iets in zijn kele geschodn (=iemand die zich verslikt) (Kaprijks)
- 't is ne moeial (=hij bemoeit zich met alles) (Sint-Niklaas)
- 't lopt over zoveul schiev'm (=er bemoeien zich zoveel mensen mee) (Westerkwartiers)
- 't oog zicht altied van zich oaf (=men vindt zichzelf de beste) (Westerkwartiers)
- 't Speelt oal gjèn rolle zei de boerinne, en ze ging ip eur zwin nao de kerke (=Die persoon trekt het zich niet aan / Ik trek het mij niet aan wat de mensen ervan denken) (Roeselaars)
- 't veegt zijn gat zonder papier (=Het spreek voor zich zelf) (Wetters)
- 't wèrd te weirem onder zè gat (=hij voelde zich niet meer veilig) (Meers)
- 't zien meeër mensjchn die missn of enn die pisn (=iedereen vergist zich wel eens) (Veurns)
- 'tis moar nen bruinen (=Als de zon zich niet laat zien en het weer overtrokken en regenachtig is) (Lokers)
- ’t wirt wèirem onder zé gat (=hij voelde zich niet meer veilig) (Meers)
- ' t es wat te zegge asje mét aoj wiêver motj gaon egge; ze verrékke det ze trékke, ze houwe en ze slaon en asje saovus toês kotj, hejje nog niks gedaon (=een wat oudere vrouw laat niet met zich sollen) (Weerts)
- ' t vier oojt a slasjen leupen (=zich sterk inzetten voor iets) (Ninoofs)
- ' t zwien uutang' n (=zich liederlijk gedragen) (Veurns)
- a es gin sjiek wiejerd (=hij voelt zich niet lekker) (Meers)
- a kas opfrett' n (=zich zorgen maken) (Ninoofs)
- a nie lotten doen (=niet met zich laten sollen) (Meers)
- a oëigen afprossen (=zich uit de naad werken) (denderleeuws)
- a smèitj èm (=hij geeft zich volledig, hij gaat volledig op in het spel) (Meers)
- a spoeie (=zich spoeden, haasten) (Overijses)
- a zal em moete pleiten (=zich moeten aanpassen) (Meers)
- a zal zè sjiël nie aftrekken (=hij zal zijn zeel niet aftrekken hij zal zich niet uitsloven) (Meers)
- A-j botter op 'n kop hebt, mu-j nich in de zunne loop'n (=Wie geen zuiver geweten heeft, kan zich beter koest houden) (Twents)
- Aa doe van kroemmenaus (=Hij houdt zich van den domme) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Aa mut beuzze geeve (=Hij moet zich haasten) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- aalk zijn kouse (=men moet zich niet met andermans zaken bemoeien) (Lokers)
- Aan alles mert höbbe. (=zich van niets wat aantrekken.) (Roermonds)
- aander vër zen kaar spanne (=anderen voor zich laten werken) (Bilzers)
- aarmoe is gien schande (=voor armoe hoeft men zich niet te schamen) (Westerkwartiers)
- achternoarloûpen (=zich bemoeien met iets- moeite doen) (Sint-Niklaas)
- ae vèegt er zèen bott'n oan (=hij trekt zich er niets van aan) (Wichels)
- ae wild'em nie voegen / zae wild'eur nie voegen (=hij / zij past zich niet goed aan de regels aan) (Wichels)
- affeseren (=zich haasten) (Veurns)
- Ai komt van Lillo (=Hij houdt zich van de domme) (Hulsters (NL))
- Ai weert zen aaige gelèk neun duvel in e waaiwoatervat (=Hij verdedigd zich enorm) (Turnhouts)
- aijè zun aige dur deurgeleed (=hij heeft zich verrraden) (Hulsters (NL))
- alle hóndjs gezeike (=zich druk maken over kleinigheidjes) (Heitsers)
- alle vrijers benn'n riek (=een vrijer doet zich graag beter voor dan hij is) (Westerkwartiers)
- alleman kan zich al ës verdoëlë, mèr de loempste ieës (=vergissen is menselijk, maar sommigen zijn er erg aan toe) (Munsterbilzen - Minsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen