Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `kracht`

  1. om de kracht van het anker te voelen moet men de storm trotseren (=pas als men iets ernstig meemaakt, weet men op wie men kan vertrouwen)
  2. sap noch kracht hebben (=totaal geen waarde hebben)

7 betekenissen bevatten `kracht`

  1. Het varken is door de buik gestoken (=1: Door krachtig optreden zijn de moeilijkheden uit de weg geruimd. 2: Alles is doorgestoken kaart, opgezet spel, de zaak is vooraf bedisseld)
  2. salva ratificatione (=behoudens bekrachtiging)
  3. over mijn lijk (=ik zal mij daar met alle kracht tegen verzetten)
  4. op zijn tandvlees lopen (=in totale uitputting voortdoen, zijn laatste krachten gebruiken)
  5. een vuist maken (=krachtig opstellen)
  6. op verhaal komen (=uitrusten en op krachten komen)
  7. zijn kaars aan twee kanten branden (=zijn krachten of mogelijkheden al te vroeg verspillen)

Het dialectenwoordenboek kent 21 spreekwoorden met `kracht`

  1. Zeeuws: t is hin uutilder (=niet zo n krachtpatser)
  2. Sint-Niklaas: macht ein gullèk ne puit (=weinig kracht hebben (krachteloos))
  3. Overmeers: ne resem vloeken (=een rij krachtwoorden)
  4. Booms: Mie blaas et licht ôt, Jef stekt de stoof in de kas (=(krachtterm))
  5. Steins: saer de tonnaer / saer de miljaar/ saer de nondedjuu (=krachttermen)
  6. Kortrijks: jè tenn (=hij is op het einde krachten)
  7. Waregems: zijn bobijne es of, zijn piele es plat, ie es tend'n (=hij is teneinde krachten)
  8. Lichtervelds: jis tgat of (=hij is ten einde krachten)
  9. Lokers: (h)ij kan nog ginne puit beregten (=Iemand die niets meer kan, krachteloos)
  10. Terschuurs: weinig bie te zette hên (=niet veel kracht hebben)
  11. Westerkwartiers: hij het zien kruut verschoot'n (=hij heeft zijn krachten verbruikt)
  12. Lichtervelds: kzit er twêisdeure (=ik ben teneinde kracht)
  13. Westerkwartiers: met dönner en geweld (=met brute kracht)
  14. Munsterbilzen - Minsters: hae hoeng zoe slap assen sjèttelvod (=de kracht was er uit)
  15. Oudenbosch: bijem waar ut vat af (=hij was aan het eind van zijn krachten)
  16. Bevers: werken i zaolig zeiden de nonnen en ze droegen met twieën nen bonenstaak (=vereende kraht halve kracht)
  17. Opglabbeeks: mut hand en tand (=met alle kracht)
  18. Sint-Niklaas: forsig (=met kracht en geweld)
  19. Waregems: armvet geven (=werk doen dat kracht vereist)
  20. Zwols: een goed peerd is aver weerd (=een goede kracht is nooit te duur)
  21. Herns (Herne, VL-B): Mé al zen force (=Met al zijn kracht)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen