Spreekwoorden met `bleek`

Zoek
Er zijn geen spreekwoorden gevonden die `bleek` bevatten.

Eén betekenis bevat `bleek`

  1. kijken als een hard geschilde aardappel (=bleek zien)

31 dialectgezegden bevatten `bleek`

  1. 'n gezicht wi-j 'n hinnevot (=er bleek uitzien) (Weerts)
  2. au bloest gelèk as ' t onderste van ne parau (=Hij ziet (lijk) bleek) (Ninoofs)
  3. bleuze gelijk nen ietekoeke - ne sniewlekker (=een bleek gezicht hebben) (Gents)
  4. dae ès zoe bleek assën sjiet (=hij is lijkbleek) (Munsterbilzen - Minsters)
  5. das zjus pietsje den daud (=hij is zo bleek als de dood) (Munsterbilzen - Minsters)
  6. dat leek achteroaf niet neudeg (=naderhand bleek dat overbodig) (Westerkwartiers)
  7. De kalkschiet hébbe (=Er bleek uit zien) (Genneps)
  8. die is zoa wit es de schitte (=hij ziet bleek) (Zaamslags)
  9. die kiektj blas (=ze ziet er bleek uit) (Heitsers)
  10. ei zee zu bliek as ne plattekèès (=hij ziet er bleek uit) (Hals)
  11. Gallig toe kieken (=Een bleek en grauw gezicht) (Giethoorns)
  12. ge koest'em gen bloed nemieë trekken (=bleek van het schrikken) (Ninoofs)
  13. gè zè precies botermaalk (=gij ziet er zo bleek uit) (Sint-Niklaas)
  14. Hae zuut wit as de moer. (=Hij is bleek) (Roermonds)
  15. Hai is zo bleek as 'n skeet in de maneskain. (=Hij is zeer bleek.) (Zaans)
  16. Hi'j kek gallig toe (=Hij heeft een bleek en grauw gezicht) (Giethoorns)
  17. je lig ip den blèek (=hij is ziek na een avondje stappen) (Kortrijks)
  18. je zie me wit op je kammetje (=bleek) (Zeeuws)
  19. je ziet ter uut as een vuul emde (=er bleek uit zien) (Zeeuws)
  20. je ziet ur uut asun vuul emde (=je ziet zo bleek) (Zeeuws)
  21. kèis: Bloze gelèk ne platte kèis (=bleek zijn van gelaat) (Lebbeeks)
  22. ons moeder goot nen bassing loog over den bleek en de pillewuiters kreupen mee haufels noar omhoog (=ons moeder goot een bassin leeg over het gazon en de regenwormen kwamen allemaal omhoog) (kemzekes)
  23. pietjsje den daut (=zo bleek als een lijk) (Bilzers)
  24. verschete as botermêllek (=bleek worden na een onverwachte mededeling) (Weerts)
  25. wat bis't wit omme snuut (=wat zie je bleek) (Westerkwartiers)
  26. wat bun ie meeps (=jij bent bleek) (Achterhoeks)
  27. Ze kon wel in de sni'j escheten em-m (=Een bleek , en grauw gezicht) (Giethoorns)
  28. ze was liekbleek om 'e snuut (=zij was erg bleek) (Westerkwartiers)
  29. Zie kon wel in de sni-j em esketen (=Zij heeft een bleek gezicht) (Giethoorns)
  30. ziuë blieëk of ‘t sop van widde roapkes (=zeer bleek zien) (Kaprijks)
  31. zn aonzichte is lik ne pannekoeke (=hij ziet bleek) (Kortemarks)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen