Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

46 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `aarde`

  1. aardewerk is geen paardenwerk. (=Graven of in aarde werken is een vermoeiende bezigheid)
  2. anderhalve man en een paardenkop (=weinig aanwezigen)
  3. Beter één ezel voor de ploeg dan twee paarden op stal. (=Kiezen voor zekerheid.)
  4. boven aarde staan (=overleden zijn maar nog niet begraven)
  5. dat heeft nogal wat voeten in de aarde (=dat is moeilijk te realiseren)
  6. De beste paarden staan op stal. (=De leukste meisjes gaan niet uit)
  7. De groten rijden te paard en de kleinen hangen tussen hemel en aarde. (=De machtige lui leven op kosten van de gewone man)
  8. de paarden achter de wagen spannen (=de zaak verkeerd aanpakken)
  9. de paarden die de haver verdienen krijgen ze niet (=zij die het goede werk verrichten, krijgen niet altijd de beloning)
  10. De paarden die de haver verdienen, krijgen ze niet. (=Verdienste blijft vaak onbeloond)
  11. Eén onderrok trekt meer dan twee paarden. (=De invloed van een vrouw is heel sterk)
  12. Een paardenmiddel (=Een sterk medicijn)
  13. een paardenmiddel (=een uiterste remedie)
  14. Een vrouwenhaar trekt sterker dan tien paarden. (=De invloed van een vrouw is zeer sterk)
  15. Elk zijn meug, zei de boer en hij at paardenkeutels in plaats van vijgen. (=Boeren zijn koppige mensen die hun eigen zin doen)
  16. geen aarde aan de dijk zetten (=niet helpen)
  17. Geen tien paarden brengen me daar naar toe. (=In geen geval ga ik daar naar toe)
  18. heden in hoogheid verheven morgen onder de aarde (=vandaag nog heel belangrijk, maar morgen misschien al dood)
  19. hemel en aarde bewegen (=ergens alles aan doen om het gedaan te krijgen (bv van iemand))
  20. Hij heeft paardenvlees gegeten. (=Hij is van nature onrustig)
  21. iemand ter aarde bestellen (=iemand begraven)
  22. in goede aarde vallen (=door de ontvanger goed ontvangen worden)
  23. je hebt luxe paarden en werkpaarden (=niet iedereen heeft dezelfde positie, de een moet harder of zwaarder werken dan de ander)
  24. Je hebt luxe paarden en werkpaarden. (=Je hebt rijke en arme mensen)
  25. jij raapt nog geen stro van de aarde (=je hebt nog niets verwezenlijkt)
  26. Met beslagen paarden op het ijs komen. (=Goed voorbereid zijn voor zijn taak)
  27. Met de paarden van Sint Franciscus. (=Te voet gaan)
  28. Met hem kan je paarden stelen. (=Hij is overal voor te vinden)
  29. Ongelijke paarden trekken kwalijk. (=Mensen die teveel verschillen in kwaliteiten, werken vaak niet goed samen)
  30. Op de magerste paarden bijten de dazen. (=Arme mensen hebben vaak pech)
  31. Op twee paarden blijven rijden. (=Men kan geen keus maken)
  32. oude paarden jaagt men aan de dijk (=als men zijn taak niet goed meer aankan, wordt men ontslagen)
  33. Oude paarden jaagt men aan de dijk. (=Als men de taak niet meer goed aankan, wordt men ontslagen)
  34. Oude paarden jaagt men achter de schans. (=Oude werknemers worden vaak afgedankt en met vervroegd pensioen gestuurd)
  35. Paarden vallen ook al hebben zij vier benen. (=Iedereen maakt fouten)
  36. Paardenkeutels zijn geen vijgen (=Uiterlijk kan bedriegen / laat je niks wijsmaken)
  37. paardenvlees gegeten hebben (=erg wild (woelig) zijn)
  38. Snotterige veulens worden de gladste paarden. (=Kwajongens die nergens voor lijken te deugen, worden vaak flinke mannen)
  39. Tussen hemel en aarde hangen (=In een lastige situatie verkeren)
  40. van nul en generlei waarde (=waardeloos)
  41. veel voeten in de aarde hebben (=veel moeite en tijd kosten)
  42. Vrouwenhanden en paardentanden staan nooit stil. (=Een vrouw is altijd wel wat aan het doen)
  43. witte paarden hebben veel stro nodig (=pronkzieke vrouwen kosten veel geld)
  44. Witte paarden hebben veel stro nodig. (=Pronkzieke vrouwen kosten veel geld)
  45. zijn hemel op aarde verdienen (=een goed en eerlijk leven leiden)
  46. zijn kop is zwaarder dan zijn benen (=hij is dronken (of erg moe))

51 betekenissen bevatten `aarde`

  1. voor lief nemen (=aanvaarden)
  2. op zich laten zitten (=aanvaarden zonder tegenstand)
  3. in een goed blaadje staan (=bijzonder gewaardeerd worden)
  4. zo gaan er twaalf in het dozijn (=dat heeft weinig waarde)
  5. zo gaan er dertien in een dozijn (=dat heeft weinig waarde, is niet zo bijzonder)
  6. dat is een aalshuid (=dat is van weinig waarde)
  7. dat is naatje/pet (=dat is waardeloos)
  8. dat kan Bruin(tje) niet trekken (=dat kunnen we ons niet veroorloven (afgeleid van een populaire naam voor trekpaarden))
  9. het gouden kalf aanbidden (=de hoogste waarde hechten aan geld / zich onderdanig gedragen tegenover rijken)
  10. de neus optrekken (=duidelijk maken dat men iets of iemand niet waardeert)
  11. conditio sine qua non (=een onvermijdelijke voorwaarde)
  12. ergens oog voor hebben (=ergens de waarde van inzien of aandacht voor hebben)
  13. zijn draai niet kunnen vinden (=ergens niet kunnen aarden)
  14. Aardewerk is geen paardenwerk. (=Graven of in aarde werken is een vermoeiende bezigheid)
  15. parels/paarlen voor de zwijnen werpen (=het goede verspillen aan hen die het niet verdienen/waarderen)
  16. eigen haard is goud waard (=het is nergens zo mooi als thuis / men hecht veel waarde aan het eigen bezit)
  17. ergens voor tekenen (=het met plezier willen aanvaarden)
  18. het kaf van het koren scheiden (=het waardevolle van het waardeloze scheiden)
  19. hij deed mee voor Piet Snot (=hij deed mee zonder toegevoegde waarde, en zonder erkenning)
  20. een profeet die brood eet (=iemand die waardeloze voorspellingen doet)
  21. iemand iets aansmeren (=iemand iets (weinig waardevols) verkopen)
  22. iemand blij maken met een dode mus (=iemand iets goeds in het vooruitzicht stellen, dat uiteindelijk waardeloos zal blijken te zijn)
  23. een dood kind met een lam handje (=iets dat totaal waardeloos is)
  24. ergens de vingers voor durven opsteken (=iets durven aanvaarden - zijn verantwoordelijkheid durven opnemen)
  25. rozen voor de varkens/zwijnen strooien (=iets goed doen voor mensen die dat niet waarderen)
  26. van zijn mast een schoenpin maken (=iets goeds bederven om iets van weinig waarde te bekomen)
  27. Een hark zonder steel (=Iets waardeloos)
  28. wat in het vat zit, verzuurt niet (=iets wat goed is en goed bewaard wordt, verliest zijn waarde niet / wat beloofd is zal ook worden ingelost)
  29. met een metworst naar een zij spek gooien (=iets weinig waardevols opofferen om iets waardevols terug te krijgen)
  30. in het niet zinken (=in vergelijking met iets anders nog weinig waarde hebben)
  31. onder ogen zien (=inzien, aanvaarden)
  32. van Lillo komen (=je dom houden. Volgens de overlevering vindt dit gezegde zijn oorsprong in het (ontkennende) gedrag van de inwoners van Fort Lillo na een aan hen toegeschreven roofoverval op een boerderij te Waarde in 1579)
  33. wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd (=je moet waardering hebben voor het geringe)
  34. met beide handen toegrijpen (=met graagte aanvaarden)
  35. je hebt luxe paarden en werkpaarden (=niet iedereen heeft dezelfde positie, de een moet harder of zwaarder werken dan de ander)
  36. niets om het lijf hebben (=niets betekenen, geen waarde hebben)
  37. van Jan Pet (=onverzorgd, waardeloos)
  38. in het land der levenden (=op aarde, voor de dood)
  39. een woord op zijn pas is een daalder waard (=spreken op het juiste ogenblik is waardevol)
  40. een woord op zijn pas is zo goed als geld in de tas (=spreken op het juiste ogenblik is waardevol)
  41. sap noch kracht hebben (=totaal geen waarde hebben)
  42. van likmevestje (=van weinig waarde, waardeloos)
  43. zich van de hals houden (=van zich afhouden, niet aanvaarden)
  44. zich van het lijf houden (=van zich afhouden, niet aanvaarden)
  45. geen rooie cent waard (=waardeloos)
  46. dat is nog geen haaienvin waard (=waardeloos)
  47. van nul en generlei waarde (=waardeloos)
  48. een doodgeboren kindje (=waardeloos, zonder toekomst)
  49. voor halve vracht meevaren (=weinig gewaardeerd worden)
  50. prijs stellen op (=weten te waarderen, graag willen)

Het dialectenwoordenboek kent 15 spreekwoorden met `aarde`

  1. Munsterbilzen - Minsters: dae kos toë nie goed aote (=hij kon daar niet goed aarden)
  2. Bilzers: den hiemel opt'iëd (=de hemel op de aarde)
  3. Geels: in de jeer dabbe (=in de aarde (grond) graven)
  4. Overmeers: 'n heupken eirde (=een hoopje aarde)
  5. Sint-Katelijne-Waver: da smokt na jeir (=dat proeft naar aarde)
  6. Waregems: 'k oa d'n ap ipgeetn (=mijn woorden vielen niet in goede aarde)
  7. Hoeselts: bete dabbe (=aarde van bieten verwijderen met een mes)
  8. Munsterbilzen - Minsters: ooze lieven heir hèt raar kosgangers (=er lopen rare individuen rond op aarde)
  9. Waregems: tramplen mee de voetn (=losse aarde aanstampen (tuinieren))
  10. Oudenbosch: komme ze goed / pakte gij oew prijze?oeneer issut inkurve/inmaande? oelaot issut klokke zette; zijn zal afgesloge? en wanneer worre ze gelicht (p.v.de Postduif bij Willem Vermeulen en Gerrit Goos)? 1948-1964 Fenkelstraat-Varkensmarkt-Polderstraat-Stoofstraat resp.Joh.Hoppenbrouwers,Joh.van Loon,Theo Ambagts,Cees Jongenelen-Janus Meesters-Piet Daas,Rinus Meesters-Koos Keij. Zijndur deur(gekomme) ? ; Speulde gij vites of fond;nest of op weduwschap?;issur dadeentje van de vlucht?daor steektur eentje;ze valle bedicht;nou komme ze gestee-rt af;en daor gao dun eul klad;wiejeet dun eurste gespeult?witte gij wie dun oed op aar?; tis un zwaore vlucht gewiest;zebbe draot gat;op de fond edde weinig waaivluchte;aardur veul mee?;eddok gepoeld?; aardur ok int konkoers staon of aarde ze alleen vor de vereniging mee?;aarderok vol staon ?;;Fenske witte gij dun uitslag vant konkoers? is dun lijst er al? oe laot zijn de prijze naf?. (=duivensport)
  11. Oudenbosch: aarde gij wir posjus ghe-te ? (=waar kwam je voor je werk zo laat vandaan ?)
  12. Munsterbilzen - Minsters: tès ammel geen avans (=dat alles brengt geen aarde aan de dijk)
  13. Westerkwartiers: onze Lieve Heer het roare kostgangers (=er lopen rare figuren op aarde)
  14. Oudenbosch: ok al gaode op aande en voete staon (=ook al beweeg je hemel en aarde)
  15. Geffes: Den aard krégge {aarde] (=Zich thuis gaan voelen)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen