Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


17 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `niets`

  1. daar kan niets van inkomen (=dat zal niet lukken)
  2. Een oude vrouw en een oude koe, die vallen toe, maar een oude man en een oud paard zijn niets meer waard. (=Een oude vrouw kan soms nog wel wat doen, maar aan een oude man heb je niets dan last)
  3. er is niets nieuws onder de zon (=alles is al eerder vertoond)
  4. er is niets van aan (=het is niet waar)
  5. niets afslaan behalve vliegen (=alles aannemen)
  6. niets dan lege briefjes hebben in te brengen (=voorstellen waarvan je vooraf al weet dat deze toch niet bekeken worden)
  7. niets dan wonden en builen zoeken (=altijd willen vechten)
  8. niets in de melk te brokken hebben (=niets te zeggen hebben)
  9. niets kunnen binnenkrijgen (=niet kunnen eten)
  10. niets nieuws onder de zon (=het lijkt nieuwe informatie, maar is al eerder gezegd)
  11. niets om het lijf hebben (=niets betekenen, geen waarde hebben)
  12. niets te halen (=niets te stelen of te ontnemen)
  13. niets te verletten hebben (=de tijd hebben)
  14. over de doden niets dan goeds (=men ziet kwaadspreken over overledenen als iets heel onbeleefd, er mag niet gespot worden met de dood)
  15. voor niets gaat de zon op (=alles kost geld en/of moeite)
  16. waar niets is verliest de keizer zijn recht (=van wie niets heeft, kan men niets vorderen)
  17. wie veel eist krijgt veel. Wie te veel eist krijgt niets (=je kan door het te vragen veel bij mensen gedaan krijgen, maar als je onredelijk wordt zal je worden overgeslagen)

164 betekenissen bevatten `niets`

  1. as is verbrande turf (=aan een belofte (as = als) heb je niets)
  2. van een mooi bord kun je niet eten (=aan uiterlijk alleen heb je niets)
  3. op een letter doodblijven (=absoluut niets veranderd willen zien)
  4. Waar geen aardappelen gepoot worden, zullen er ook geen groeien (=Als je niet een goed begin voor iets legt, zal er ook niets van worden)
  5. een geplaveide weg is des duivels oorkussen (=als je niets doet en lui bent, doe je ook niks goeds / mensen die zich vervelen omdat ze niets te doen hebben, kunnen tot de slechts dingen komen daardoor)
  6. Men moet de schapen scheren maar niet villen (=Als men uit hebberigheid de inkomstenbron opoffert heeft men niets meer voor in de toekomst)
  7. schelen zijn de mooiste niet, maar ze worden wel het meest aangekeken (=als relativerend antwoord wanneer men zegt dat ze het niets kan schelen)
  8. beter een half ei dan een lege dop (=beter iets dan helemaal niets)
  9. Beter een blind paard dan een leeg halster. (=Beter iets dan niets)
  10. geen slapende honden wakker maken (=beter niet over een bepaald onderwerp beginnen / aan mensen die ergens niets van weten en het er wellicht niet mee eens zijn, niets erover vertellen)
  11. men kan geen kaalkop bij het haar vatten (=bij de arme valt niets te rapen)
  12. men kan geen kei het vel afstropen (=bij de arme valt niets te rapen)
  13. dat gaat mijn pet te boven (=daar begrijp ik niets van)
  14. daar geeft de lommerd geen geld op (=daar heb ik niets aan - dat geloof ik niet)
  15. Een blind paard zou er geen schade doen. (=Daar in huis is letterlijk niets meer)
  16. dat kan al het water van de zee niet afwassen (=daar is niets aan te doen - dat kan je niet wegpraten)
  17. dat vlas is niet te spinnen (=daar is niets mee te beginnen)
  18. dat zal mij een zorg wezen (=daar trek ik me niets van aan)
  19. daar kan de schoorsteen niet van roken (=dat brengt niets op / men kan niet alleen van vriendelijke woorden leven)
  20. dat snijdt geen hout (=dat heeft er niets mee te maken; het bewijst niets)
  21. dat is zo breed als het lang is (=dat verandert niets aan de zaak)
  22. daar kun je ketelaar van blijven (=dat zal niets opbrengen)
  23. dat zijn aambeien met slagroom (=dat zijn dingen die niets met elkaar van doen hebben)
  24. de boter alleen op zijn koek willen hebben (=de anderen niets gunnen - zelf alles willen hebben)
  25. het kind van de rekening (=degene die schade lijdt, terwijl anderen niets hebben)
  26. de kop in het zand steken (=doen alsof er geen gevaar dreigt en er niets aan doen)
  27. Oost-Indisch doof zijn (=doen alsof er niets gehoord wordt)
  28. doen alsof je neus bloedt (=doen alsof je van niets weet)
  29. zich van de domme houden (=doen alsof men van niets weet)
  30. uit de lucht komen vallen (=doen alsof men van niets weet / erg plotseling en onverwacht)
  31. belofte is een hemd der dwazen (=een nietszeggende belofte kan toch tijdelijk gelukkig maken)
  32. Een oude vrouw en een oude koe, die vallen toe, maar een oude man en een oud paard zijn niets meer waard. (=Een oude vrouw kan soms nog wel wat doen, maar aan een oude man heb je niets dan last)
  33. recht in zijn schoenen lopen/staan (=eerlijk zijn, niets misdaan hebben)
  34. open kaart spelen (=eerlijk zijn, niets verbergen)
  35. er is met hem te eggen noch te ploegen (=er is met hem niets aan te vangen)
  36. er is geen vuiltje aan de lucht (=er is niets aan de hand)
  37. er is geen kruid tegen gewassen (=er is niets aan te doen)
  38. ergens geen woorden aan vuilmaken (=er niets eens over spreken)
  39. er niet van kunnen meespreken (=er niets over weten)
  40. in het duister tasten (=er niets over weten, geen aanknopingspunten vinden)
  41. er zijn mond niet aan vuil maken (=er niets over willen zeggen)
  42. er het zwijgen toe doen (=er niets over zeggen)
  43. er geen laars van weten (=er niets van afweten)
  44. ergens geen hout van snappen (=er niets van begrijpen)
  45. boven de pet gaan (=er niets van begrijpen)
  46. er koksgast van blijven (=er niets van krijgen , er geen vooruitgang mee maken)
  47. zoveel geven om iets als een boer om een kers (=er totaal niets om geven)
  48. van een kale kip kun je niet plukken (=er valt niets te halen bij iemand die niets heeft)
  49. je kunt van een kikker geen veren plukken (=er valt niets te halen bij iemand die niets heeft)
  50. er voor piet snot bij zitten (=er voor niets bijzitten)

Het dialectenwoordenboek kent 568 spreekwoorden met `niets`

  1. Heerlens: mit d'r baat waggele (=nietszeggend reageren)
  2. Brakels: tstopt gelijk een mande zonder gat (=een nietszeggend einde (van film))
  3. Leuvens: poapeplekker (=nietsnut)
  4. Londerzeels: hij es geen peip zeik waait (=hij is een nietsnut)
  5. Lichtervelds: ge zie ne groîtn zeero (=je bent een nietsnut)
  6. Zelzaats: 't Es e zwalpei. (=Dronken nietsnut die blijft rondhangen. Of nietsnut die van geen hout pijlen weet te maken.)
  7. Texels: Dot is toch ellef en een oortje (=niets waard)
  8. Harelbeeks: Ie n'es ginne klets in zyn oanzichte weir (=hetis een nietswaardig persoon)
  9. Harelbeeks: Ie n'es ginne klets in zyn oanzichte weir (=hij is een nietswaardig persoon)
  10. Amsterdams: Lamzak, Lamlul, Lapzwans, (=nietsnut)
  11. Brugs: u stroentroaper achter den tring, medun mangde zoender gat (=een nietsnut)
  12. Brakels: wor ons Irre zij goedeeten in steekt (=een nietsnut die men tolereert)
  13. Bilzers: nul de botte (=helemaal niets)
  14. Aalsters: van krommenoos geboren (=niets weten)
  15. Aarschots: 't Is noppes (=Het is niets)
  16. Waregems: da 'n broochte niets ip (=dat leverde niets op)
  17. Huizers: hij je nijt dan kan je nijt (=heb je niets dan kan je niets)
  18. Westerkwartiers: van 'n kikker ken je gien veer'n plukk'n (=waar niets is valt niets te halen)
  19. Hansbeeks: Ne keij kunde nie 't vel afdoen (=Wie niets heeft kan je niets ontnemen)
  20. West-vlaams: 't is gin kloatn weird (='t is niets waard)
  21. Achterhoeks: Dà hef niks in (=Dat heeft niets te betekenen)
  22. turnhouts: das iet van keskeschiet (=Dat is niets waard)
  23. Oudenbosch: da wor un pan mee spreeuwe (=dat wordt niets)
  24. Oudenbosch: eddoe tong ingeslikt ? (=durf je niets te zeggen ?)
  25. Veurns: een schete in een netzak (=een drukte om niets)
  26. Mestreechs: gein piep stöb weerd (=dit is niets waard)
  27. Graauws: tis all gal (=er is niets aan)
  28. Gronings: kin mie niks verrekn (=kan me niets schelen)
  29. Westlands: maai un biet (=het kan mij niets schelen)
  30. Oudenbosch: ut eet gin brood (=het kost niets)
  31. Susters: ut is sjietegaal (=het maakt niets uit)
  32. Zottegems: tes 'n scheete in 'n flesse (=het wordt niets)
  33. Westerkwartiers: hij is stroataarm (=hij bezit niets meer)
  34. Bilzers: nau moettet ploje of braeke (=nu is het alles of niets)
  35. Iepers: up je kinne kloppen (=niets krijgen)
  36. Sint-Niklaas: niet nie meer (=niets meer)
  37. Eersels: Keps zen (=niets meer hebben)
  38. Noorderkempisch: Ston knolscheuren (=niets staan te doen)
  39. Susters: niks oppe tandj höbbe (=niets te eten hebben)
  40. Gents: op zijne kinne kloppen (=niets te eten hebben)
  41. Gents: gien sjieke toebak wird (geen tabakspruim waard ) (=niets waard)
  42. Westerkwartiers: 't wil niks vlott'n (=het schiet niets op)
  43. Boksmeers: zeik op enne riek (=het stelt niets voor)
  44. Lichtervelds: je geboart van piekkns (=hij gebaart van niets)
  45. Lichtervelds: jis gièène schip teegn ze gat wêird (=hij is niets waard)
  46. Brugs: ken niejt hezeid (=ik heb niets gezegd)
  47. Bargoens: op een dooie staan (=niets te doen hebben)
  48. Bilzers: van toete noch bloëze wiëte (=van niets afweten)
  49. Lovendegems: van krommen hoas gebaren (=van niets gebaren)
  50. Waregems: van pijgns weedn (=van niets weten)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen