Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

12 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `tafel`

  1. aan de groene tafel zitten (=bestuurslid zijn)
  2. als de kat van honk is dansen de muizen op tafel (=als er geen toezicht is, doen de ondergeschikten hun zin)
  3. ben je belatafeld (=ben je gek)
  4. De tafel de nodige eer bewijzen. (=Smakelijk gaan eten.)
  5. de tafel eer aandoen (=goed en veel eten)
  6. het tafellaken doorsnijden (=alle bindingen met iemand verbreken)
  7. iets boven de tafel fietsen (=open kaart spelen met bedoelingen)
  8. iets ter tafel brengen (=voorstellen om iets te bespreken)
  9. je kaarten op tafel leggen (=laten weten over welke middelen je beschikt om iets gedaan te krijgen)
  10. te groot voor een servet en te klein voor een tafellaken (=geen kind meer, maar nog te jong voor volwassen zaken)
  11. tussen servet en tafellaken zijn (=niet bij de kleintjes maar ook niet bij de groten horen)
  12. Van een mooie / knappe tafel kun je niet eten. / Van een mooi bord kun je niet eten. (=Knap van uiterlijk heeft ook wel eens nadelen.)

2 betekenissen bevatten `tafel`

  1. het gemeste kalf slachten (=een groot feest opzetten / het beste en lekkerste eten op tafel zetten)
  2. Eten wat de pot schaft. (=Eten wat op tafel komt.)

Het dialectenwoordenboek kent 28 spreekwoorden met `tafel`

  1. Bocholtz: deusch (=tafel)
  2. Culemborgs: De putjies vannet toffeltie greun varreve (=De pootjes van het tafeltje groen verven)
  3. Urkers: de tafel anzetten (=de tafel dekken)
  4. Ossies: ik ha menne groete tien gestoeten aon de toffelpoet, nou is ie olling blaauw. (=Ik heb mijn teen gestoten aan de tafelpoot, nu is ie helemaal blauw. ( gaat om de klank, alleen echte Ossenaren kunnen dit goed uitspreken.))
  5. Munsterbilzen - Minsters: nöë de krup/troëg gon (=aan tafel komen)
  6. Antwerps: Klatschboempataatoeptoafel (=Een gerechtschotel die op tafel valt)
  7. Geffes: de toffel ophoale (=de tafel dekken)
  8. Liessents: De toffel ophoale (=De tafel dekken)
  9. Zeeuws: verlêêsten (=De schoen op tafel zetten)
  10. Munsterbilzen - Minsters: on de krib koeëme (=aan tafel gaan)
  11. Texels: Een hóge trararie op tafel (=Grote bos bloemen op tafel)
  12. Hulsters (NL): de taofel afruimen (=de tafel afhalen)
  13. Overpelts: zoatnoat! toafel 2 (=ober! tafel 2)
  14. Merenaars: zèn biejenen onder taufel steken (=aanschuiven aan tafel)
  15. Bilzers: spaajet mér traut (=gooi het maar op tafel)
  16. Heusdens: stuut de teuffel geried (=is de tafel gedekt)
  17. Aalsters: ten dansen de moizen op taufel (=dan dansen de muizen op tafel)
  18. Helmonds: De tafel dekken (=De toffel ophalen)
  19. Brugs: e gat lik een tafel (=een groot achterwerk)
  20. Bilzers: on de kop van (de) toffel (=aan het hoofd van de tafel)
  21. Boekels: hôlde gé de toffel efkes op (=dek jij de tafel even)
  22. Overpelts: thoes in hoes zit een moes onder de toffel (=thuis in huis zit een muis onder de tafel)
  23. Hulsters (NL): ghe leghtur oew kop maor baij (=als men iets niet lust aan tafel:)
  24. Bilzers: viël ûm den erm, mer niks en den derm (=rijk gekleed, armoe op tafel)
  25. Gents: z'hee tegen een ronde tafel geleupen (=terug zwanger zijn)
  26. IJmuidens: Bijna bij de heere Jezus aan tafel zitten (=Hoog in een flat wonen)
  27. Hansbeeks: Den hond is over tafel gesprongn (=Jij bent te laat voor de maaltijd)
  28. Sint-Katelijne-Waver: In Wauver slauge z'oep taufel dat de glauze dervan dauvere (en asse dan nau't tribenaul mutte gaun hemme ze niks gedaun) (=In Onze Lieve Vrouw Waver slaan ze op de tafel zodat de glazen ervan daveren (en als ze dan naar de rechtbank moeten gaan hebben ze niets gedaan))

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen