Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

27 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Anne`

  1. cum Annexis (=met bijbehoren) (Latijn)
  2. de boog kan niet altijd gespAnnen zijn (=men moet zich soms ook kunnen ontspannen)
  3. de kap aAnnemen (=in een klooster gaan)
  4. de kroon spAnnen (=het hoogtepunt vormen)
  5. de ossen achter de ploeg spAnnen (=de zaak verkeerd aanpakken)
  6. de paarden achter de wagen spAnnen (=de zaak verkeerd aanpakken)
  7. de sluier aAnnemen (=in een klooster gaan)
  8. een echte HAnnes (=een onhandig persoon)
  9. een pAnnetje lusten (=een borrel lusten)
  10. goed van aAnnemen (=verstandig)
  11. het habijt aAnnemen (=in het klooster gaan)
  12. het paard achter de wagen spAnnen (=iets nutteloos doen of verkeerd aanpakken)
  13. Het paard achter de wagen spAnnen. (=De zaak verkeerd aanpakken)
  14. iets mAnnetje voor mAnnetje doen (=iets strikt volgens plan uitvoeren)
  15. iets voetstoots aAnnemen (=iets geloven zonder bewijs )
  16. in het gareel spAnnen (=aan het werk zetten)
  17. in kAnnen en kruiken zijn (=alles is geregeld)
  18. men moet de snaren niet te sterk spAnnen (=je moet niet al te streng zijn, niet al te veel eisen)
  19. Men poot de aardappelen wAnneer men wil, ze komen toch niet in april (=Boerenregel. Aardappelen komen pas in mei uit)
  20. mettertijd komt HAnnes in het wammes (=met veel geduld lukt het wel)
  21. onder de pAnnen zijn (=de (geld)zaken goed voor elkaar hebben)
  22. op gespAnnen voet (zijn) (=moeilijk met elkaar omgaan, ruzie)
  23. te veel pAnnen op het dak (=te veel die het kunnen horen)
  24. voor goede munt aAnnemen (=geloven)
  25. wAnneer de boeren niet meer klagen, nadert het einde der dagen (=boeren klagen altijd)
  26. wAnneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt)
  27. zijn mAnnetje kunnen staan (=zich goed kunnen verdedigen)

44 betekenissen bevatten `Anne`

  1. iemand (niet) voor vol aanzien (=(niet echt) naar iemand luisteren wAnneer iemand meepraat)
  2. niets afslaan behalve vliegen (=alles aAnnemen)
  3. schelen zijn de mooiste niet, maar ze worden wel het meest aangekeken (=als relativerend antwoord wAnneer men zegt dat ze het niets kan schelen)
  4. op zijn zenuwen leven (=bijna overspAnnen geraken)
  5. die haring braadt niet (=dat (meestal geniepige) plAnnetje schijnt niet te lukken)
  6. de mens wikt, maar God beschikt (=de mensen maken allerlei plAnnen, maar het is niet aan hen of dat ook gebeurt)
  7. denken met kousen en schoenen in de hemel te komen (=denken dat men zich niet moet inspAnnen)
  8. de kat uit de boom kijken (=een afwachtende houding aAnnemen)
  9. iets in één adem uitlezen (=een boek waaraan je begonnen bent heel snel uitlezen, omdat je het zo spAnnend vindt)
  10. een krop opzetten (=een hoge borst opzetten - een fiere houding aAnnemen)
  11. het is olie op het vuur (=een reeds zeer gespAnnen situatie wordt door 1 extra gebeurtenis of opmerking tot een uitbarsting gebracht)
  12. feestelijk danken (=er voor danken maar het zeker niet aAnnemen)
  13. het beste paard van stal wordt overgeslagen (=grappige uitspraak wAnneer iemand overgeslagen wordt)
  14. als hamerstuk behandelen (=het voorstel zonder discussie aAnnemen)
  15. iets met een korreltje zout nemen (=iets niet helemaal voor waarheid aAnnemen)
  16. iets achter de hand hebben (=iets ter beschikking hebben voor wAnneer het nodig mocht zijn (bv nood))
  17. zuivel op zuivel is voer voor de duivel (=in de Middeleeuwen gebruikt om mensen van hekserij te beschuldigen, wAnneer zij zuivel op zuivel op hun brood deden)
  18. Aan een dood paard trekken. (=Je inspAnnen voor iets, dat tot mislukken gedoemd is)
  19. Snotterige veulens worden de gladste paarden. (=Kwajongens die nergens voor lijken te deugen, worden vaak flinke mAnnen)
  20. beter één vogel in de hand dan tien in de lucht (=liever een beetje dan helemaal niets / kleine concrete resultaten zijn beter dan grootse plAnnen)
  21. de boog kan niet altijd gespannen zijn (=men moet zich soms ook kunnen ontspAnnen)
  22. een boer met kiespijn lacht niet (=mensen met pijn kunnen moeilijker ontspAnnen)
  23. van de hand slaan/wijzen (=niet aAnnemen)
  24. op zijn gemak zijn (=ontspAnnen zijn)
  25. in duigen vallen (=plAnnen die niet doorgaan / uiteenvallen - verloren gaan)
  26. te veel hooi op je vork nemen (=te veel werk aAnnemen, zodat je in moeilijkheden komt)
  27. met het mes tussen de tanden (=wAnneer alles op het spel staat)
  28. bij nacht en ontij (werken/zijn) (=wAnneer anderen slapen)
  29. strenge heren regeren niet lang (=wAnneer een baas niet een beetje soepel is wordt het voor hem erg moeilijk)
  30. vrienden in nood, honderd in een lood (=wAnneer er zich problemen voordoen, laten vrienden je vaak in de steek)
  31. als het melk regent, staan mijn schotels omgekeerd (=wAnneer ergens iets voordeligs te verkrijgen valt, loop ik het steevast mis)
  32. kan uit Nazareth iets goeds komen? (=wAnneer iemand een bepaalde opvoeding heeft gehad kan daar niks goeds van verwacht worden)
  33. de ene dienst is de andere waard (=wAnneer iemand helpt, doet men graag iets terug)
  34. als katten muizen, mauwen ze niet (=wAnneer je aan het eten bent, praat je niet zoveel)
  35. rust roest (=wAnneer je niets doet gaat je vermogen achteruit)
  36. honger is de beste kok (=wAnneer men honger heeft, smaakt alles goed)
  37. in nood leert men zijn vrienden kennen (=wAnneer men in de problemen zit wordt duidelijk welke vrienden daadwerkelijk iets voor je willen betekenen)
  38. eendracht maakt macht (=wAnneer mensen samenwerken kan men veel bereiken)
  39. Als de ene blinde de ander leidt vallen ze beiden in de gracht (=WAnneer onbekwamen andere onbekwamen adviseren gaat het fout)
  40. (goed) begonnen is half gewonnen (=wat niet aangevangen wordt komt ook nooit af. / WAnneer het begin van iets goed is, is de kans groter dat het goed eindigt)
  41. zeeman geen man (=zeemAnnen zijn heel vaak van huis en daarom minder als echtgenoot geschikt)
  42. een zweetje op iets halen (=zich ergens fel voor inspAnnen)
  43. alles op alles zetten (=zich tot het uiterste inspAnnen om iets te bereiken)
  44. de schouders eronder zetten (=zich voor iets inspAnnen)

Het dialectenwoordenboek kent 38 spreekwoorden met `Anne`

  1. Aalsters: Plasjt insj in eir Annen! (=Klap eens in jullie handen!)
  2. Zeeuws: lit jen Annen ok es wappern (=meehelpen)
  3. Herns (Herne, VL-B): in oij Annen plaschen (=in zijn handen klappen)
  4. Zeeuws: da zien twi Annen op ie-en buuk (=eens)
  5. Giesbaargs: azu nen Annekiesjnest (=wat een rotzooi)
  6. Sint-Niklaas: 't is ' nen Annewuiten (=het is een dommerik, dwaze snul)
  7. Westerkwartiers: d'r zat Annerhaalf man en 'n peerdekop (=er was maar weinig publiek)
  8. Westerkwartiers: alles deur 'n Anner hen (=alles door elkaar heen)
  9. Westerkwartiers: wolv'm verscheur'n 'n Anner niet (=booswichten steunen elkaar)
  10. Westerkwartiers: deur 'n Anner hen (=door de bank genomen)
  11. Westerkwartiers: hier goan w'uut n' Anner (=hier scheiden onze wegen . . .)
  12. Sint-Niklaas: geel den Annekkusnest (=alles of alles wat er overschiet)
  13. Westerkwartiers: d'r zat moar Annerhaalf man en 'n peerdekop (=er was maar weinig publiek)
  14. Westerkwartiers: achter 'n Anner deur (=non stop)
  15. Westerkwartiers: 't is dik veur 'n Anner (=het is prima in orde)
  16. Westerkwartiers: deur 'n Anner hen (=doorelkaar genomen)
  17. Aalsters: aagt a Annen on a gedong (van a velo) (=Hou je handen op je (fiets)stuur)
  18. Denderleeuws: aske den bocht om gotj\r\naske Annendroé pakt (=als je de bocht om gaat)
  19. Westerkwartiers: zij laag'n met 'n Anner overhoop (=zij hadden ruzie)
  20. Liedekerks: Wa es me da ie ve nen Annekesnest (=Als je ergens niet tevreden bent)
  21. Westerkwartiers: de endjes net an'n Anner kenn'n knupp'n (=met moeite rond kunnen komen)
  22. Westerkwartiers: veul te dicht op 'n Anner (=veel te dicht bij elkaar)
  23. Westerkwartiers: ze hemm'm 't goed veur 'n Anner (=ze hebben het goed voor elkaar)
  24. Westerkwartiers: ze kenn'n 't goed met 'n Anner viend'n (=ze kunnen goed met elkaar opschieten)
  25. Westerkwartiers: ze stonn'n teeg'nover 'n Anner as twee kemphoan'n (=ze hadden dikke ruzie)
  26. Westerkwartiers: ze hemm'm alles deur 'n Anner hutselt (=ze hebben alles doorelkaar gesmeten)
  27. Westerkwartiers: ze speul'n 'n Anner de baal toe (=zij bevoordelen elkaar)
  28. Westerkwartiers: zij hemm'n mot met 'n Anner (=zij hebben ruzie met elkaar)
  29. Lochristis: ...en guel den Annekesnest (=... en wat weet ik niet nog allemaal/ enzovoort)
  30. Westerkwartiers: da's moar 'n beedje ien 'n Anner flanst (=dat zit niet goed inelkaar)
  31. Westerkwartiers: die benn'n goed met 'n Anner op streek (=die passen goed bij elkaar)
  32. Westerkwartiers: dat lopt kris kras deur 'n Anner (=dat loopt van alle kanten uit doorelkaar)
  33. Westerkwartiers: ze stond'n lienrecht teeg'nover 'n Anner (=zij waren het totaal oneens)
  34. Aalsters: gelek dagge me Anne pie in de pap slotsh (=iets tevergeefs doen)
  35. Aalsters: zeije na gielemool op Anne kop gevallen (=ben je nu helemaal gek?)
  36. Aalsters: Zeije na gielemool op Anne kop gevallen (=is hij nu helemaal gek)
  37. Mechels (BE): ik trek er men Anne naf (=ik wil er niets meer mee te maken hebben)
  38. Tilburgs: vur un goej en lèkker mènneke gonge de mèskes vruuger ter bèèvert naor ut Meuleschots, St. Anneke's kepèlleke. (=Om aan de man te komen gingen vroeger (maar ook nu nog) de dames op bedevaart naar het Sinte Anna's kapelleke te Molenschot)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen