Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


16 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `druk`

  1. De druk is van ketel. (=de grootste spanning is voorbij)
  2. een oogje dichtdrukken/toeknijpen/luiken (=niet optreden tegen iets wat eigenlijk niet mag. Iets gedogen.)
  3. ergens een stempel op drukken (=duidelijk je invloed ergens laten gelden)
  4. gouden handdruk (=grote afscheidspremie)
  5. het staat geschreven en gedrukt je moet krabben waar het jeukt (=problemen bij de bron aanpakken)
  6. het zo druk hebben als een klein baasje (=veel kleine karweitjes moeten doen)
  7. iemand met de neus op de feiten drukken. (=iemand iets zó onder de aandacht brengen, dat hij het niet langer kan negeren.)
  8. iemands voetstappen drukken (=iemands voorbeeld volgen of hetzelfde beroep gaan doen)
  9. liegen of het gedrukt staat (=heel erg hard liegen)
  10. liegen of het gedrukt staat (=liegen alsof men het zelf gelooft)
  11. op het hart drukken (=met de grootste nadruk zeggen)
  12. tegen de verdrukking in groeien (=ondanks zware omstandigheden toch vooruit komen)
  13. zich druk maken over (=zich kwaad maken om, zich aantrekken van)
  14. zijn snor drukken (=afwezig blijven / Zijn werk niet doen.)
  15. zijn stempel drukken op iets (=invloed uitoefenen op)
  16. zijn stempel op iets drukken (=op iets invloed hebben)

42 betekenissen bevatten `druk`

  1. het vlees doden (=de zinnelijke behoeften onderdrukken)
  2. het klopt als een bus (=deze uitdrukking is een contaminatie van het sluit als een bus met: het klopt als een zwerende vinger)
  3. zoete broodjes bakken (=dingen zeggen om een goede indruk achter te laten bij mensen met invloed.)
  4. eigen roem/lof stinkt (=door over jezelf op te scheppen maak je een nare indruk)
  5. een (modder)figuur slaan (=een belachelijke of domme indruk maken)
  6. iets over zich hebben (=een bepaalde indruk geven)
  7. een wit voetje halen (=een goede indruk maken bij de leider(s).)
  8. stukken maken (=een grote indruk maken , veel kapot maken)
  9. een slecht figuur slaan (=een slechte indruk maken)
  10. grote stappen, gauw thuis. (=een taak uitvoeren zonder zich er druk over te maken of ieder detail correct wordt aangepakt.)
  11. zo bezig als een bij (=erg druk bezig zijn)
  12. een draai geven (=het anders - minder negatief klinkend - uitdrukken)
  13. zijn vel duur verkopen (=het slechts onder de grootste druk opgeven)
  14. iemand de ijzers aanleggen (=iemand boeien of onder grote druk zetten)
  15. iemand op het verkeerde been zetten. (=iemand ergens een verkeerde indruk van geven, waardoor hij of zij iets gaat denken wat helemaal niet klopt.)
  16. iemand op zijn voorman zetten (=iemand nadrukkelijk op zijn plicht wijzen)
  17. iemand het vuur aan de schenen leggen (=iemand onder druk zetten)
  18. iemand het vuur na aan de schenen leggen (=iemand onder druk zetten)
  19. iemand het mes op de keel zetten (=iemand onder zware druk zetten)
  20. iemand de duimschroeven aanzetten (=iemand scherp ondervragen, onder grote druk zetten)
  21. iemand op zijn nummer zetten (=iemand zeer nadrukkelijk op zijn fouten wijzen, op een wijze die voor die persoon beschamend is.)
  22. een goede beurt maken (=iets heel goed doen, een goede indruk maken)
  23. ergens op hameren (=iets voortdurend benadrukken.)
  24. dat zal mijn klomp niet roesten. (=ik maak me er niet druk om; het kan mij niet schelen.)
  25. het zwart op wit hebben (=in geschreven of gedrukte vorm. Gedocumenteerd.)
  26. een storm in een glas water. (=jezelf druk maken om (bijna) niets.)
  27. met de witte perdekies naar Velzeke rijden (=krankzinnig worden. In Velzeke bevindt zich een sanatorium; de 'witte perdekies' (witte paardjes) verwijzen naar een ziekenwagen, waarmee de geestesgestoorde afgevoerd wordt. Uitdrukking uit het zuiden van Oost-Vlaanderen)
  28. geen zorgen voor de dag van morgen. (=maak je nu nog niet druk over mogelijke toekomstige problemen.)
  29. op het hart binden (=met de grootste nadruk zeggen)
  30. op het hart drukken (=met de grootste nadruk zeggen)
  31. in touw zijn (=met iets druk bezig zijn)
  32. het hoofd loopt me om. (=niet meer weten wat te doen (bv bij drukte))
  33. de duimschroeven aanleggen/aanzetten (=onder druk zetten)
  34. het vuur (na) aan de schenen leggen (=onder druk zetten)
  35. het mes op de keel zetten (=onder sterke druk zetten)
  36. poeha maken (=overdreven doen of drukte maken)
  37. gevleugelde woorden (=veel gebruikte uitdrukking)
  38. veel poespas hebben (=veel overdrijven en drukte maken)
  39. leven in de brouwerij brengen (=waar het rustig is activiteit brengen, meer vrolijkheid en drukte inbrengen)
  40. weinig armslag hebben (=weinig ruimte hebben om uit te breiden of weinig mogelijkheden hebben, meestal in geld uitgedrukt)
  41. zich (te) sappel maken (=zich (te) druk over iets maken)
  42. los in de mond zijn. (=zichzelf goed kunnen uitdrukken en gedachten kunnen verwoorden.)

Het dialectenwoordenboek kent 88 spreekwoorden met `druk`

  1. Katwijks: drukke nering (=Grote drukte)
  2. Temse: tis douf (=het is drukkend warm)
  3. Temse: tis doef (=het is drukkend warm)
  4. Opglabbeeks: lève inne bruiweriej (=drukte)
  5. Munsterbilzen - Minsters: hae hoch te weineg lëtters geaete (=de drukker kon er niet meer aan uit)
  6. Munsterbilzen - Minsters: hae kinter geen jota mei van (=de drukker verstaat er geen letter meer van)
  7. Zeeuws: de huust bin noha druuzug (=drukke kinderen)
  8. Vechtdals: iets hem'm te drukkn (=nodig naar de wc moeten)
  9. Bilzers: foj 't ès wêrm, 't ès vér flaa te valle van de hits (=het is drukkend warm)
  10. Rijssens: za'k oe tegen de koark an drukk'n (=brommers kiek'n)
  11. Dordts: \ (=Deze uitdrukking staat voor algemene drukte, waar dan ook)
  12. Veurns: è sjcheet' in è netzak (=een drukte om niets)
  13. Steins: 'ne kop wie eine ríéthamer höbbe (=flinke hoofdpijn ,of drukkend gevoel in het hoofd)
  14. Evergems: kakken goa veur bakken (=eerst drukken, daarna bakken)
  15. Mestreechs: kloete sjoore (=drukken op het werk)
  16. Werviks: rechtsweird (=drukt de verhouding uit met kinderen van oom of tante)
  17. Helmonds: bolsturig (=onrustig,druk, gedrag.)
  18. Veurns: drukk'n zoender iente (=het nieuw nauw nemen met de waarheid)
  19. Gelaens (Geleens): Maak neet zoa'ein apprenche (=Maak niet zo'n drukte)
  20. Veurns: een schete in een netzak (=een drukte om niets)
  21. Lovendegems: een scheet in een flassche (=veel drukte om niets*)
  22. Zeeuws: ie lieg of attut e drukt sti (=leugenaar)
  23. Westerkwartiers: dat maag 'em de pret niet drukk'n (=dat zal geen roet in het eten gooien)
  24. Tilburgs: dur de drukte kosse me-r nie deur (=door de drukte konden wij er niet door.)
  25. Zeeuws: ie eit tut zo druk a s un roekel mie ie--en vleeke (=druk)
  26. Hulsters (NL): tis daor un éle (grôte) affaire (=het is daar een hele drukte)
  27. Oudenaards: Mokt ui zoë dul nie (=Maak je niet druk)
  28. Bilzers: n kwispeltrien (=een druk kind)
  29. Vechtdals: mu'j hen heuin (=heb je het druk)
  30. Brugs: va je gat maken (=zich druk maken)
  31. Sevenums: embras maken (=zich ergens druk om maken)
  32. Twents: op 'n biester wèèn (=heel druk zijn)
  33. Huizers: hear op een hongd (=druk of erg veel)
  34. Veurns: joeëns en zwiens vroetel'n ollesziens (=kinderen zijn druk)
  35. Haarsteegs: In bezoelie zijn (=druk bezig zijn)
  36. Lutters: kannie wach'n (=ik ben druk)
  37. Kortenbergs: 't zie zwet van 't volk (=Het is druk)
  38. Luyksgestels: 't zo druk hemme ès de pan mee vastenoavend (=het ergens heel druk mee hebben)
  39. Twents: doo mer heanig an (=doe maar niet zo druk)
  40. Sallands: drok ant wark (=druk aan het werk)
  41. Westerkwartiers: hij is drok ien 'e weer (=hij is druk bezig)
  42. Vechtdals: nie hen heuin hoevm (=niet druk zijn)
  43. Roermonds: zich danig opriete (=zich behoorlijk druk maken)
  44. Antwerps: ge moet ni zoë van oewen théoater moake (=Je moet niet zoveel drukte maken)
  45. Amsterdams: madeliefies naar buiten drukken (=dood zijn)
  46. Roeselaars: Jis ze were ant drukken (=Hij is aan het liegen)
  47. Westerkwartiers: hij lugt of 't drukt stijt (=hij liegt zonder te blozen)
  48. Westerkwartiers: hij ken lieg'n of 't drukt stijt (=hij kan liegen zonder te blozen)
  49. Westerkwartiers: hij huuft niet noar zien pet zoek'n (=hij heeft het erg druk)
  50. Roermonds: Bedoot dich neet zo (=Je maakt je te druk)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen