Spreekwoorden met `%gif`

Zoek

Eén spreekwoord bevat `%gif`

  1. daar kan je gif op innemen (=je mag er zeker van zijn dat het gaat gebeuren)

Eén betekenis bevat `%gif`

  1. de hand reiken (=vergiffenis schenken)

42 dialectgezegden bevatten `%gif`

  1. 't gif nie, da gif nie (=het is niet erg) (Sint-Niklaas)
  2. da gif nie mee (=dat zit muurvast) (Oudenbosch)
  3. da gif nie, tgif nie (=het geeft niet) (Sint-Niklaas)
  4. dae hèt rattevërgif geaete (=die is niet opgetogen) (Munsterbilzen - Minsters)
  5. das ne graute lantiën mèr hae gif mèr ë kleen lich (=die heeft wel een grote mond, maar presteert niet veel) (Munsterbilzen - Minsters)
  6. dat gif niks! (=dat is niet erg) (Munsterbilzen - Minsters)
  7. dat mek niks uut, gif niks (=dat maakt niks uit) (Achterhoeks)
  8. die kleur gif niejaf (=die kleur blijft zoals die is (bv. in de was) ) (Oudenbosch)
  9. doë zèk ich vergif op (=daar kan ik echt boos om zijn) (Munsterbilzen - Minsters)
  10. e gif nooit nieten (=hij geeft nooit iets) (Veurns)
  11. gif bözze / allee vuruit (=zet hem op) (Wichels)
  12. gif dèm 'nen trok onder zè gat (=geef hem een schop onder zijn achterste) (Sint-Niklaas)
  13. gif e kièè de laote (=hoe laat is het) (Kortemarks)
  14. gif ekièè de loate? (=hoe laat is het?) (Lichtervelds)
  15. gif em ne slag in ze leen en ze gat volt of (=van iemand met een tengere lichaamsbouw zegt men) (lichtervelds)
  16. gif mao buzze, gif mao sjette, gif mao slunse (=werk maar vlug verder) (Kortemarks)
  17. gif mao sjette, gif mao slunse (=geef maar van katoen) (kortemarks)
  18. gif mè mor e flesken bier van 't schap (=geef mij maar een glas bier op kamertemperatuur) (Sint-Niklaas)
  19. gif mè mor e nis ei (=geef mij maar een halfgekookt ei) (Sint-Niklaas)
  20. gif mè mor nun druppel (nun borrel) (=geef mij maar een jenever) (Sint-Niklaas)
  21. Gif mij ies a jeyken (=Aai me eens) (Hams)
  22. gif mo chette (=geef maar gas) (Roeselaars)
  23. gif mo schette (=haast je) (Veurns)
  24. gif mo sjette (=doe voort) (Poperings)
  25. Gif mo sjette. (=Doe maar snel door.) (west-vlaams)
  26. gif moa buzze (=doe maar vlug voort) (Lichtervelds)
  27. gif moa sjette, gif moa buzze (=zet er maar vaart achter) (Wevelgems)
  28. gif moar goaze / buzze (=laat het maar vooruitgaan) (West-Vlaams)
  29. gif mor buzze (n) Zjeraar (=haast je maar, laat het maar vooruit gaan) (Sint-Niklaas)
  30. gif ne keer een schoo pollukken (=geef eens een mooi handje (tegen kinderen) ) (Sint-Niklaas)
  31. gif us aosum (=zeg hier eens iets op) (Oudenbosch)
  32. Griene Kiës gif witte Poëse (=is het met Kerstmis groen, kan je sneeuw verwachten met Pasen) (Munsterbilzen - Minsters)
  33. ne graute lantiën gif sëmtijds ook mér ë klleen lich (=hoe groter hoe slapper, hoe kleiner des te dapper) (Munsterbilzen - Minsters)
  34. ne naote mee, gif botter énde wee (=als het nat is in mei, staat het gras hoog in de wei) (Bilzers)
  35. ne rink rond te zon, gif watter èn de ton (=een kring rond de zon, geeft regen zonder pardon) (Munsterbilzen - Minsters)
  36. oëvet-raud gif wotter enne slaut (=avondrood betekent regen) (Bilzers)
  37. ook de vaulste koe gif nog witte mëlk (=je hebt het of je hebt het niet !) (Munsterbilzen - Minsters)
  38. Pas op, anders gif 't kuntje kermis (=met een pak slaag dreigen) (Barghs)
  39. roeëzëtig van de gif (=heel kwaad) (Munsterbilzen - Minsters)
  40. Speet mummer ülf gif ook wotter (=Je hebt een snotbel onder je neus) (Bilzers)
  41. viël lopers gif nog geen kopers (=veel kijkers, maar geen kopers) (Munsterbilzen - Minsters)
  42. voejër ë vêrkë en het gif tich spek, voejer minse en de kraajgs drek (=dieren zijn dankbaarder dan mensen) (Munsterbilzen - Minsters)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen