Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

9 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `roep`

  1. een roepende in de woestijn zijn (=niemand die naar je wil luisteren (bij raad/waarschuwingen))
  2. Eten en drinken is geen beroep / ambacht. (=Werken is noodzakelijk om te kunnen leven.)
  3. iemand op het matje roepen (=iemand bij zich laten komen en om uitleg vragen waarom iets zo gedaan is)
  4. iets in de groep gooien (=iets in een groep bespreken)
  5. in het aanzijn roepen (=in het leven roepen)
  6. je moet geen 'hei' roepen voordat je de brug over bent (=vreugde over een goede afloop is pas toepasselijk als er niets meer verkeerd kan gaan)
  7. roep geen haring voor hij in het net is (=wees niet te voorbarig)
  8. roep geen mosselen voordat ze aan de wal zijn (=verkoop de huid niet voordat de beer geschoten is)
  9. roepen in de woestijn (=niet gehoord worden)

16 betekenissen bevatten `roep`

  1. De kap aan de haag hangen (=1: Een beroep beëindigen. 2: Het voor gezien houden)
  2. eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=Als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
  3. eerste viool willen spelen (=de meest prominente taak willen vervullen, bijvoorbeeld als leider of woordvoerder van de groep)
  4. de wind waait uit die hoek (=een mening van iemand uit een bepaalde groep/partij)
  5. een schurftig schaap steekt de hele kudde aan (=een slechte persoon in een groep, maakt de hele groep slecht)
  6. een vreemde eend in de bijt (=een vreemd exemplaar in de groep. (Een bijt is een opening in het ijs))
  7. arbeider in de wijngaard des heren (=geestelijk beroep (priester,dominee) uitoefenend)
  8. iemands voetstappen drukken (=iemands voorbeeld volgen of hetzelfde beroep gaan doen)
  9. iets in de groep gooien (=iets in een groep bespreken)
  10. aan een balk, die uit het bos gehaald wordt, moet veel gehakt worden, voor hij in het huis past (=in een religieuze groep, vereniging, etc,: je kunt leden uit een gemeenschap winnen, maar hun moet wel geleerd worden zich aan te passen)
  11. in het aanzijn roepen (=in het leven roepen)
  12. twaalf ambachten, dertien ongelukken (=wie telkens van beroep verandert, slaagt uiteindelijk nergens in)
  13. in het hoekje zitten waar de slagen vallen (=zich in een groep bevinden die altijd het moeilijk heeft of problemen krijgt)
  14. lege vaten klinken het holst (=zij die er niets over weten, roepen het hardst)
  15. blaffende honden bijten niet (=zij die het hardst roepen, zijn het minst gevaarlijk)
  16. de troffel in de kalkbak gooien (=zijn beroep opgeven en van zijn rente gaan leven)

Het dialectenwoordenboek kent 21 spreekwoorden met `roep`

  1. Bilzers: kleen krijge (=tot de orde roepen)
  2. Waregems: rouwpt acht' ulpe (=roep om hulp)
  3. Berchems: moe jen gazette en? (=roep het nog een beetje luider!)
  4. Giethoorns: A-j de pepert en de roepert maar eupen ollen (=Gezond blijven)
  5. Tilburgs: ik kosse bekaant nie bekweke gekrege krijge (=ik kon haar met hard roepen bijna niet bereiken)
  6. Baols: spookbeeld om kinderen binnen te roepen (=achtuuremoeier)
  7. Twents: wie hebt roepen op n moos; Vi'j hebt roep'n op'n moos (=wij hebben rupsen op de boerenkool)
  8. Bilzers: aste geen beroep wils leire, wiën dan mér gewaun ne sjoëlmeester (=ommigen hebben een beroep, anderen een roeping)
  9. Rijssens: roep'n in moos (=rupsen in de boerenkool)
  10. Zaans: Un pin op de neus geve (=(Iemand) tot de orde roepen)
  11. Zichems: te loemp veu in een koei heur gat ne goeiendag te roepe (=verschrikkelijk dom zijn)
  12. Bredaas: 'k ken um nie bekwèkt krijge (=hij hoort me niet roepen)
  13. Lokers: kakken goa veur bakken (=De roep van de natuur gaat vóór het werk)
  14. Sint-Niklaas: kot kot kotkedei (=roep der hen die een ei legt)
  15. Drents: Hij schrouwt asof e in Geelbroek zit (=Hard roepen)
  16. Bilzers: roepper mér nie te hel op (=voor je het weet gebeurt het nog eens)
  17. Oudenbosch: die motte gij us op z n vesje tuffe (=die moet je eens tot de orde roepen)
  18. Sint-Niklaas: 'k zun op al eiligen roepen (=ik heb heel veel pijn...)
  19. Twents: roep'n op 'n moos hebb'n (=rupsen op de boerenkool hebben)
  20. Rotterdams: Nog te lui om brand te roepen (=lui)
  21. Tilburgs: den boer waar himmol aachter op zunnen èkker, k-kos um nie bekwêeke krèège (=de boer was helemaal achter op zijn akker, ik kon hem niet bereiken met roepen)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen