Spreekwoorden met `mi`

Zoek


117 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `mi`

  1. niet geschoten is altijd mis (=als je het niet probeert, komt er ook niks van)
  2. niet op mijn weg liggen (=ergens niets mee te maken hebben of niet mee willen bemoeien)
  3. nu breekt mijn klomp (=van verbazing niet meer weten wat te zeggen)
  4. onbekend maakt onbemind (=iets wat nog onbekend is, kan ook niet geapprecieerd worden)
  5. over mijn lijk (=ik zal mij daar met alle kracht tegen verzetten)
  6. Parijs is wel een mis waard (=om een voordeel te behalen bij tegenstanders aansluiten)
  7. precies in mijn straatje zijn (=me precies goed uitkomen op het juiste moment)
  8. terminus ad quem (=eindpunt van de tijdsberekening) (Latijn)
  9. tussen die twee was er geen chemie (=die twee mensen hadden te veel karakterverschillen om goed te kunnen samenwerken)
  10. van een koude kermis thuiskomen (=teleurgesteld thuiskomen)
  11. visnamig (=daar is het goed vissen, er zit daar veel vis)
  12. waar meerderman komt moet minderman wijken (=als een machtig persoon iets zegt, moet de minder machtige zwijgen)
  13. wat heb ik nou aan mijn fiets hangen? (=wat gebeurt er nu voor iets raars?)
  14. weten van kikken noch mikken (=nergens van weten)
  15. zo arm als de mieren (=straatarm)
  16. zo rot als een mispel (=totaal rot (bedorven))
  17. zonder mijn en dijn zou de wereld hemels zijn (=jaloezie en hebzucht maken de wereld een stuk minder fraai)

272 betekenissen bevatten `mi`

  1. het touw wat vieren (=het iets minder streng aanpakken)
  2. met hem is het kwaad kersen eten. (=het is beter hem te mijden.)
  3. er is maar een f in het abc (=het juiste midden vinden, is moeilijk)
  4. de vis begint te stinken bij de kop (=het loopt het eerst mis bij de leiding)
  5. het zal me worstwezen (=het maakt voor mij geen enkel verschil)
  6. het mijn en het dijn (=het mijne en het uwe)
  7. kaf onder het koren (=het minder goede onder het goede)
  8. aal is geen paling (=het mindere is niet gelijk aan het meerdere)
  9. schipbreuk lijden (=het niet tot zijn doel geraken / mislukken)
  10. niemand genoemd, niemand gelasterd. (=het vermijden van het noemen van namen voorkomt onnodige ruzie)
  11. corpus delicti (=het voorwerp van de misdaad)
  12. oude kerken hebben duistere glazen. (=het zicht wordt minder als je ouder wordt)
  13. het gaat aan zijn neus voorbij (=hij loopt iets mis)
  14. er loopt hem een luis over de lever (=hij windt zich al over het minste op)
  15. klein is de rouwe, valt de oude koe dood. (=hoe ouder iemand sterft hoe minder het verdriet)
  16. tussen hoop en vrees dobberen (=hopen dat het goed gaat, maar tegelijkertijd vrezen dat het mis gaat)
  17. tussen hoop en vrees zweven (=hopen dat het goed gaat, maar tegelijkertijd vrezen dat het mis gaat)
  18. iemand iets in de schoenen schuiven (=iemand aanwijzen als de schuldige of als de verantwoordelijke voor een mislukking)
  19. iemand op zijn wenken bedienen (=iemand altijd en onmiddellijk geven waar hij om vraagt)
  20. iemand in de luren leggen (=iemand bedriegen of misbruiken)
  21. het zwarte schaap van de familie (=iemand die een beetje buiten de familie staat qua gedrag)
  22. iemand in zijn eigen vet gaar laten smoren (=iemand die iets misdaan heeft aan zijn lot overlaten)
  23. iemand de ogen verblinden (=iemand door uiterlijke schijn misleiden)
  24. iemand onder handen nemen (=iemand flink aanpakken / mishandelen)
  25. iemand de hand boven het hoofd houden (=iemand in bescherming nemen)
  26. iemand met de nek aankijken (=iemand minachten of negeren.)
  27. iemand achter de bank schuiven (=iemand minachtend behandelen)
  28. iemand in de wielen rijden (=iemand tegenwerken om te zorgen dat het mis gaat)
  29. een voetveeg zijn (=iemand zijn die voor minderwaardige klusjes gebruikt wordt)
  30. de ontbrekende schakel (=iets dat nog mist om iets compleet te maken)
  31. er de boot mee ingaan (=iets hebben ondernomen, dat tot een totale mislukking heeft geleid)
  32. buiten iets kunnen. (=iets kunnen missen)
  33. je neus voor iets ophalen (=iets minderwaardig achten)
  34. een ondergeschoven kindje zijn (=iets of iemand is miskend. Zie bedstede voor de letterlijke betekenis)
  35. elke medaille heeft een keerzijde (=iets van twee kanten bekijken, aan iedere zaak zitten twee kanten, vaak een positieve en minder positieve kant)
  36. de scherpe kantjes er van afhalen. (=iets verzachten of minder extreem maken)
  37. een heilige koe (=iets waar je niet aan mag komen en zuinig op bent, voor sommige mensen is dat bijv. een auto)
  38. goed gereedschap hangt onder een afdak. (=ik ben wel te dik maar mijn ‘gereedschap` (de penis) werkt nog goed.)
  39. kom ik er vandaag niet dan kom ik er morgen (=ik doe het wel op mijn gemak)
  40. dat zal mijn klomp niet roesten (=ik maak me er niet druk om; het kan mij niet schelen)
  41. over mijn lijk (=ik zal mij daar met alle kracht tegen verzetten)
  42. als een nachtkaars uitgaan (=in een gestaag tempo minder worden en eindigen)
  43. geen profeet is in zijn (eigen) land geëerd (=in tegenstelling tot vreemden, zijn mensen uit je woonplaats minder bereid te luisteren)
  44. je voor de kop schieten (=inzien dat men een grote stommiteit gedaan heeft - zelfmoord plegen)
  45. zonder mijn en dijn zou de wereld hemels zijn (=jaloezie en hebzucht maken de wereld een stuk minder fraai)
  46. vette en magere jaren (hebben) (=jaren met meer welvaart en minder werkloosheid en jaren met minder welvaart en meer werkloosheid)
  47. aan een dood paard trekken. (=je inspannen voor iets, dat tot mislukken gedoemd is)
  48. op een blind paard wedden. (=je inzetten voor iets wat gedoemd is te mislukken)
  49. je kan wel dansen al is het niet met de bruid (=je kan ook wel tevreden zijn met iets minder dan het beste)
  50. langzaam aan, dan breekt het lijntje niet (=je kunt beter rustig doorwerken, dan kan er het minste fout gaat)

16 dialectgezegden bevatten `mi`

  1. oja mi gistrn heurt, wor k vandoge u moarte (=ik doe niet alles wat je vraagt...) (Kortrijks)
  2. onder 't woeët'rr zat ne poeët'r mi zèn tieën'n boven 't woeët'r : oeveel tieën'n au die poëet'r? (=aftelrijmple) (Meers)
  3. onder twoeëtr zat ne poeëtr mi zèn tieënen boven twoeëtr. Oeveel tieënen at dieë poeëtr... (=aftelrijmpje) (Meers)
  4. Pak ‘s unne wis um de bihzum mi op te beinden (=Neem een dunne wilgenteen om de heibezem mee vast te binden) (Ewijk (Euiwwiks))
  5. preus mi (i van pit) (=trots op) (Veurns)
  6. schrief 't op je buuk, je ku 't toen mi j'n emde afvagen (=je kunt ernaar fluiten) (Veurns)
  7. slaap'n mi 't lank kordeeël (=een nakende geboorte afwachten) (West-Vlaams)
  8. uisaugen mi klein kinjeren (=gezin met kleine kinderen) (Meers)
  9. vernesteld zien mi ' en (d) s (=Een zaak niet weten te ontwarren) (Veurns)
  10. vernesteld zien mi d' ens (=geen uitkomst zien) (Veurns)
  11. waereke mi je pooke (=werk eens door) (Ouddorps)
  12. wellekom, wellekom, lieve meirt da ge mi mei noar 't graf nieën veirt (=Welkom, welkom lieve maart, dat je met mij naar het graf niet vaart) (Wichels)
  13. wellekom, wellekom, lieve meirt da ge mi mei noar ' t graf nieën veirt (=Welkom, welkom lieve maart, dat je met mij naar het graf niet vaart) (Wichels)
  14. Wuk dan m' eet'? Kuuriezeneuz'n mi lange stèèrt'n! (=Wat we eten? Nieuwsgierige kindjes met vele vragen!) (Veurns)
  15. ze heit un buuk mi kluuv'n (=zij is zwanger) (Ouddorps)
  16. ze pap kunn'n koeël’n mi ... (=kunnen opschieten met ...) (Veurns)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen