117 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `mi`
- aan de middelhand zitten (=niet eerst of laatst moeten spelen)
- aan een boom zo vol geladen, mist men een twee pruimpjes niet (=als er van iets grote hoeveelheden zijn, kan er wel wat gemist worden)
- aan mijn lijf geen polonaise (=van mij moet je afblijven)
- aan mijn nooit niet (=geen sprake van)
- achterom is kermis (=gezegd als voorlangs niet de voorkeur heeft)
- ad hominem (=zonder omwegen) (Latijn)
- als het melk regent, staan mijn schotels omgekeerd (=wanneer ergens iets voordeligs te verkrijgen valt, loop ik het steevast mis)
- beminnen als het licht van zijn ogen (=erg graag zien)
- bij de mieren zijn (=dood)
- binnen mikken zijn (=geborgen zijn)
- dat gaat mijn pet te boven (=daar begrijp ik niets van)
- dat is een ver-van-mijn-bedshow (=dat is iets waar ik me helemaal niet mee bezighoud; dat is iets dat op grote afstand van hier gebeurt)
- dat is het geheim van de mis (=zo zit de zaak in elkaar.)
- dat is het geheim van de smid. (=dat specifieke kennis die alleen vakmensen kennen)
- dat is Latijn voor mij (=dat begrijp ik niet)
- dat is mij tegen de boeg. (=dat is tegen mijn zin)
- dat kan ik wel in mijn holle kies stoppen (=dat is wel een heel klein beetje)
- dat paard zal mij niet meer slaan (=dat zal mij niet meer gebeuren)
- dat raakt mijn koude kleren niet (=ergens niets mee te maken hebben en zich niet voor interesseren)
- dat zal mij een zorg wezen (=daar trek ik me niets van aan)
- dat zal mijn klomp niet roesten (=ik maak me er niet druk om; het kan mij niet schelen)
- de admiraal heeft geschoten. (=de gastheer heeft het sein gegeven te gaan eten.)
- de appel smaakt bomig. (=kinderen lijken op hun ouders.)
- de bal misslaan (=zich vergissen)
- de Benjamin zijn (=het lievelingetje zijn)
- de boot missen (=te laat zijn)
- de deugd zit in het midden. (=gezegd als iemand tussenin zit)
- de economie zit in de lift (=de economie groeit)
- de gulden middenweg (houden/bewandelen/verkiezen) (=een tussenstandpunt of tussenoplossing verkiezen)
- de kap over de haag smijten (=zijn priester- of kloostergelofte verbreken)
- de kerk in het midden laten (=bij een meningsverschil geven beide personen wat toe om het eens te worden)
- de kerk midden in het dorp laten. (=het laten zoals het is)
- de mier aan iets/iemand hebben (=een erge hekel hebben)
- de mijn is verkeerd gesprongen (=ongeveer als: wie een put graaft voor een ander, valt er zelf in)
- de mis aan de muur plakken (=niet naar de mis gaan (verzuimen))
- de pastoor gaat voor en de dominee loopt met hem mee (=altijd eerst de machtige mensen, dan de mindere mens)
- de plank misslaan (=niet het goede inzicht hebben; ernaast zitten)
- de snoeren zijn mij in lieflijke plaatsen gevallen (=ik ben op goede plaatsen beland)
- die de minste tanden hebben, kauwen het meest (=de domste mensen voeren gewoonlijk het hoogste woord)
- doe wel naar mijn woorden, maar ziet niet naar mijn daden (=ik geef raad waar je je het beste aan kan houden, maar ik doe het zelf niet)
- dominee brand je bekje niet (=pas op! Het eten of de drank is heet!)
- een gehuurd paard en eigen sporen maken korte mijlen (=eigen bezit beschadigt men minder dan gekregen of gehuurd bezit)
- een gehuurd paard en eigen sporen maken korte mijlen. (=men is geneigd andermans spullen te misbruiken)
- een groene Kerstmis een witte Pasen. (=als Kerst warm is wordt Pasen koud)
- een mens is alleen onmisbaar bij zijn begrafenis (=niemand is onmisbaar.)
- een mier in de broek hebben (=ongeduldig zijn)
- een naald in een hooiberg/hooimijt zoeken (=iets zoeken dat bijna niet te vinden is)
- een paardenmiddel (=een uiterste remedie)
- en petit comité (=in een klein genootschap, in het geheim)
- er komt een dominee voorbij (=er valt een plotselinge stilte in een rumoerig gezelschap)
272 betekenissen bevatten `mi`
- in zijn eigen vet gaar koken (=aan zijn lot overlaten (iemand die iets misdaan heeft))
- alles op haren en snaren zetten (=alle middelen aanwenden / alles in het werk stellen)
- het doel heiligt de middelen (=alle middelen zijn toegelaten, zolang het doel maar bereikt wordt)
- we gaan geen ijsje eten (=alles mislukt)
- de ratten verlaten het zinkende schip (=als de omstandigheden verslechteren denken sommigen alleen aan zichzelf en vertrekken)
- waar meerderman komt moet minderman wijken (=als een machtig persoon iets zegt, moet de minder machtige zwijgen)
- eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
- kies het minste van twee kwaden (=als er enkel slechte oplossingen zijn, kiest men de minst slechte)
- hoe meer vis, hoe droever water (=als er meer mensen komen valt er minder te verdelen (erfenissen))
- aan een boom zo vol geladen, mist men een twee pruimpjes niet (=als er van iets grote hoeveelheden zijn, kan er wel wat gemist worden)
- als de boter duur wordt, leert men het brood droog eten. (=als het niet anders kan, is men ook met minder tevreden.)
- allemans vriend is allemans gek. (=als je iedereen te vriend wil houden, zal men misbruik van je maken.)
- ongevraagd, ongeweigerd (=als je iets doet waarvoor geen toestemming is gevraagd kan het achteraf niet meer geweigerd worden omdat het al gebeurd is)
- de kruik gaat zo lang te water tot ze barst/breekt (=als men steeds risico`s blijft nemen, gaat het een keer mis)
- de pastoor gaat voor en de dominee loopt met hem mee (=altijd eerst de machtige mensen, dan de mindere mens)
- op een kratje zitten als dat nodig is (=bereid zijn om je aan te passen aan minder luxe)
- onder dak zijn (=bescherming genieten - behoren bij)
- er voor gaan (=besluiten aan een onzekere onderneming te beginnen en zich er volledig voor in te zetten)
- op heterdaad betrappen (=betrappen tijdens de misdaad)
- bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien. (=bij gemis aan het gewone moet men zijn toevlucht soms wel tot iets duurders nemen.)
- in februari klagen de boeren het minst. (=boeren klagen altijd maar februari heeft de minste dagen om in te klagen (grapje))
- water bij de wijn doen (=compromissen zien te sluiten)
- daar heb je het gedonder in de glazen (=daar begint de miserie)
- na mij de zondvloed (=dat is een probleem dat zich pas voordoet als ik er niet meer ben - het zal mijn tijd wel duren)
- dat is Beulemans Frans (=dat is slecht Frans spreken. In België zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hun beurt vinden Vlaams weer slecht Nederlands)
- dat is mij tegen de boeg. (=dat is tegen mijn zin)
- dat paard zal mij niet meer slaan (=dat zal mij niet meer gebeuren)
- de kraan dichtdraaien (=de (financiële) hulp sterk verminderen of stopzetten)
- de aanval bloedt dood (=de aanval komt geleidelijk uit op een mislukking)
- in het honderd sturen/lopen (=de boel met opzet mis laten lopen, in de war laten lopen)
- de economie zit in de lift (=de economie groeit)
- het bloed spreekt (=de familieband doet zich opmerken)
- eerste viool willen spelen (=de meest prominente taak willen vervullen, bijvoorbeeld als leider of woordvoerder van de groep)
- de rotte appels uit de mand halen (=de minder getalenteerde personen wegsturen, de minder goede dingen sorteren van de goede dingen)
- ijdele tonnen rollen het hardst. (=de minst competente persoon is vaak ook de luidste)
- holle vaten klinken het hardst. (=de minst competente persoon is vaak ook de luidste)
- het slechtste wiel van de wagen kraakt meest. (=de minst competente persoon is vaak ook de luidste)
- roet in het eten gooien (=de pret bederven of een plan laten mislukken)
- mindere goden (=de wat minder sterke of slimme)
- de baars vergallen (=de zaak laten mislukken)
- het klopt als een bus (=deze uitdrukking is een contaminatie van het sluit als een bus met: het klopt als een zwerende vinger)
- sijmen betaalt (=diegene die het minste verdient draagt de kosten)
- niet brandschoon zijn (=dingen misdaan hebben)
- scherven brengen geluk. (=dit zeg je om iemand zich minder schuldig te laten voelen)
- om zeep brengen/helpen/zijn (=doden/mislukken)
- Pietje de dood maait altijd. (=doodgaan is onvermijdelijk)
- tegen de dood is geen kruid gewassen. (=doodgaan is onvermijdelijk)
- goed gereedschap is het halve werk (=door de juiste hulpmiddelen te gebruiken wordt het karwei snel geklaard)
- in de fuik lopen (=door eigen stommiteiten in een valstrik lopen)
- tijd heelt alle wonden (=door het verloop van tijd worden herinneringen zwakker en de erge dingen minder erg)
50 dialectgezegden bevatten `mi`
- 'n Bus mi vlooen. (=Een kittig persoon) (Bevers)
- 'n Snee pap mi 'n hoondenaa (=Op de vraag `wat gaan we eten` indien er niets is) (Bevers)
- 't Gae nie mi d'n staende waegen (=Het hoeft niet zo vlug, je kunt er de tijd voor nemen) (Zeeuws)
- 't profiet kunn opraapn mi j'n elleboogn (=geen winst opstrijken) (Veurns)
- 't profiet kunn'n opraap'n mi j'n elleboog'n (=weinig winst maken) (Veurns)
- ‘t ieën mi ‘t ander (=alles in aanmerking genomen) (Meers)
- ' k Zoen de katte buut' nsmiet' n mi zuk è muus! (=Wat een aantrekkelijke vrouw!) (Veurns)
- a zitj mi 't speen (=hij heeft aambeien) (Meers)
- a zitj mi 't verskot (=hij heeft rugpijn) (Meers)
- a zitj mi de poepers (=hij heeft schrik) (Meers)
- ae zit mi de gebakken pèer'n / vloan / patatten (=hij zit met de gebakken peren) (Wichels)
- ai j trouwt kom jin de zurrehen en je rik ter noeait mi uut (=zorgen) (Zeeuws)
- ai nog us i- ens zo liegt heloof k je nie mi (=liegen) (Zeeuws)
- armoe mi strieëpn (=Grote armoede) (Veurns)
- As mie kumt mi de slappe was. (=als iemand vraagt wanneer komt dit of dat als het om geld gaat is het antwoord vaak:) (Mills)
- brôòdje àj mi sloaj mi èrpel mi juin (=Een broodje ei met sla, aardappel en ui) (ossies)
- d' er mi ze klakk' achter smietn (=ernaar raden) (Veurns)
- d'r een voor mi raun (=een voor mee rijden 1. voor de gek houden – 2. hard aanpakken) (Meers)
- d'r ne gank mi goeën (=brutaal handelen) (Meers)
- De buts mi de buil (=Iets nemen zoals het is) (Bevers)
- Dè hat ze nèt mi nuij (=Die tikt niet meer zuiver) (nijswillers)
- De huus hooj mi kluuten nae de puuten in dn dulve. (=De kinderen gooien met kluiten naar de kikkers in de sloot.) (Zeeuws)
- de veirkes luëpn mi struë in er muil, `t zal go rèigern (=als iemand een sigaar opsteekt, zal het gaan regenen) (Meers)
- di kank mi mn pette nie bie (=begrijp het niet) (Zeeuws)
- die gi mi de pak nêve de deur (=die verkoopt costuums aan huis) (Boakels)
- doeit nie mi bie me (=niet meer mee spelen) (Zeeuws)
- dur is nie mi te egge of te teule. (=met die persoon is niets mee aan te vangen .) (Astens)
- eeën mi veele wiend in ze broek (=Iemand met een hoge eigendunk) (Veurns)
- een bloesj mi een buil (=een bluts met een buil- (iets voordelig tegen iets nadelig doen opwegen) (Meers)
- een skeet in een fles mi een moesj op (=het heeft niets om het lijf, het is niet veel zaaks) (Meers)
- ei pakte mî bè mènne schabbernek (=hij pakte mij bij de kraag) (Sint-Niklaas)
- en toesj komt er e vèirken mi ne lange snuitrken(tje) met een lange snuit en t vertelsjelk'n es uit (=einde van een verhaaltje:) (Meers)
- etwot doeën mi è lank gat (=iets met tegenzin doen) (Veurns)
- ge stot er mi euw snot bai (=je staat er met je neus bovenop) (Geldrops)
- ge zijt gesalueerd mi de kop van nen drujegen eirink (=gegroet) (Erps)
- gin affaires mi emmen (=geen zaken met hebben) (Erps)
- hai fietst mi nu zeimlere lap in zun bôks, tiggen d'n blikhers (=hij fietst met een zeemleren lap in zijn broek (tegen schrale billen) ) (Boakels)
- hai is mi ne schiem vertrokke (=hij is in een flits vertrokken) (Boakels)
- hai werrekne mi haorzak (=hij pleegde bedrog) (Arendonks)
- hè docht datem den duvel mi ze moejer ha (=hij verwachtte er te veel van) (Balens)
- hij hi ginne zak mi erpel (=hij heeft geen zak met aardappelen (gezegd over een vader van een groot gezin) ) (Ossies)
- Hij zit mi 't poetsen (pootje) (=Hij heeft last van Jicht) (Bevers)
- Hij zit mi zen frutten (=Hij is koppig) (Bevers)
- ie verjer a ni nie mi (=hoe oud?) (Zeeuws)
- iënen smiëren mi zèn eigen vatj (=iemand smeren met eigen vet: iem. ten onrechte indruk geven dat hij voordeel heeft) (Meers)
- ik gon er mi ütschèje! (=ik hou ermee op!) (Lommels)
- In miejer op de kassau laugen drau rau auren mi ne parau derbau (=In Mere op de kassei lagen 3 rauwe eieren met een prei erbij) (Meers)
- Is dieje mi zenne crémegelas al deur (=Is de ijsventer al voorbij) (Beverloos )
- k kan nie mi voe me trokn (=ik kan m me niet herinneren) (Zeeuws)
- k'goan mi schuppe kusschen (=afscheid nemen) (Heuvellands)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen