220 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ad`
- aan een boom zo vol geladen, mist men een twee pruimpjes niet (=als er van iets grote hoeveelheden zijn, kan er wel wat gemist worden)
- aan een zijden draadje hangen (=de kansen zijn nog niet verkeken, maar het scheelt erg weinig)
- ad acta leggen (=als afgedaan beschouwen) (Latijn)
- ad calendas graecas (=tot in het oneindige uitstellen) (Latijn)
- ad fundum (=tot op de bodem) (Latijn)
- ad hoc negotium (=tot deze zaak behorend) (Latijn)
- ad hominem (=zonder omwegen) (Latijn)
- ad infinitum (=tot in het oneindige) (Latijn)
- ad interim (=tijdelijk - tussentijds) (Latijn)
- ad majorem dei gloriam (=tot meerdere eer van God) (Latijn)
- adel verplicht (=wie in aanzien bij het volk staat, moet ook aan de verwachtingen van het volk voldoen)
- advocaat van de duivel spelen (=een mening geven waar je het zelf niet mee eens bent, maar die je geeft om reacties uit te lokken)
- advocaat van kwade zaken (=wie slechte zaken verdedigt)
- allemans raad is allemans zot. (=volg niet blindelings het advies van iedereen)
- als `t schip zinkt dan zinkt ook de lading (=als een zaak bankroet gaat, dan is men meestal ook alles kwijt)
- als de boeren niet meer klagen en de pastoors niet meer vragen, dan nadert het einde der dagen (=sommige mensen veranderen nooit)
- als de rechte adam komt gaat Eva mee (=gezegd van `n meisje dat liever niet wil trouwen)
- als door een adder gebeten zijn (=opeens fel reageren)
- als een blad van een boom veranderen/omkeren (=geheel anders gaan gedragen)
- als hadden geweest is, is hebben te laat. (=niet zeuren over gedane zaken)
- als paddenstoelen uit de grond schieten (=snel en in grote massa tevoorschijn komen)
- altijd de kwade pier zijn (=altijd als de schuldige aangewezen worden)
- angst is een slechte raadgever (=laat je niet leiden door angst. / Emoties zijn gevaarlijk)
- arbeid adelt (=van hard te werken word je een nobeler/beter mens)
- baat het niet, schaadt het niet (=iets kan helpen, maar als het niet helpt zal het geen problemen geven)
- bang zijn voor zijn eigen schaduw (=overdreven bang zijn)
- beter thuis rapen eten dan elders gebraad. (=thuis is het altijd nog het beste.)
- beter van een stad dan van een dorp (=beter dat een rijke betaalt dan een arme)
- bij de kladden krijgen (=te pakken krijgen)
- bouw geen molen om een bak zaad (=voor een kleinigheid moet men teveel moeite doen.)
- dat zal hem niet glad zitten (=iets zal niet meevallen en moeilijk zijn)
- de admiraal heeft geschoten. (=de gastheer heeft het sein gegeven te gaan eten.)
- de barricades opgaan (=actie voeren om iets voor elkaar te krijgen of juist tegen te houden)
- de boter eruit braden (=het ervan nemen)
- de daad bij het woord voegen (=onmiddellijk doen wat men zegt te zullen doen)
- de dader ligt op het kerkhof (=de schuldige is niet te vinden)
- de dood of de gladiolen (=er vol voor gaan, zonder compromissen.)
- de draad kwijt zijn (=de loop van het verhaal niet meer kunnen volgen)
- de draad oppakken (=doorgaan van de plaats waar je was gestopt)
- de draad van Ariadne (=middel om klaarheid te scheppen in een ingewikkeld iets)
- de drempel is glad. (=er komt veel bezoek)
- de gebraden haan uithangen (=op onverantwoordelijke wijze erg veel geld uitgeven aan met name lekker eten en drinken)
- de gestadige jager wint (=regelmatig doorzetten geeft het beste resultaat)
- de haring braadt hier niet (=het gaat niet zoals het zou moeten)
- de haring braden om de hom of kuit (=iets opofferen om een kleinigheid)
- de klad zit er in (=het gaat niet goed)
- de lade lichten (=geld uit de lade halen)
- de lading binnen hebben (=dronken)
- de langste adem hebben (=iets het langst volhouden)
- de nacht brengt raad. (=ergens een nachtje over slapen leidt tot betere beslissingen of oplossingen)
181 betekenissen bevatten `ad`
- fiolen van toorn over iemand uitstorten (=aan iemand duidelijk laten blijken dat je kwaad op diegene bent)
- het op de klompen aanvoelen (=achterafgepraat - Dat had men kunnen weten)
- eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
- allemans werk is niemands werk. (=als iedereen verantwoordelijk is, doet niemand het daadwerkelijk.)
- dan moet de wal het schip maar keren (=als iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkelijk in volle omvang ontstaan, en dan alsnog worden opgelost)
- op heterdaad betrappen (=betrappen tijdens de misdaad)
- bij de duivel te biecht gaan (=bij de vijand om raad gaan)
- goede raad is duur (=bijna te moeilijk om raad te kunnen geven)
- de aardappelen komen niet voor de eikenblaren (=boerenregel. De aardappelplant begint te groeien als de eik in het blad komt)
- zoden aan de dijk zetten (=daadwerkelijk hulp verschaffen)
- dat is een paal onder water (=dat brengt meer nadeel dan voordeel)
- dat is een haspel in een fles (=dat is een raadsel)
- dat maakt van Jezus nog een ketter (=dat is zelfs bij de meest integer mens een schanddaad)
- de boer op gaan (=de (niet-fysieke) markt opgaan om iets te verkopen / verdwalen / de stad verlaten)
- de vogel is gevlogen (=de dader is al weg (of gevlucht))
- de bokken van de schapen scheiden (=de goeden van de kwaden scheiden)
- het koren van de molen zenden (=de klanten wegjagen - zichzelf benadelen)
- homo homini lupus (=de mens benadert zijn medemens als een wolf)
- het middel is erger dan de kwaal (=de oplossing veroorzaakt nog meer schade)
- wie de pot breekt betaalt de scherven (=de veroorzaker van schade moet de situatie zelf rechtzetten.)
- het kind van de rekening (=degene die schade lijdt, terwijl anderen niets hebben)
- tussen die twee was er geen chemie (=die twee mensen hadden te veel karakterverschillen om goed te kunnen samenwerken)
- voorzichtigheid is de moeder der wijsheid (=doe het voorzichtig, dan komt er geen schade)
- recht praten wat krom is (=door een ingewikkelde, onjuiste redenering een onzuivere situatie, daad of besluit trachten van een rechtvaardiging te voorzien)
- je achter de oren krabben (=door een onverwachte, zorgelijke ontwikkeling tot nadenken gestemd zijn)
- het paard van Troje binnenhalen (=door onnadenkendheid of onnozelheid de vijand toelaten)
- zoet gedronken, zuur betaald. (=drankmisbruik kan veel schade aanrichten)
- in het zakje blazen (=een ademtest ondergaan)
- de ene pijl de andere nazenden (=een dwaze of nutteloze daad herhalen)
- tussen beurs en geweten geplaatst zijn (=een financieel goede - maar misdadige - zaak kunnen doen)
- een klein lek doet een groot schip zinken (=een geringe onachtzaamheid kan tot grote schade leiden)
- je in het hol van de leeuw wagen (=een groot risico nemen , rechtstreeks bij de vijand te rade gaan)
- er een gooi naar doen (=een kans wagen of iets proberen te raden)
- een oorblazer (=een kwaadspreker)
- de bui zien hangen (=een ongunstige situatie aanvoelen voordat deze zich daadwerkelijk voordoet)
- een tegenslag (=een onverwacht nadelig feit of voorval)
- wie plast tegen de kerk, gaat gevaarlijk te werk (=een wandaad met verstrekkende gevolgen)
- uit zuivere bronnen vloeit zuiver water. (=eerlijke mensen praten geen kwaad)
- je woorden kauwen (=eerst nadenken en dan pas spreken)
- niet over een nacht ijs gaan (=eerst nadenken voor men iets doet - geen risico`s nemen)
- een gehuurd paard en eigen sporen maken korte mijlen (=eigen bezit beschadigt men minder dan gekregen of gehuurd bezit)
- geen erger venijn dan kwade tongen. (=er is niets zo erg als dat men kwaad van je spreekt.)
- er een vuile pijp aan roken (=er veel nadeel van ondervinden)
- er een lelijke pijp aan roken (=er veel schade van ondervinden)
- er de hand in gehad hebben (=eraan meegewerkt hebben, met raad of daad)
- zo glad als boter (=erg glad - moeilijk te pakken te krijgen)
- zo kwaad als een spin zijn (=erg kwaad zijn)
- iemand wel kunnen villen (=erg kwaad zijn op iemand / Een erge hekel hebben aan iemand)
- iets wikken en wegen (=erg lang over iets nadenken en alle voors- en tegens afwegen)
- met de muts naar iets gooien (=ergens geen zorg aan besteden / er een slag naar slaan, ernaar raden)
7 dialectgezegden bevatten `ad`
- ad ye, aye - ew ye, eye (aye is dus vt van eye), wat adje dan nog? ew je ok nog? wat aye? wat eye nau wir edoon! (=had jij, had je - heb jij, heb je) (Urkers)
- As, as. As mijn tante klueten g'ad ad tèn waust mijne nonkel (=Als, als. Als mijn tante kloten had gehad dan was zij mijn oom) (Lokers)
- I'j ef er zeggen van ad (=Ze hebben een onderhoud met hem gehad) (Giethoorns)
- Iemand over de neuze spi'jen (=Iemand ad rem van repliek dienen) (Kampers)
- ij ad beter in zijn broek kunnen schijten (=hij had beter niet kunnen trouwen) (Graauws)
- maolen, et mullumt in m'n ooft, mit molentjes lopen, een slag van de mullum ad eawen (=malende zijn) (Urkers)
- tis stille dr ad noe-ait waait (=onmin) (Zeeuws)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen