Spreekwoorden met `op i`

Zoek

40 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `op i`

  1. acht slaan op iets (=ergens goed op letten)
  2. als de vis goedkoop is stinkt ze (=de herkomst ergens van is niet te vertrouwen)
  3. als het geld op is, is het kopen gedaan (=zonder liquide middelen zijn er geen uitgaven meer mogelijk)
  4. daar kan je gif op innemen (=je mag er zeker van zijn dat het gaat gebeuren)
  5. de boer eet vis als het spek op is (=je moet tevreden zijn met wat je hebt)
  6. de hand op iets leggen (=ergens aan kunnen komen)
  7. de klop is er op (=ze is 28 jaar)
  8. de kop in het zand steken (=doen alsof er geen gevaar dreigt en er niets aan doen)
  9. de kop is eraf (=er is een begin gemaakt)
  10. de pik op iemand hebben (=iemand voortdurend plagen of aanvallen)
  11. een knoop in zijn zakdoek leggen (=iets doen om ergens zeker aan herinnerd te worden)
  12. een krop in de keel hebben (=emotioneel aangedaan zijn)
  13. een oogje op iemand hebben (=tedere, mogelijk verliefde, gevoelens voor iemand koesteren)
  14. een zweetje op iets halen (=zich ergens fel voor inspannen)
  15. er met de botte bijl op inhakken (=ruw te werk gaan)
  16. er op inhaken (=reageren op iets dat gezegd is en daar verder op doorgaan)
  17. goedkoop is duurkoop (=iets goedkoops kan later kosten veroorzaken, bijvoorbeeld door slechte werking, reparaties of onderhoud)
  18. het grondsop is voor de goddelozen (=gezegd van iemand die het laatste restje uitdrinkt)
  19. het niet op iemand hebben (=iemand niet goed kunnen verdragen)
  20. het op iemand begrepen hebben (=iemand goed kunnen verdragen / iemand is altijd de pineut)
  21. het op iemand gemunt hebben (=steeds dezelfde persoon die ergens last van heeft)
  22. het op iemand niet begrepen hebben (=iemand niet vertrouwen)
  23. het sop is de kool niet waard (=een onderwerp is te onbelangrijk om er aandacht aan te geven)
  24. huizen op iemand kunnen bouwen (=sterk op iemand kunnen vertrouwen)
  25. iemand op iets aankijken (=over een eigenschap of daad van iemand niet tevreden zijn)
  26. je boontjes op iets te week leggen (=stellig op iets rekenen)
  27. je kop in het zand steken (=doen alsof iets (een probleem) er niet is)
  28. je met de borst op iets toeleggen (=iets erg vlijtig beoefenen)
  29. kolen op iemands hoofd stapelen (=iets goed doen voor een onvriendelijke persoon)
  30. met zout komen als het ei op is (=te laat komen (met een oplossing))
  31. op ieder potje past wel een dekseltje (=voor iedereen bestaat er een geschikte levenspartner)
  32. op iemands schouders staan (=op andermans werk voortbouwen)
  33. op iemands tenen trappen (=iemand beledigen)
  34. op iets dood blijven (=erg belust op iets zijn (bv geld; gierig))
  35. op is de koek, en weg zijn de dubbeltjes (=het maximaal haalbare is bereikt, meer zit er niet in)
  36. tuk op iets zijn (=iets erg graag lusten of dol op zijn)
  37. vat op iemand krijgen (=iemand van iets kunnen overtuigen)
  38. vurige kolen op iemands hoofd stapelen (=iemand een groot schuldgevoel geven door hem onverdiende lof of vriendelijkheid te geven.)
  39. vurige kool op iemands hoofd stapelen (=iets goeds doen voor een vijandig persoon)
  40. zijn kop is zwaarder dan zijn benen (=hij is dronken (of erg moe))

33 betekenissen bevatten `op i`

  1. als je geschoren wordt, moet je stilzitten (=als er scherpe kritiek op je is (je wordt geschoren), kun je beter rustig wachten tot het voorbij is, in plaats van erop in te gaan)
  2. wie een hond wil slaan, vindt altijd wel een stok (=als je kritiek wil hebben op iemand, vind je altijd wel een reden)
  3. verkikkerd zijn (=dol zijn op iemand/iets of verliefd zijn op iemand)
  4. jezelf op de borst slaan (=duidelijk aan de omgeving laten weten dat men ergens bijzonder trots op is)
  5. paradepaard (=een bezit, eigenschap, kunst of vaardigheid waar iets of iemand trots op is)
  6. hoge ogen gooien (=een goede kans maken op iets)
  7. op dood spoor zitten (=een situatie waarin er geen vooruitgang of hoop is)
  8. er het mes inzetten (=er grondig op ingrijpen, in de uitgaven besnoeien)
  9. elke gek heeft zijn gebrek (=er valt op iedereen wel iets aan te merken)
  10. op iets dood blijven (=erg belust op iets zijn (bv geld; gierig))
  11. iemand wel kunnen villen (=erg kwaad zijn op iemand / Een erge hekel hebben aan iemand)
  12. iets niet koud laten worden (=ergens onmiddellijk op ingaan)
  13. het is de toon die de muziek maakt (=het gaat om de manier waarop iets gezegd wordt)
  14. een dronkemansgebed doen (=het geld natellen (als het zo goed als op is))
  15. de vis is de boet niet weerd (=het sop is de kool niet waard)
  16. van hoop alleen kan men niet leven. (=hoop is belangrijk maar niet voldoende om te slagen in het leven)
  17. iemand de ogen uitsteken (=iemand jaloers maken door de aandacht te vestigen op iets wat men heeft, en wat de ander ontbreekt)
  18. de hond de jas voorhouden (=iemand valse hoop geven op iets dat hij graag wil hebben)
  19. in zijn vuistje lachen (=in jezelf ergens plezier hebben / op ietwat stiekeme wijze ergens voordeel van hebben)
  20. iets of iemand op de korrel nemen (=kritiek op iets of iemand hebben)
  21. leer om leer zijn (=op gelijke manier straffen als de maner waarop iemand in de fout gegaan is)
  22. iemand doodpraten (=op iemand blijven inpraten tot hij versuft van raakt)
  23. iemand naar de keel vliegen (=op iemand erg kwaad worden, aanvallen, ermee vechten)
  24. er op inhaken (=reageren op iets dat gezegd is en daar verder op doorgaan)
  25. aap wat heb je mooie jongen (=sarcastische opmerking over iemand die wat al te trots is op iets)
  26. je boontjes op iets te week leggen (=stellig op iets rekenen)
  27. huizen op iemand kunnen bouwen (=sterk op iemand kunnen vertrouwen)
  28. uit iemands aangezicht gesneden zijn (=sterk op iemand lijken)
  29. op de vingers zien (=streng op iemand opletten)
  30. een roze bril op hebben (=verliefd op iemand zijn en hierdoor zijn/haar mindere kanten niet zien)
  31. je moet geen `hei` roepen voordat je de brug over bent (=vreugde over een goede afloop is pas toepasselijk als er niets meer verkeerd kan gaan)
  32. als het melk regent, staan mijn schotels omgekeerd (=wanneer ergens iets voordeligs te verkrijgen valt, loop ik het steevast mis)
  33. iemand mores leren (=wraak op iemand nemen en/of flink zeggen hoe het er voor staat)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen