Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

10 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `klomp`

  1. dat heb ik nog nooit op een klomp horen spelen. (=dat is al te gek.)
  2. dat zal mijn klomp niet roesten. (=ik maak me er niet druk om; het kan mij niet schelen.)
  3. een boer op klompen (=een lomperd)
  4. het op de klompen aanvoelen (=achterafgepraat - Dat had men kunnen weten)
  5. iets met zijn klompen aan voelen (=iets heel duidelijk voelen. Bijvoorbeeld: `Je kunt met je klompen aan voelen, dat ze hem niet als gelijke accepteren`)
  6. met de klompen op het ijs komen (=zich onvoorzichtig ergens begeven waar men niet thuis hoort)
  7. met de klompen van het ijs blijven. (=zich met iets niet inlaten.)
  8. nu breekt mijn klomp. (=van verbazing niet meer weten wat te zeggen)
  9. wie zijn klomp breekt, schiet gemakkelijk uit zijn slof. (=als je wordt teleurgesteld, kun je gemakkelijk boos worden.)
  10. zijn klompen wegbrengen/wegzetten. (=naar huis gaan/sterven.)

Eén betekenis bevat `klomp`

  1. iets met zijn klompen aan voelen (=iets heel duidelijk voelen. Bijvoorbeeld: `Je kunt met je klompen aan voelen, dat ze hem niet als gelijke accepteren`)

Het dialectenwoordenboek kent 23 spreekwoorden met `klomp`

  1. Epers: döppiesbore, de (=boor van klompenmaker voor de klompmaten 13, 14 en 15)
  2. Liwwadders: ut klompke fulle (=bruggeld betalen)
  3. tervurens: sloogt da in aa kas (=nou breekt mijn klomp)
  4. Twents: Ze driet oe in de klompn (=Je wordt bedonderd)
  5. Nijmeegs: Nou brikt me de klomp (=Nou breekt me de klomp(verbazing))
  6. Zeeuws: noe breek mn klompe (=niet begrijpen)
  7. Overpelts: nou zekt mich de stoof oêt (=nu breekt mijn klomp)
  8. West-Vlaams: Nouw brek mien de klump. (=Nou breekt mij de klomp.)
  9. Sallands: bi-j de klomp'n anvuul'n (=iets voorzien)
  10. Overpelts: doa zakt men boks vanaaf (=Nu breekt mijn klomp!)
  11. Vechtdals: wi-j hebt klompn uut d'zölde boom (=gemeenschappelijke voorouder hebben, familie zijn)
  12. Aalsters Gld: mandagemergen klompen gehelt en nie betelt (=maandag morgen klompen gahaald en niet betaald)
  13. Overmeers: 'n wisse haten schoenen (=een reeks houten klompen)
  14. Zeeuws: Tvriest zo da mien klompen krekken (=Het vriest zo hard dat mijn klompen kraken)
  15. Westerkwartiers: op 'e klomp speul'n (=zich laten gelden)
  16. Boakels: dôr kumt ie angeborteld op zijn klômpen (=daar komt hij aan op zijn lawaaierige klompen)
  17. Zichers: Nou valle men taan oet!/Zèèk nou de stoaf oet! (=Nu breekt mijn klomp!)
  18. Westerkwartiers: nou brekt mij de klomp (=nu sta ik paf)
  19. Drents: Hij stiet op zien woord as een boer in zien klompen (=Hij blijft bij zijn standpunt)
  20. Giethoorns: `Daor eur ik joe,`zee dove Jouk, en toen leup er een muus mit de klompen an over de zolder. (=Oost-Indisch doof)
  21. Holsbeeks: ik gön men blokke no ons Merie droge (=Ik ga mijn klompen naar ons Marie (de vrouw) dragen. Ik ga naar huis, naar moeder de vrouw.)
  22. Tilburgs: de klomp öthaole (=cadeaus van sinterklaas ophalen bij familie of kennissen. (meestal voor de kinderen en kleinkinderen))
  23. Alblasserdams: Laat het touwgie (van de damesklompen) niet deurknippen. .. het land in was het de gewoonte om aan de bruid een paar nieuwe klompen mee te geven voor onder de bedstee. Soms waren de maiden zo prompt(trots)met dat kadogie dat ze het touwgie pas deurdeje als het krippie in de bedstee most. (=huwelijkscadeau)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen