tellen

werkw.
Uitspraak:  [ˈtɛlə(n)]
Vervoegingen:  telde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geteld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) getallen in een oplopende volgorde opnoemen (1, 2, 3, 4, 5 enz.)
Voorbeelden:  `Ik tel tot drie en dan moet je stoppen.`,
`op je vingers tellen`
nog niet tot tien kunnen tellen  (erg onnozel zijn)
op je tellen passen  (er goed op letten dat je geen fouten maakt)

2) het aantal van iets bepalen
Voorbeeld:  `vijf erbij tellen`
Ik tel acht schapen.  (ik zie dat er acht schapen zijn)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bedragen berekenen calculeren gelden als laten gelden opsommen rekenen t tel uitrekenen

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn botten kunnen tellen (=erg mager zijn)
• tot geen drie kunnen tellen (=erg dom zijn)
• op zijn tellen passen (=zeer goed opletten om niets fout te doen)
• op je tellen passen. (=voorzichtig zijn.)
• of men geen tien kan tellen (=zich onnozel houdend)
Toon alle 8 spreekwoorden die tellen bevatten

Intensiveringen
Hoe kun je met tellen een ander begrip versterken?
kijken alsof je niet tot tien kan tellen;

7 definities op Encyclo
  1. rekenen, optellen Jaar van herkomst: 901-1000 (WPS )
  2. Het opsommen van de afzonderlijke eenheden die samen een groep vormen om het totale aantal eenheden waaruit die groep bestaat, te kunnen vaststellen. Categorie: Proc&eacu...
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik telde, heb geteld), op-, bij elk. -, te zamen (rekenen, nagaan hoeveel er zijn; rekenen, aa...
  4. opeenvolgende getallen opsommen vb: ze telde tot honderd kijken alsof je niet tot tien kunt tellen [heel onnozel kijken]
  5. •aantal bepalen.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op tellen:
aanstellenafstellenaftellenbankstellenbestellenbijstellenbretellendoorvertellenfototoestellengelijkstellengeruststellengestellenherstellenhoofdstelleninitiatiefvoorstelleninstellenlandingsgestellenmeetellenachterstellennabestellen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
tellen (getallen in volgorde opnoemen; een aantal opmaken; geldig zijn)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `tellen` kennen.