optellen

werkw.
Uitspraak:  ɔptɛlə(n)]
Vervoegingen:  telde op (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft opgeteld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

bepalen hoeveel het is als je (getallen) samenneemt
Voorbeeld:  `alle uitgaven bij elkaar optellen en dan delen door het aantal deelnemers`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
adderen bijrekenen bijtellen erbij tellen meerekenen samentrekken aftrekken (antoniem)

5 definities op Encyclo
  1. uitrekenen hoeveel het bij elkaar is vb: kun je geen twee en twee optellen? Tegenstellingen: aftrekken afhouden
  2. • [wiskunde] bij elkaar tellen; het samenvoegen van twee of meer termen tot een totaal, de som genoemd.
  3. 1) Achter elkaar opnoemen 2) Adderen 3) Bezetting in de rekenkunde 4) Bijeentellen 5) Bijrekenen 6) Bijtellen 7) De som berekenen 8) Hoofdbewerking van het rekenen 9) Mee...
  4. Optellen is een van de basisoperaties uit de rekenkunde. Optellen is oorspronkelijk het bepalen van het totale aantal dat ontstaat bij samenvoeging van twee of meer afzo...
  5. bijeentellen Jaar van herkomst: 1710 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
optellen = aftrekken

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `optellen`.