calculeren

werkw.
Uitspraak:  [kɑlky'lerə(n)]
Vervoegingen:  calculeerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gecalculeerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

bedragen uitrekenen
Voorbeelden:  `een bouwproject calculeren`,
`Ik wil alles eerst calculeren, dan maak ik een offerte.`
Synoniem:  berekenen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
becijferen berekenen rekenen tellen uitrekenen uitwerken

4 definities op Encyclo
  1. berekenen Jaar van herkomst: 1611 (WNT )
  2. • [ov] rekenen, tellen, berekenen, uitrekenen.
  3. door te rekenen iets aan de weet komen vb: hij heeft gecalculeerd hoe duur de verbouwing wordt Tegenstellingen: schatten taxeren ramen
  4. 1) Becijferen 2) Berekenen 3) Rekenen 4) Tellen 5) Uitrekenen 6) Uitwerken
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op calculeren:
incalculeren

Herkomst volgens etymologiebank.nl
calculeren (berekenen; inschatten, beredeneren)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `calculeren`.